Chaos, stenen en traangas

Traangas, knuppelende agenten, waterkanonnen en stenen gooiende betogers. Het beeld in Tbilisi deze week verschilt met de vreedzame Rozenrevolutie van vier jaar geleden.
Door Michel Krielaars en Peter Michielsen

Moskou/Rotterdam.

Tbilisi, woensdag: traangas op de statige Roestaveli-boulevard, de centrale boulevard van de Georgische hoofdstad. Knuppelende agenten met gasmaskers op. Waterkanonnen. Stenen gooiende betogers. Noodtoestand. En een ooit zo veelbelovende president, Michail Saakasjvili, die zegt: „Het is het werk van Moskou.”

Vier jaar geleden werd Michail Saakasjvili door ditzelfde volk naar het presidentschap gedragen. Dat gebeurde met massademonstraties, in wat ‘de Rozenrevolutie’ werd genoemd. Het bewind van zijn voorganger, Edoeard Sjevardnadze, zakte zonder protest ineen. En bij de presidentsverkiezingen van begin 2004 kreeg Misja 96,3 procent van de stemmen – een uitslag die eerder bij een dictatuur dan bij een democratie past, maar die in dit geval niemand verbaasde.

Want de nieuwe president was jong, dynamisch en daadkrachtig. Hij legde de vinger op zere plekken. En die zere plekken zou hij aanpakken. De weggelopen regio’s Abchazië, Zuid-Ossetië en Adzjarië bijvoorbeeld. En de corruptie. Hij leidde, zelf 36, een regering van dertigers die in het buitenland waren opgeleid. Vol overtuiging ging hij aan de slag.

Ook in het buitenland was er een gevoel van opwinding over de omwenteling. Niet voor niets bezocht president Bush Georgië in mei 2005. En zei hij in een toespraak tot tienduizenden Georgiërs: „Uw moed inspireert democratische hervormers en stuurt een boodschap die weergalmt door de wereld: vrijheid is de toekomst voor iedere natie en voor ieder volk op aarde. Omdat u handelde, is Georgië vandaag zowel soeverein als vrij. En een lichtend voorbeeld voor vrijheid in deze regio en in de wereld.”

In Nederland kwam er nog een persoonlijk element bij: de vrouw van Saakasjvili kwam uit Terneuzen. Sandra Roelofs werd geïnterviewd door alle tv-programma’s en kranten die haar konden krijgen. Ze vertelde zo mooi over haar sprookje met Misja, haar zoontje Eduard en haar populariteit in dat verre land, waar zij niet over straat kon zonder aangeklampt te worden.

De betogers op wie de oproerpolitie deze week keihard insloeg, waren in veel gevallen dezelfde mensen die Saakasjvili eind 2003 in het zadel hielpen. „Ik heb op Misja gestemd. Maar hij is nog maar een politiek lijk”, zei één van hen gisteren. Veel leiders van de huidige oppositie tegen Saakasjvili zijn leden van die befaamde regering van dertigers die in 2004 aantrad. De president heeft zijn medewerkers in de loop der tijd van zich vervreemd. Zoals hij ook veel van zijn aanhang van zich heeft vervreemd.

Veel Georgiërs zijn teleurgesteld in Saakasjvili. Beloften zijn niet waargemaakt. Twee van de drie weggelopen regio’s zijn niet onder het gezag van Tbilisi teruggebracht, zoals hij had beloofd. De corruptie is niet zichtbaar afgenomen. De levensstandaard is voor de meeste Georgiërs niet of nauwelijks gestegen.

En van democratische hervormingen komt weinig terecht, constateerde de Raad van Europa onlangs. Rechters zijn niet onafhankelijk en de macht van de president is te groot. De mensenrechtenorganisatie Freedom House was al even kritisch over de staat van de mensen- en burgerrechten. En de permanente ruzie met Rusland is de afgelopen jaren alleen maar erger geworden.

Waar is het misgegaan? En ligt dat aan Saakasjvili of aan de omstandigheden?

De president heeft Rusland steeds de schuld gegeven van zijn eigen onvermogen betere resultaten te boeken. En zeker, als er slechte economische resultaten werden geboekt, kon dat mede te maken hebben met de Russische economische boycot van Georgische producten. En dat de separatistische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië nog steeds niet onder gezag van Tbilisi zijn teruggekeerd, heeft zonder twijfel te maken met de Russische steun voor de separatisten.

En Saakasjvili’s problemen hebben óók te maken met de erfenis die hij bij zijn aantreden in handen kreeg. Het team van kundige dertigers dat aantrad, was een anomalie in een land dat verder niet veel kundige dertigers in huis had. Georgië was een corrupte, straatarme ex-Sovjet-republiek.

Zo’n land kan niet binnen een paar jaar door een handvol briljante deskundigen worden veranderd in een corruptievrij welvarend land. Zelfs niet als het Westen helpt – en dat helpt graag, want Georgië is als doorvoerland van olie uit Azerbajdzjan heel belangrijk. Voor een dergelijke transformatie is meer tijd en zijn meer deskundigen nodig. Het helpt dan niet als de president zelf, niet gespeend van autoritaire trekjes, zijn medewerkers van zich vervreemdt.

