Een plastic zak als pillendossier

Wachtkamer van huisartsenpraktijk in Haaksbergen. Onder: Joris van Grafhorst in zijn spreekkamer
Door onze redacteur Wubby Luyendijk

Een groep apothekers en een ziekenhuis wilden experimenteren met het digitale patiëntendossier. Om medicijngegevens uit te wisselen. Maar de techniek hapert. Nog steeds.

Rotterdam, 27 dec. In het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam maken ze het vaak mee. Opa heeft een hartaanval of hersenbloeding gehad, de ambulancebroeders vragen om zijn medicijnen. De kinderen dumpen alles wat ze in de badkamer vinden in een plastic zak. En dan, vertelt bestuursvoorzitter Henk Gerla, belanden de pillen, doosjes en potjes op de balie van de eerste hulp. Zoek het maar uit.

Het is een nachtmerrie voor elke ziekenhuisarts. Wat slikt opa nu echt? Vochtafdrijvers en bloeddrukverlagers. In welke dosering? Dat staat op de doosjes, maar waar zijn die? Welke van de drie cholesterolverlagers nam hij het laatst? En pas op: op één verpakking staat dat hij twee jaar geleden bloedverdunners kreeg. Als dat nog steeds zo is, moeten voor een operatie maatregelen worden genomen.

Oktober vorig jaar presenteerde Rotterdam de oplossing. Het Sint Franciscus Gasthuis, juichte het ziekenhuis in een persbericht, heeft als eerste ziekenhuis in Nederland het elektronisch medicatiedossier getest. De ziekenhuisapotheek kon voortaan via een landelijk netwerk bij apotheken uit de regio patiëntendossiers opvragen en zien welke medicijnen aan de patiënt waren voorgeschreven. Om alvast te oefenen met het elektronisch patiëntendossier (EPD).

Maar veertien maanden later, in december 2008, is de plastic zak nog steeds een beproefde methode. Met apotheken uit de buurt wisselt het ziekenhuis nog geen medicijngegevens uit. De verbinding bleek nog onvoldoende in orde. De medicijninformatie was verhaspeld. Sommige zinnen waren niet leesbaar. En de dosering ontbrak. Zolang we niet heel zeker weten dat de informatie die we ophalen klopt en volledig is, zegt bestuursvoorzitter Gerla, beginnen we niets. Apotheker Hans de Tombe uit Ridderkerk: „De Rotterdamse metro kan een ov-kaart invoeren die nog niet waterdicht is. Dat willen en kunnen wij ons niet permitteren. Als artsen een patiënt behandelen zonder dat je zijn medicijngebruik volledig in kaart hebt, kan dat levens kosten.”

Voor de duidelijkheid: het ziekenhuis en de twintig aangesloten apotheken in Rotterdam en omgeving geloven in het elektronisch patiëntendossier. Ze kunnen er snel cruciale informatie mee achterhalen, en daarmee is een patiënt beter af. Dat is ook de reden dat ze drie jaar geleden in opdracht van de minister van Volksgezondheid gingen oefenen met het elektronisch medicatiedossier. Maar daar komt weinig van terecht zolang de techniek het laat afweten. En dat betekent, zeggen de experimenterende apothekers, dat invoering in 2009 „onhaalbaar” is. Als het aan minister Klink (Volksgezondheid, CDA) ligt, moeten eind volgend jaar de 1.900 apotheken, 7.000 huisartsenpraktijken, 130 huisartsenposten en 94 ziekenhuizen patiëntengegevens via het landelijk netwerk met elkaar uitwisselen.

Van de drie grote leveranciers die samen zo’n 1.800 apotheken van datasystemen voorzien, is er pas één in staat de verbinding te leggen met het landelijk netwerk. Maar van die leverancier werkt nog niet alle software. Een ander verwacht eind volgend jaar zover te zijn. En de derde maakt nu aanstalten om met de aansluiting te beginnen. Ook lopen de experimenterende apothekers aan tegen „tenenkrommende rompslomp” met de toegangspas. Die unieke identificatiepas hebben ze nodig om het netwerk op te komen.

