Willem Breuker (1944-2010)

 Het Willem Breuker Kollektief, hier op een treinwagon in 1984, verloor gisteren zijn grote voorman. Jazzmusicus Willem Breuker (midden met baard) overleed  op 65-jarige leeftijd  aan longkanker. Breuker was een toonaangevend jazzvernieuwer en onvermoeibare organisator. Hij verrijkte de geïmproviseerde muziek door die te mengen met theatermuziek, draaiorgels, late romantiek, fanfare.
door Amanda Kuyper

Met zijn Kollektief, zijn "Klap op de vuurpijl" en zijn liefde voor de muzikale kruisbestuiving was Willem Breuker een spilfiguur in de geïmproviseerde muziek.

De noten kwamen vanzelf. Maar wát graag wilde hij zijn hoofd legen. ,,Ik kan het allemaal niet bewaren, daar word ik heel onrustig van”, zei de jazzmusicus en componist Willem Breuker, die op 23 juli 2010 op 65-jarige leeftijd in Amsterdam overleed aan longkanker door asbest. In 2005 zei hij: „Hoewel ik bij veel oudere musici een soort muzikale moeheid constateer, voel ik dat helemaal niet. Soms sta ik ’s nachts op om iets op te schrijven. De volgende dag lees ik het terug, begrijp er niets van en lach me dan rot om alle waanzin.”

Vrijer dan de muziek van het Willem Breuker Kollektief zal de Hollandse jazz waarschijnlijk nooit meer worden. In de jaren zestig riep rietblazer, componist, bandleider en platenbaas Willem Breuker de revolutie uit in bebopland. Breuker was een eminent vertegenwoordiger van de geïmproviseerde muziek en een spilfiguur in het Nederlandse kunstleven; een enthousiaste dwarsligger die doorlopend van alles oprichtte, aanrichtte, opjoeg, aanjoeg, bekleedde en bestierde.

Breuker liet het hoofd niet snel hangen. Maar het behoud van zijn Willem Breuker Kollektief en het behoud van zijn jaarlijkse eindejaarsfestival Klap op de Vuurpijl – waarin hij een mix van hedendaags klassiek, wereldmuziek en geïmproviseerde muziek liet horen – kostte hem heel wat energie. Want het werd ieder jaar moeilijker om aan geld te komen. Deze lente wist hij nog via de rechter een subsidiestop te keren. Het Kollektief vierde vorig jaar november zijn 35-jarig jubileum met het concert Nog lang niet jarig, met gastoptredens van onder anderen wereldkampioen kunstfluiten Geert Chatrou.

Willem Breuker had een groot ego, een enorme dadendrang en een ongelooflijke haast. Hij was actief als rietblazer, bandleider, arrangeur, componist, platenbaas, agitator, bestuurder en organisator. Hij was eigengereid, ongeduldig en een betweter eerste klas. Hij vocht tegen wat hij verkalkte structuren vond en richtte eigen instituten op. Hij was een breker maar ook een bouwer. Zijn grootse creatie was zijn Kollektief dat hij met koortsachtige bedrijvigheid over de hele wereld voerde. Van Australië naar Marokko, van India naar de Antillen, van Moskou naar Hong Kong en Peking. Toen in 1999 het kiekjesboek Celebrating - 25 Years on the Road, verscheen was het Willem Breuker Kollektief negen keer in de VS geweest.

Breuker had niets op met keurig gespeelde jazz. Hij zette zich af tegen de Amerikaanse jazzwereld, die hij te traditioneel vond. Hij zag weinig in het spelen van standards uit het ‘Great American Songbook’ en haalde zijn inspiratie liever uit het mengen van andere, uiteenlopende muziekstijlen. „Er zijn nu goede instrumentalisten, maar hun muziek is weinig brutaal”, zei hij. „Muziek voor een hoog cijfer. Maar wat mij het meeste dwars zit is het eendimensionale denken. Eén plus één moet altijd twee zijn. En waarom niet negeneneenhalf? Dat is toch veel leuker. Houd richting de uitkomst een gigantische flauwekulverhaal op en er komt misschien juist iets boeiends uit.”

Breuker werd in 1944 geboren op driehoog in Amsterdam-Oost. Hij was autodidact op diverse instrumenten, voor klarinetles ging hij op zijn tiende naar de Volksmuziekschool. Op zijn vijftiende maakte hij zijn eerste plaatje in eigen beheer en een jaar later schreef hij zijn eerste compositie. Hij speelde basklarinet en saxofoon in de harmonie van Tuindorp Oostzaan tot hij werd geroyeerd wegens het misbruiken van zijn instrumenten. Hij werd verwijderd van het Amsterdams Muzieklyceum met het advies nooit de muziek in te gaan, maar hij won daarna drie keer de solistenprijs op het Famos Jazzconcours in Amsterdam.

Breukers doorbraak kwam in 1966. Hij ging op tournee met de band van de Duitse multi-instrumentalist Gunter Hampel, speelde bij Boy Edgar tijdens een concert op het Holland Festival en was op de tv te zien met The Litany for the 14th of June, een muzikale impressie van de Telegraafrellen van dat jaar, waarmee hij het Loosdrecht Jazz Concours op stelten zette. Het werd ook het titelstuk van zijn eerste lp, geheel gevuld met eigen werk. Er volgden platen met Hampel en Alexander von Schlippenbach en aan het eind van het jaar kozen de lezers van het tijdschrift Jazzwereld hem tot beste Nederlandse tenorsaxofonist.

