Sint Maarten vrijhaven voor criminele gelden

De patrouillerende kustwacht op Sint Maarten(2003).
Door onze redacteur Jos Verlaan

Op St. Maarten kan de georganiseerde misdaad zijn gang gaan, is de indruk na een onderzoek van de WODC. Het eilandsbestuur kijkt de andere kant op.

Rotterdam, 8 okt. Een vrijhaven voor drugssmokkelaars, wapenhandelaars, witwassers en terrorismefinanciers: Sint Maarten is nagenoeg ongecontroleerd in de greep van de georganiseerde criminaliteit. Dat beeld schetst het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in het rapport ‘Georganiseerde criminaliteit en de rechtshandhaving op St. Maarten’ dat later deze week zal worden aangeboden aan de Antilliaanse minister van Justitie David Dick.

Sint Maarten geldt, net als Curaçao, als doorvoerhaven van cocaïne en andere drugs richting Amerika en Europa, zo bleek al eerder uit onderzoek. Uit het WODC-rapport blijkt dat de stormachtige economische groei van de afgelopen jaren op het eiland hand in hand is gegaan met de ongecontroleerde instroom van dubieuze geldstromen, vooral uit Turkije en de voormalige Oostbloklanden. „Als we het op St. Maarten hebben over de top van de georganiseerde misdaad, hebben we het over witwassen, casino’s en investeringen van crimineel geld. Maar het is er nooit van gekomen om dat te onderzoeken”, aldus een respondent in het onderzoek.

Het is een obstakel waar de WODC-onderzoekers voortdurend tegenaan lopen. Justitiële gegevens ontbreken over de mate waarin het eiland in de greep is van de georganiseerde criminaliteit. Opsporingsdiensten als de douane, kustwacht, recherche, inlichtingendiensten of de vreemdelingendienst zijn structureel onderbezet. Ze hebben geen zicht op wat er werkelijk aan illegale goederen- of smokkelstromen bestaat.

Het staat in ieder geval vast dat de herkomst van gelden die op St. Maarten geïnvesteerd worden, nooit wordt onderzocht. Fiscale controles vinden nauwelijks plaats, aanslagen zijn vaak gebaseerd op drijfzand. „We weten echt niet of de in belastingaanslagen opgenomen informatie correct is en het kan ook niet meer gecontroleerd worden”, aldus een respondent. Dat geldt met name voor de talrijke casino’s op het eiland. „Casino’s hebben zo hun trucs om zo min mogelijk winst te maken.”

In het licht van een toekomstige autonome status van St. Maarten binnen het Koninkrijk der Nederlanden, boog het WODC zich ook over de vraag of het eilandsbestuur voldoende slagkracht heeft om zich tegen georganiseerde criminaliteit te weren. Harde feiten ontbreken in het onderzoek, maar uit gesprekken met respondenten komt het beeld naar voren dat ‘bepaalde belastingplichtigen bewust worden ontzien’. Of dat voor ‘verschillende captains of industry speciale regelingen zijn getroffen, waardoor zij niet aan hun betalingsverplichtingen voldoen’. Als er al invallen plaats vinden bij nachtclubs, wordt er vervolgens ‘politieke druk opgebouwd om die clubs weer open te houden’.

Er is volgens het WODC nooit onderzocht of er daadwerkelijk smeergeld betaald wordt, corruptie plaats vindt of vriendendiensten bewezen worden. Maar De geluiden over smeergeld, corruptie en vriendendiensten zijn zo veelvuldig dat dat ‘op zichzelf problematisch is’. Er wordt in ieder geval zoveel buiten formele regels om geregeld dat de indruk ontstaat dat ‘bewust of onbewust bepaalde vormen van georganiseerde criminaliteit worden gefaciliteerd’. In de praktijk, aldus het WODC, is het bij gebrek aan gegevens niet mogelijk om ‘geruchten en werkelijkheid te scheiden’. Of, zoals een medewerker van het Openbaar Ministerie het uitdrukte: „er is geen sprake van politieke steun om fraude en corruptie aan te pakken”. Die steun ontbreekt zelfs bij het onderzoek daarnaar. Bovendien belemmerde een gebrekkige ondersteuning door de politiek om fraude en corruptie de uitvoerbaarheid van opsporingsonderzoeken’.

Het eilandsbestuur zegt bij monde van gedeputeerde (commissionair) Sarah Wescott-Williams de bevindingen van het WODC niet te willen weerleggen. Het onderzoek geeft volgens haar aan dat de rechtshandhaving op het eiland over een reeks van jaren ernstig is verwaarloosd. Maar dat is volgens haar niet de schuld van het eilandsbestuur. Rechtshandhaving is namelijk de verantwoordelijkheid van de Antilliaanse regering én opsporingsinstanties in Nederland, meent zij.

„Wij hebben al zó vaak aangedrongen op extra geld en betere samenwerking. Op betere bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit. We waren vorig jaar november, toen de Slotverklaring met Nederland werd getekend over onze toekomstige autonome positie, in de veronderstelling dat daar ook afspraken over gemaakt waren.”

Eilanden spelen mogelijk rol in financiering terroristen

St. Maarten speelt mogelijk, net als Curaçao en Aruba, een rol in het doorsluizen van crimineel geld naar terroristische bewegingen in het Midden-Oosten en Afghanistan, zo blijkt uit het WODC-onderzoek. Harde bewijzen ontbreken, maar opsporingsdiensten onderzoeken of vanuit het eiland geld is overgemaakt naar Hamas of de aan Hamas gelieerde Holy Land Foundation. Uit Amerikaanse rechtshulpverzoeken blijkt verder dat onderzocht wordt of een op St. Maarten gevestigd bedrijf in het verleden de Talibaan in Afghanistan financieel heeft ondersteund. Daarbij zou het gaan om meer dan zeven miljoen dollar.

Aanwijzingen hier voor komen van Amerikaanse opsporingsdiensten waarvan het waarheidsgehalte niet vast staat. „Maar als de helft of een kwart ervan waar is, hebben we hier een groot probleem”, aldus een respondent.

De Antillen staan overigens al langer te boek als financieringsbron voor terreurbewegingen., zo bleek uit eerdere jaarverslagen van het Antilliaanse recherchesamenwerkingsteam (RST). Vorig jaar bleek uit rechercheonderzoeken dat drugscriminelen op Curaçao mogelijk betrokken zijn bij financiering van terreurbewegingen in Libanon en Syrië. Daarbij zou het gaan om Antilliaanse drugscriminelen met een Arabische achtergrond.

Gepubliceerd in:
antillen
Binnenland
Meer binnenlands nieuws