Harvey Pekar (1939-2010)
Harvey Pekar, auteur van de strip American Splendor, mopperde graag op zijn leven, succes en fans. Die zwarte kijk op het bestaan was tegelijkertijd zijn grote kracht.
Harvey Pekar woonde vrijwel zijn hele leven in de in zijn ogen deprimerende Amerikaanse stad Cleveland, waar hij dertig jaar lang hetzelfde saaie werk als archiefbediende deed. Maar zijn leven, dat zo ongelooflijk gewoontjes was, vormde de inspiratiebron waarmee hij zichzelf kon omtoveren tot een onsterfelijk strippersonage.
Harvey Pekar, schrijver van de autobiografische strip American Splendor, is op 12 juli 2010 op 70-jarige leeftijd overleden. In zijn strips, die tussen 1976 en 2008 verschenen, maakte hij met zwartgallige humor zijn eigen doorsnee bestaan belachelijk. De herkenbare verhalen over welke rij hij moest kiezen in de supermarkt, hoe zijn vrouw hem verliet en de omgang met zijn eigenzinnige collega’s sloegen aan bij lezers.
Pekar klaagde graag dat hij niet kon rondkomen van zijn undergroundstrip. In Odds and Ends uit 1997 mopperde hij dat stripfans niet geïnteresseerd zijn in het echte leven. „Mijn verhalen zonder punchline of happy ending maken [de meeste striplezers] van streek. Ze willen spul dat op het einde netjes opgelost is, ook al is dat niet hoe het echte leven is.”
Pekar bagatelliseerde zijn succes ten onrechte. Zijn strips mochten dan niet zo goed verkopen als een Spider-Man of Superman, voor American Splendor kreeg Pekar lovende kritieken. In 1987 won hij de American Book Award voor het eerste deel van American Splendor. De lokale Clevelandse krant The Plain Dealer noemde Pekar een „striplegende”. In 2003 werd zijn leven verfilmd als American Splendor door het New Yorkse regisseursduo Shari Springer Berman en Robert Pulcini. Acteur Paul Giamatti speelde Pekar, maar de stripauteur trad zelf ook op in de film.
Harvey Pekar werd op 8 oktober 1939 geboren in de VS als kind van Poolse immigranten. In 1962 ontmoette hij striptekenaar Robert Crumb, bekend van Fritz the Cat en Mr. Natural, met wie hij een voorliefde voor jazz en blues deelde. Die passie uitte zich in de vele jazzrecensies die Pekar schreef. Tien jaar later schreef hij zijn eerste autobiografische strip, die Robert Crumb voor hem illustreerde.
Pekar zelf kon niet tekenen, maar werkte samen met enkele van de belangrijkste striptekenaars uit de Amerikaanse underground, naast Crumb ook Joe Sacco, Frank Stack en Joe Zabel.
Pekar was geregeld te gast bij de televisieshow van David Letterman, waar hij de grenzen opzocht van wat zijn gastheer toeliet. In een uitzending in augustus 1988 maakte hij openlijk ruzie met Letterman, die vervolgens zei dat hij nooit meer te gast mocht zijn. Toch keerde Pekar er later nog eens terug.
Ondanks zijn chagrijnige voorkomen in zijn strips en bij Letterman was Pekar „barmhartig” en „empathisch”, zei Paul Giamatti. Die film, waarin Pekar zelf optrad als verteller, won dat jaar de grote prijs op het Sundance Film Festival.
Pekar was toen net twee jaar met pensioen. Wel bleef hij strips maken, vanaf 2006 zelfs voor de grote uitgeverij DC Comics. Ook voerde hij nog lang zijn andere passie uit: het schrijven van jazz- en boekrecensies.
Pekar werd gevonden in zijn huis in Cleveland door zijn vrouw. Autopsie zal moeten uitwijzen waaraan hij is overleden. Hij overleefde begin jaren negentig kanker, een ervaring waarover hij met zijn vrouw de strip Our Cancer Year schreef.
Bekijk clips van Pekar bij Letterman op nrc.nl/cultuurblog
