Sint Maarten bloeit, politici leven in luxe

Door onze redacteuren Miriam Sluis en Jos Verlaan

Sint Maarten is in de greep van financiële criminaliteit, zeggen onderzoekers. Hotels worden volop gebouwd, maar scholen worden verwaarloosd.

Philipsburg/Amsterdam, 29 okt. Of hij geschrokken is van het recente rapport dat zegt dat op Sint Maarten de georganiseerde criminaliteit nagenoeg vrij spel heeft? Dat justitie, douane of politie nauwelijks in staat zijn om op te treden tegen witwaspraktijken en corruptie? „Welnee”, zegt zakenman Bobby Velasquez. „In dat rapport stond niets nieuws. Ik had verwacht dat het veel steviger zou zijn.”

Velasquez, omvangrijk postuur en heldere blauwe ogen, zit op het gloednieuwe vliegveld van Sint Maarten. „Ik vecht al jaren tegen corruptie, maar ik krijg het idee dat Nederland er niets aan wil doen. Nederland is veel te slap, en ondertussen gaat onze samenleving naar de verdommenis.”

De op Sint Maarten legendarische zakenman heeft al vier decennia een vervoersbedrijf in de haven. Hij botst regelmatig met de voor de haven verantwoordelijke gedeputeerde (in functie vergelijkbaar met een Nederlandse wethouder), die zich volgens Velasquez niet altijd houdt aan de grenzen tussen politiek en zakendoen.

Begin deze maand werd Nederland opgeschrikt door een rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie over criminaliteit op Sint Maarten. Vandaag komen de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, op bezoek op de Antillen, aan op het bovenwindse eiland.

Verhalen over corruptie, nepotisme en politieke belangenverstrengeling, waarbij Sint Maarten als vrijhaven fungeert voor de georganiseerde misdaad en bijbehorende geldstromen, doen op het eiland al vele jaren de ronde. In de jaren zeventig veranderde Sint Maarten van een slaperig visserseiland in een toeristische megabestemming. Daarbij stelde zakenman Claude Wathey, tot eind jaren tachtig politiek leider van het eiland, Sint Maarten open voor ongebreidelde economische ontwikkeling, waarvan ook gezagsdragers een graantje meepikten. Dat systeem is nog goeddeels in tact.

„Corruptie lijkt op Sint Maartten institutioneel geworden”, zegt Tim Boekhout van Solinge van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtwetenschappen. Volgens de criminoloog, die er jeugdcriminaliteit onderzocht als onderdeel van een vergelijkend onderzoek in 33 landen, beschouwen sommige bestuurders het eiland als een melkkoe. „Het is algemeen bekend dat sommige gedeputeerden een luxe leven leiden dat niet verklaard kan worden door hun salaris als eilandbestuurder.”

Boekhout baseert zich op tientallen gesprekken met politie- en justitiefunctionarissen en zakenmensen. Volgens de criminoloog is het gebrek aan opsporing van financieel-economische criminaliteit niet alleen een resultaat van onderbezetting, maar ook van te weinig scholing. „Mensen zonder vereiste opleiding werken op het eiland als officier van justitie. De rechter-commissaris is ook geen jurist. En hier in Nederland kraait er geen haan naar.”

De eilandbestuurders besteden veel aandacht aan economische ontwikkeling, er zijn momenteel weer acht grote hotels in aanbouw, maar sociaal beleid heeft op Sint Maarten nooit prioriteit gehad. Op het Milton Peters College (MPC), een vmbo/havo/vwo-school in de South Reward-vallei, zijn er altijd tussenuren omdat het ontbreekt aan voldoende klaslokalen om alle 1.080 leerlingen gelijktijdig les te geven. De school is de afgelopen jaren toneel geweest van vechtpartijen en incidenten waarbij leerlingen docenten met wapens aanvielen. In de kamer van de rector staan 45 dozen met gloednieuwe computers, waarmee leraren straks met één druk op de knop dossiers van leerlingen kunnen opvragen. En met de bewaking kunnen communiceren. De volgende stap is het plaatsen van camera’s en detectiepoorten.

Volgens rector Yvette Halley is het dit jaar rustiger op MPC. „Door een lik-op-stuk beleid gaat het beter, we hebben ook een aantal rotte appels weggestuurd”, aldus Halley. Waar de drop-outs zich nu ophouden weet niemand. „Er zijn zwermen jongeren”, zegt een docent, „die volkomen vrij zijn, waar niemand grip op heeft.”

Dat wreekt zich. Volgens Boekhout zit Sint Maarten in de beginfase van zware bendevorming onder jongeren, zoals hij dat eerder op Jamaica constateerde. „Je kunt het scenario van de wording van zware criminaliteit zo uittekenen. En er is vanuit het eilandsbestuur geen sociaal beleid om het tij te keren, alleen commercieel beleid om hotels en casino’s aan te trekken. Schooldirecteuren, sociaal werkers en andere betrokkenen krijgen gewoon geen voet aan de grond bij het eilandbestuur.”

Ondertussen weet de lokale jeugd al heel goed hoe politieke patronage werkt. „Sarah”, riep een MPC-leerling dit voorjaar tegen politica Sarah Wescot-Williams terwijl ze tijdens de verkiezingscampagne enkele nieuwe schoollokalen opende, „ik stem heus op je de komende tien jaar, maar gimme a laptop now!”

Gepubliceerd in:
antillen
Binnenland