Het tekentafelontwerp botst met de praktijk. Het aanvragen van een pas duurt lang en het gebruik is omslachtig. Een apotheker die in twee vestigingen werkt, heeft twee passen nodig. Een assistente die baliedienst heeft en tegelijk achterin de apotheek werkt, moet voordurend in- en uitloggen. In de woorden van apotheker De Tombe: „Ik zeg de hele tijd tegen die systeembeheerders: ga eens in de sloffen van je klant staan.”

Hans de Tombe heeft twee apotheken in Ridderkerk. Zijn apotheek was als eerste apotheek van Nederland aangesloten op het landelijke netwerk. Toen hij aan de slag wilde, bleek zijn toegangspas „geploft”. Hij kon het netwerk niet op. Dat was onbestaanbaar volgens de systeembeheerders. Na twee weken telefoneren mocht De Tombe alsnog een nieuwe pas aanvragen. Daar moest hij „in een versnelde procedure” zeventien werkdagen op wachten. Nadat hij daarover had verteld aan de redactie die voor het ministerie een nieuwsbrief bijhoudt, werd de passage uit het interview geschrapt. De Tombe: „Ik werd gecensureerd. Het landelijke patiëntendossier is een aanwinst, maar door nodeloze bureaucratie haken zorgverleners af.” En afhakers leggen de bijl aan de wortel van het EPD. Wanneer niet alle behandelaars meedoen, zijn de dossiers incompleet en werkt het EPD niet.

Haperende techniek is struikelblok nummer één in de proef, beaamt Beatrijs Willems van apothekersorganisatie KNMP. Dat ervaren ook de twee andere proefregio’s, Amsterdam en Harderwijk, die medicijngegevens uitwisselen. Alleen het ziekenhuis in Harderwijk is erin geslaagd dossiers via het netwerk uit te wisselen met drie apotheken uit de buurt. De technische problemen zijn oplosbaar, zegt Roland Ekkelenkamp vanuit Harderwijk, „al kosten ze tijd, veel meer tijd dan voorzien”.

Gevolg is dat er volgens de KNMP „veel te weinig praktijkervaring” is opgedaan. Er zijn, zegt Beatrijs Willems, „onduidelijkheden over privacy en de verantwoordelijkheid voor de gegevens in het dossier”. Ook is de meerwaarde van het elektronisch medicatiedossier beperkt, zegt ze. Nieuw is dat apothekers via het netwerk met ziekenhuizen en huisartsen in verbinding staan. Maar inhoudelijk doen de meesten „een stap terug”.

Zo’n 1.700 apotheken wisselen in de regio onderling patiëntgegevens uit – niet veilig en zorgvuldig genoeg volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg en ook de apothekers zelf. In die dossiers, vertelt Willems, staat meer informatie dan in het landelijk elektronisch medicatiedossier. Dat dossier informeert alleen over verstrekte medicijnen. Via de regionale systemen krijgen de apothekers ook inzicht in de allergieën van een patiënt, de contra-indicaties en zijn labwaarden. „Zolang er in het landelijke patiëntendossier niet meer informatie kan worden gewisseld, blijft regionale uitwisseling noodzakelijk.”

En er is nog een probleem. Al zouden behandelaars medische dossiers willen uitwisselen, dan kunnen ze dat nu niet. Het netwerk is buiten gebruik. Er is tijd nodig om „zorgvuldig” de 330.000 bezwaren te verwerken van mensen die niet willen dat hun patiëntgegevens via het landelijk elektronisch patiëntendossier beschikbaar komen. Pas vanaf 30 maart kunnen huisartsen, huisartsenposten, ziekenhuizen en apothekers elkaars gegevens weer inzien via het landelijk netwerk. Tot nu toe deden 87 van de ruim 9.000 betrokken zorgverleners dat.

En het ministerie van Volksgezondheid? In een reactie op de Rotterdamse ervaringen zegt programmadirecteur Ellen Maat dat „de technische problemen zijn opgelost”. En ook voor het pasgebruik, zegt ze, is een oplossing gevonden. Het evaluatierapport over de apothekersproeven dat minister Klink de Tweede Kamer in juni had beloofd, verschijnt in januari. Dan praat de Kamer ook over het wetsvoorstel en zal moeten blijken of de minister de afspraak uit het regeerakkoord kan waarmaken. Daarin staat dat het elektronisch patiëntendossier „uiterlijk in 2009” wordt ingevoerd.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Patiëntendossier
Binnenland
Nederland