Tot vorige maand bleef het ongenoegen verborgen. De vlam sloeg in de pan toen één van die weggelopen medewerkers, Irakli Okroeasjvili, oud-minister van Defensie, meldde een nieuwe partij te hebben gesticht. En daarbij zei hij dat Saakasjvili hem ooit opdracht had gegeven een opposant te vermoorden. Ook zou Saakasjvili zelf corrupt zijn: een miljard dollar hadden hij en zijn familie zich toegeëigend, zei Okroeasjvili.

Okroeasjvili werd gearresteerd. Niet om wat hij had gezegd, maar om wat hij meer dan een jaar eerder, als minister, zou hebben misdaan: machtsmisbruik, afpersing, geld witwassen. Bij zijn vrijlating (op borgtocht) trok hij een paar dagen later zijn beschuldigingen prompt in. Maar afgelopen weekeinde herhaalde hij ze, vanuit het veilige München. Hij had ze „onder dwang” ingetrokken. „Een nieuwe Adolf Hitler”, zei Okroeasjvili over de man met wie hij ooit zo vertrouwd was.

Waar of niet waar – de affaire-Okroeasjvili had één belangrijk gevolg: de oppositie sloot zich aaneen. Jarenlang was die verdeeld. Nu opeens vormden tien oppositiepartijen een gezamenlijk front. Ze vonden elkaar in de gezamenlijke opvatting dat Saakasjvili zijn pro-westerse beleid, dat hem de lieveling van de internationale gemeenschap heeft gemaakt, misbruikt om zijn autoritaire gedrag te maskeren. In werkelijkheid is zijn regering, zo stelde oppositieleider Georgi Chaindrava, ook al een ex-medewerker van Saakasjvili, „een stel bandieten”, „een terroristische groep”.

Om tegemoet te komen aan de oppositie heeft Saakasjvili inmiddels vervroegde presidentsverkiezingen uitgeschreven. Maar voor de jonge president is de zaak duidelijk: Rusland zit achter het protest. Het wil Georgië terug in het gareel. Om die beschuldiging kracht bij te zetten werden woensdag drie Russische diplomaten het land uitgezet. Zij waren „spionnen”. De Georgische ambassadeur in Moskou werd teruggeroepen.

Of Rusland iets te maken heeft met de huidige crisissituatie is allesbehalve zeker. Moskou weet dat elke poging om de huidige situatie in Tbilisi te beïnvloeden averechts zou werken. Want wat de verschillen tussen Saakasjvili en zijn tegenstanders ook mogen zijn, ze zijn het eens over de noodzaak onafhankelijk van Rusland te zijn. Als Moskou werkelijk een rol in het conflict zou spelen, zou de oppositie niet anders kunnen doen dan zich achter Saakasjvili scharen – tegen hun gezamenlijke vijand.

Kaukasusdeskundigen in Moskou noemden gisteren de beschuldigingen van Saakasjvili tegen Rusland dan ook klinkklare onzin, alleen bedoeld om zich van de steun van de VS te verzekeren. Het Kremlin sprak van „anti-Russische hysterie”. Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov zei dat de onrust een zaak van Georgië en het Georgische volk zelf is. Leonid Sloebski, voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken in de Doema, beschuldigde Saakasjvili van paranoia: „In plaats van de economische en sociale problemen van zijn land op te lossen ziet de president van Georgië nu overal extra Russische geheim agenten en vijanden van het volk.” Ook voorspelde Sloebski dat Saakasjvili’s regering na deze crisis een dictatuur zal zijn. Sommige Russische media vergeleken Saakasjvili vandaag met zijn landgenoot Stalin: even paranoïde, die twee.

Voor het Westen is Georgië met name van belang als doorvoerland voor olie uit het naburige Azerbajdzjan. Sinds 2005 stroomt er olie van Azerbajdzjan naar het Turkse Ceyhan. BP leidde de aanleg van de Bakoe-Tbilisi-Ceyhan (BTC), een ‘anti-Russische’ pijpleiding die zich via Georgië moeizaam over pro-westers terrein door de Kaukasus slingert.

President Saakasjvili heeft zich sinds zijn aantreden in 2004 hard opgesteld tegen Rusland, veel meer dan de andere voormalige Sovjetstaten in de regio, die Rusland ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie als zijn invloedsfeer is blijven beschouwen. Saakasjvili’s pro-Westerse houding droeg eraan bij dat de Russische gasgigant Gazprom eind 2006 de prijs die Georgië voor Russisch gas moet betalen meer dan verdubbelde. Hetzelfde gebeurde in Oekraïne, waar president Joesjtsjenko een al even pro-Westers beleid voerde.

Georgië is geen lid van de NAVO, maar wil dat wel graag worden, om zich te verzekeren van de bescherming van het bondgenootschap, tegen het steeds machtigere Moskou. Zo bezien is het Westen belangrijker voor Georgië, dan andersom.

Het recente aanbod van Georgië om tweehonderd militairen en helikopters ter beschikking te stellen voor de vredesoperatie in de Afghaanse provincie Uruzgan, waar ook het Nederlandse leger actief is, wordt dan ook beschouwd als een poging van Georgïë om dat NAVO-lidmaatschap dichterbij te brengen.

Gepubliceerd in:
nrc.next