Bosatlas
Ferjan Ormeling, hoogleraar cartografie in Utrecht. „We realiseren ons onvoldoende dat we allemaal de wereld om ons heen door de bril van de Bosatlas hebben leren bekijken, gewend als we zijn aan het kaartbeeld van die atlas. Goed design is onopvallend. Hoe bijzonder de vormgeving is, merken we pas wanneer we bij buitenlandse schoolatlassen (niet die uit Scandinavië, België of Frankrijk, want daar gebruikt men de Bosatlas ook) moeite hebben met het aflezen van informatie. De Bosatlas richt zich al vanaf de eerste druk op goede en efficiënte overdracht van ruimtelijke gegevens. Vanwege de superieure kleurstelling is de zesde druk uit 1884 voor mij een absolute topper, maar die valt helaas buiten de 100-jaar grens die is gesteld. Maar met de 52ste druk (2001) kan ik ook goed uit de voeten. De Bosatlas kenmerkt zich door beperking tot de essentie (dus niet per se een vol kaartbeeld), een ruim formaat (alleen al voor de grote uitslaande kaart van Java uit de 31ste tot 38ste druk zou ik zo de koloniën terugwillen), een goed leesbaar lettertype dat toch niet te dominant is, en duidelijke kleurcontrasten. De heldere kaartstijl komt het best tot uitdrukking in de thematische kaarten, zoals de voorbeelden hierbij. Ze zijn strak gegeneraliseerd, en het schrift is vrij gezet in de zwarte grenzen. Ondanks de tintverschillen in de ondergrond komen alle namen goed uit. Het belangrijkste kenmerk is de meerwaarde van de atlas als geheel. De kaarten in de Bosatlas verwijzen naar elkaar, zijn onderling goed te vergelijken door gebruik van een samenhangende serie kaartschalen en vertellen samen een logisch verhaal. Dát verhaal is ons allen bijgebleven en heeft ons wereldbeeld gevormd.”