In het jaar daarna richtte Breuker de Instant Composers Pool (ICP) op, samen met pianist Misha Mengelberg en drummer Han Bennink. Met de laatste maakte hij onder de naam New Acoustic Swing Duo zijn tweede lp en speelde hij mee op Machine Gun van het Peter Brötzmann Octet, het Europese antwoord op de free jazz van Ornette Coleman en de elpee Ascension van John Coltrane. Hoewel Breuker veel van jazz wist voelde hij zich geen jazzcat met het juiste gevoel voor blues en bebop. Hij speelde voor negentig procent eigen muziek maar besteedde ook aandacht aan andere componisten tussen wal en schip: Weill, Gershwin en Grofé.

Dat Breuker anders was dan pure blazers als Piet Noordijk en Harry Verbeke bleek ook uit zijn componeerpraktijk. Hij schreef ook muziek voor opera’s, filmmuziek voor regisseurs Johan van der Keuken, George Sluizer en Paul Verhoeven, theatermuziek bij voorstellingen van Peter Weiss, Hugo Claus, Brecht, Handke, Ischa Meijer en Freek de Jonge.

Tussen 1970 en 1974 was Willem Breuker betrokken bij Louis Andriessens orkest De Volharding, de overname van Stichting Jazz In Nederland (SJIN), de oprichting van de beroepsvereniging van Improviserende Musici (BIM) en het huisvesten van het oude BIMhuis op de Oude Schans. Ook daarna bleef hij een actief belangenbehartiger voor allerlei clubs, en een voorvechter voor het verkrijgen en behouden van kunstsubsidies.

In 1974 zette hij zijn Kollektief op poten. De leden van dat Kollektief mochten zich uitleven in titels als De Achterlijke Klokkenmaker, La Plagiata, Midzomernachtmerrie en De Vuile Wasch. De elfkoppige bigband koppelt uitzinnige free jazz aan sombere, theatrale muziek in de stijl van Kurt Weill. Er viel ook altijd wel iets te lachen bij Breuker. Hoedjes, vlaggetjes en toeters zijn de attributen voor een vorm van ongein waarmee alleen hij wegkwam. „Hoe Breuker, hoe leuker,” werd een gevleugelde leus.

In 1975 richtte hij zijn label BVHaast op dat ruim honderd platen uitbracht ook en begon hij zijn eindejaarsfestival Klap op de Vuurpijl. Breuker wilde de mensen ,,eens andere muziek laten horen”. De Klap, constateerde hij in 2005, is toch een mooie traditie geworden. ,,Toen ik het dertig jaar geleden begon was er helemaal niets in de stad. Alles was totaal uitgestorven, op een film van Walt Disney of iets anders verschrikkelijks na. De mensen liepen met hun ziel onder hun arm.”

,,Als ik me iets aangetrokken had van alle kritiek was ik nu portier geweest bij het Concertgebouw”, zei hij in 1993 bij een terugblik. Hoewel Breuker aanvankelijk een underdog was, of die rol met verve speelde, werden zijn prestaties wel erkend. Hij ontving als enige twee keer de Grote Prijs van de Nederlandse Jazz, hij won een Gouden Kalf, een Edison, een Zilveren Lessenaar en een Bird. Daarnaast kreeg hij onderscheidingen in andere Europese landen. In 1992 was hij onderwerp van een Franse biografie, geschreven door het echtpaar Buzelin, die in het Nederlands verscheen met de ondertitel ‘Maker van Mensenmuziek’. Breuker schreef een compositie voor koningin Beatrix en werd in 1998 Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

Eind jaren negentig begon zijn bedrijf te slijten en zijn publiek te vergrijzen. En al was zijn muziek nog steeds dwars, en wars van logica, en al speelde hij heus nog wel graag de luis in de pels, Breuker hoefde niet meer zo nodig op de barricaden: „We wilden laten zien dat het ook anders kan, dat je zelf mag nadenken. Geen slaaf zijn van een systeem of een gedachte. Toen wij onze vrije muziek maakten en ook de componistenhoek niet meer wist hoe ze verder moesten komen met hun seriële componeren, dacht ik met mijn wat idealistische en romantische geest dat alles een beetje naar elkaar toegroeide. Maar de hele beweging is vast gelopen.”

Dat het met hemzelf niet goed ging werd pas duidelijk toen het Kollektief met een invaller ging spelen. Maar Breuker herstelde op bijna wonderbaarlijke wijze van een ernstige leverziekte. Na een transplantatie ging toch weer optreden. En na een roemruchte zomer, waarin het orkest voor het eerst in 35 jaar in zijn voortbestaan werd bedreigd, klonk hij in 2008 naar oordeel van criticus Frans van Leeuwen ,,vinnig als vroeger, zij het korter van stof”.

Dit stuk is gebaseerd op een eerder artikel van de woensdag overleden jazzcriticus Frans van Leeuwen.

Gepubliceerd in:
Necrologieën 2010