‘God was my rehab’
Sharon Jones is een bescheiden diva en een harde werker.
Ze ziet eruit als een doorsnee Amerikaanse toerist. Draagt een wit T-shirt, een hoogwater spijkerbroek en stevige sneakers. En ze gedraagt zich als een doorsnee toerist. Klaagt over de lucht in haar hotelkamer. Het afvoerputje stinkt.
En toch, Sharon Jones is geen ontevreden mens. Ze is geen diva en heeft geen sterallures. Over dat putje zou menigeen zich druk maken. Maar Sharon Jones is vooral een dankbaar mens. Omdat God haar op latere leeftijd (ze werd geboren in 1956) het succes heeft gegund waar ze een heel leven naar heeft verlangd.
Amy Winehouse
Dat succes diende zich rond 2006 op ongebruikelijke wijze aan, in de vorm van een aan drank en drugs verslaafde zangeres. Nadat Amy Winehouse en haar producer Mark Ronson de muziek van Sharon Jones & The Dap-Kings hadden gehoord, besloten ze de band in te huren voor Winehouses tweede album, Back to Black. Het werd een monsterhit.
De korte slag op de gitaar, het jammeren van het orgel, de vet aangezette tonen op sax en trompet en, niet in de laatste plaats, Jones’ machtige stem; alles aan de platen ademt de soul van bijna vijftig jaar geleden. Het is levensechte retro, met het heldere geluid van de huidige opnametechnieken, dat wel.
Hard werken
Naar het succes heeft Sharon Jones niet alleen verlangd, ze heeft er ook hard voor gewerkt. Gezongen heeft ze altijd, als kind in de kerk en als tiener in allerlei bandjes. Vanaf haar twintigste zong ze op bruiloften, en dat deed ze jarenlang. Op die bruiloften, zei bandleider Gabe Roth van The Dap-Kings eens over haar, heeft ze haar podiumervaring opgedaan. „Ze is jarenlang betaald om ervoor te zorgen dat iedereen het naar zijn zin had.”
Hard werken was het wel. Overdag werkte Jones als bewaker in een New Yorkse gevangenis en als bijrijder op een geldwagen, ’s avonds zong ze op bruiloften en partijen. „Ik heb naar mijn moeder gekeken”, zegt ze daarover tijdens een interview in Amsterdam. Haar moeder die zes kinderen baarde, die na de dood van haar man de kinderen alleen opvoedde en als dienstmeid werkte.
Soul
Sharon Jones werd als jongste van de zes geboren in Atlanta, Georgia in het zuiden van de Verenigde Staten. Ze verhuisde in haar tienerjaren met het gezin naar Brooklyn, New York, maar Georgia heeft haar muzikaal gevormd. Ze heeft altijd naar blues, funk en soul geluisterd; vooral naar soul, heel veel soul.
Ook zag ze James Brown regelmatig optreden, bij haar in de buurt. Hij is dan ook onmiskenbaar aanwezig in de muziek van Sharon Jones & the Dap-Kings; in de machtige uithalen in haar stem en in haar vraag en antwoordspel met de achtergrondzangeressen. En niet te vergeten in Jones’ shows, waar ze zingt, schreeuwt en het publiek opzweept op een manier die onvermijdelijk herinneringen oproept aan de in 2006 overleden Godfather of Soul.
Sharon Jones, kortom, is soul. Ze heeft altijd soul gezongen, klassieke soul die is geënt op de muziek uit de jaren zestig, die door haar consequent worden aangeduid als The Golden Age. Dat het tot haar vijftigste jaar moest duren voordat ze succes oogstte, en dat dat succes haar werd aangedragen door de veel jongere Amy Winehouse, doet haar niets. „Ik ben Amy juist dankbaar. Zij heeft mij en mijn band onder de aandacht van het grote publiek gebracht.”
Sharon Jones begrijpt de groeiende populariteit van retro-soul wel. „Wij treden tien avonden achter elkaar op en geen enkele avond klinkt hetzelfde. Omdat we live spelen; we kunnen ons goed of slecht voelen, opgewonden of ontspannen, uitgerust of moe. De energie zal iedere avond anders zijn. Bij digitale muziek ligt dat anders. Die klinkt altijd hetzelfde. Bovendien, de elektriciteit kan uitvallen. Wíj spelen in zo’n geval akoestisch verder.”
Lief en leed
Soul is niet alleen de muziek van de ‘echte’ instrumenten, het is ook de muziek van ‘echte’ gevoelens. Het dwingt zijn vertolkers tot openhartigheid. Dat doen de meesten, zonder enige terughoudendheid. Vooral de vrouwen leggen hun ziel bloot.
Ook Sharon Jones zingt en vertelt zonder gene over haar dagelijkse lief en leed. Over haar broer die enkele maanden geleden stierf, op oudjaarsdag. „Ik moest dezelfde avond optreden. Stond te huilen achter de schermen. Maar de mensen riepen: ‘Sharon, we houden van je’. En ik houd van hen. Die avond heb ik een heel goede show gegeven.”
Hoe het afliep? „Negen maanden later belde hij ineens, op een zondag. Ik weet dat nog goed, want ik stond op het punt om naar de kerk te gaan. Hij wilde me terug. Ik zei: ‘ah ah, dat gaat niet gebeuren’. Nu loop ik naar de andere kant van de straat als hij eraan komt.”
Natuurlijk, er waren door de jaren heen meer mensen die zeiden dat ze het nooit zou maken. „Ik ben vaak afwezen. Ik was te dik, te donker en, na mijn vijfentwintigste, te oud. Maar ik heb altijd in mezelf geloofd, met de hulp van God.”
Rehab
Hebben de huidige witte en ongelovige soulsterren de muziek dan gestolen van de zwarte gelovige Afro-Amerikanen? Nu moet Sharon Jones hard lachen. „Is dat ooit anders geweest? Wie schreef de songs voor Pat Boone en Elvis? En waar haalden Boone en Elvis hun inspiratie vandaan? Er is niet veel veranderd sinds The Golden Age. Maar je hoort me niet klagen! Ik ben blij dat jonge vrouwen en mannen nu de soul uit de jaren zestig terug brengen.”
Alleen, ze bidt voor Amy, zegt ze. „Ik maak me zorgen om haar leven en haar stem.” Jones weet als geen ander dat de verleidingen groot zijn „in the bizz”. Op haar twintigste blowde ze, vanaf haar vijfentwintigste gebruikte ze cocaïne. „Maar dat is me slecht bekomen. Op een avond nam ik verkeerd spul. Toen werd ik immens beroerd. Mijn hart sloeg op hol en die nacht dacht ik dat ik dood ging. Als God mij deze nacht laat overleven, dan stop ik, heb ik geroepen. En dat gebeurde. God was my rehab.”
