Ali Alatas (1932-2008)
Met het overlijden van Ali Alatas raakte Indonesië zijn nationaal én internationaal meest gerespecteerde topdiplomaat kwijt. Hij overleed op 11 december op 76-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Singapore, een week nadat hij een beroerte kreeg.
Alatas was van 1988 tot 1999 minister van Buitenlandse Zaken, eerst onder autoritair leider Soeharto en daarna onder zijn kort zittende opvolger Habibie. Daarvoor en daarna was hij betrokken bij vredesonderhandelingen in Cambodja, het versterken van regionaal samenwerkingsverband ASEAN en een vergeefse poging de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi vrij te krijgen. Alatas zal echter vooral worden herinnerd als de man die het dubieuze beleid van zijn bazen in het buitenland moest verkopen. Zo was er het drama dat zich afspeelde rond het referendum over de onafhankelijkheid van Oost-Timor in 1999 .
Alatas onderhandelde destijds met Oost-Timor over verregaande autonomie voor de voormalig Portugese kolonie. Maar de nieuwe president Habibie liet plotseling weten dat het niet meer nodig was en kondigde aan dat er een referendum zou komen. Tot onvrede van Alatas, die vreesde dat een referendum zou leiden tot burgeroorlog.
Alatas was zelf al eerder een voorstander van meer autonomie voor de regio, een voorstel dat Soeharto afwees. Uiteindelijk vielen rond het referendum duizend doden en bleef Oost-Timor verwoest achter, nadat door Indonesië gesteunde milities in het land hadden huisgehouden.
Eerder in zijn carrière speelde de Indonesische bezetting van Oost-Timor Alatas al parten. De grotere rol op het wereldtoneel die hij voor zijn land in gedachten had, werd bemoeilijkt door de schietpartij op een begraafplaats in de Oost-Timorese hoofdstad Dili in 1991, waarbij het Indonesische leger ruim tweehonderd activisten doodschoot die vóór onafhankelijkheid waren. Beelden van het bloedbad - vastgelegd door een Britse cameraman – werden in de hele wereld uitgezonden.
In zijn boek Het steentje in de schoen over de Oost-Timorese kwestie schreef Alatas later dat het bloedbad een keerpunt was waarna de internationale gemeenschap steeds minder begrip had voor het Indonesische standpunt. De titel van het boek slaat op een opmerking die hij ooit maakte tegen een journalist, dat het probleem van Oost-Timor niet meer dan ‘een steentje in de schoen’ was voor Indonesië. Bij het uitkomen van zijn boek twee jaar geleden erkende hij dat het steentje een ‘enorme kei’ was geworden die Indonesië zware schade had bezorgd. Zelf leed hij ook onder de affaire. In de jaren negentig greep hij naast de post van secretaris-generaal van de Verenigde Naties door de kwestie Oost-Timor.
