Reconstructie van de vijfdaagse oorlog in Georgië
De Russen hebben zich volgens plan teruggetrokken uit de bufferzones rondom Abchazië en Zuid-Ossetië. Wat zijn de feiten van de augustus-oorlog? Georgië wilde een Blitzkrieg, de Russen lijfden de gebieden gewoon in.
De Russische premier Vladimir Poetin en president Dmitri Medvedev hadden een alibi. De een zat naast George Bush op de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Peking. De ander was op vakantie op de Wolga. Maar de Georgische president Michail Saakasjvili wist het zeker: in de ochtend van 7 augustus waren troepen van het Russische 58ste leger uit de Noord-Kaukasus door de Roki-tunnel zijn land binnengetrokken. Die avond om 23.00 uur gaf hij het sein tot de aanval. Georgische troepen rukten op naar Tschinvali om de tunnel af te sluiten. De stad werd zwaar beschoten, maar de Georgiërs stuitten op fel verzet van Osseetse soldaten, milities en Russische peacekeepers.
De Russische soldaten uit de Noord-Kaukasus kwamen pas een dag later. Tegen hen was het Georgische leger niet opgewassen. Al op 10 augustus moest het Tschinvali prijsgeven. De Russen trokken op naar Tbilisi, maar stopten halverwege in Gori. In de vijfdaagse oorlog werden Georgische militaire objecten gebombardeerd en werd Georgisch grondgebied bezet. Medvedev beschuldigde Saakasjvili van genocide. Zijn populariteit bij de Russen steeg snel.
De NAVO, de Europese Unie en de Amerikanen veroordeelden de Russische inval als ‘disproportioneel’. De Franse president Nicolas Sarkozy pendelde als EU-voorzitter tussen Moskou en Tbilisi om een staakt-het-vuren te bereiken. Het inderhaast in elkaar gedraaide zes-puntenplan bevatte onduidelijkheden die Moskou de ruimte gaven een bufferzone rondom de ministaatjes te installeren. Op 12 augustus, om 12.45 uur, verklaarde de Russische president de ‘operatie om Georgië tot vrede te dwingen’ beëindigd. Op 15 augustus ondertekende Saakasjvili een vredesakkoord. Maar de Russische troepen maakten geen haast met de terugtrekking. En Osseetse milities staken de verlaten Georgische dorpen in brand.
Na de eerste westerse schrik over de Russische militaire inval – de eerste sinds de oorlog in Afghanistan – kwamen de vragen. Waarom had Saakasjvili de stad beschoten? Is hij wel een betrouwbare bondgenoot voor het Westen? En heeft het Westen Rusland niet nodeloos geprovoceerd door Georgië het lidmaatschap van de NAVO voor te spiegelen? Daarover twisten columnisten in de bladen en ruziën betrokkenen in de achterkamertjes van de macht. Maar wat zijn de feiten in deze propagandaoorlog?
Toen de eerste rookwolken waren opgetrokken, kon het zwartepieten beginnen. De Georgiërs spraken van een daad van Russische agressie. Maar volgens de Russen had Saakasjvili een vreedzame stad aangevallen waar Russische staatsburgers en Russische peacekeepers leefden. Daarmee schond hij het wankele vredesakkoord uit 1994. Sinds dat akkoord gedroegen Zuid-Ossetië en Abchazië zich als onafhankelijke republieken, een status die overigens zelfs door de Russen nooit was erkend.
Maar toen Kosovo zich met westerse steun op 17 februari 2008 onafhankelijk verklaarde, lieten de Russen doorschemeren dat daarin spoedig verandering zou komen. Ze noemden de erkenning een precedent en waarschuwden dat het gevolgen zou hebben voor Georgië.
De volgende duw gaf de NAVO-top in april in Boekarest. De lidstaten maakten Georgië duidelijk dat het geen lid kon worden als de interne conflicten niet eerst waren opgelost. Dat was een teleurstelling voor Georgië, maar voor de Russen was het een signaal dat NAVO-lidmaatschap op termijn een optie bleef.
Ergens tussen Kosovo en Boekarest is het lot van Georgië beslist. Saakasjvili wilde de territoriale integriteit van zijn land herstellen om zich bij de NAVO te kunnen aansluiten. De Russen wilden dat koste wat het kost voorkomen. „De Russen hebben een val opgezet en Saakasjvili is erin getrapt’’, zegt de Zweed Peter Semneby, EU-vertegenwoordiger in de Kaukasus, die sinds 2006 pendelt tussen Tbilisi en Brussel.
Hoewel NAVO, EU en OVSE (de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die 28 militaire waarnemers in het gebied had gestationeerd) nu roepen dat ze het conflict hebben zien aankomen, was iedereen verrast door Saakasjvili’s onbezonnen daad en de keiharde Russische reactie. „Het was een slecht voorbereide en slecht uitgevoerde actie van Saakasjvili. Hij heeft gehandeld in een emotionele opwelling”, zegt een hoge NAVO-functionaris in Brussel. Maar ook voor de Russische opstelling heeft hij geen goed woord over. Emotionele zelfbevrediging, noemt hij het. „Rusland probeert de NAVO te dwingen zijn tegenstander te zijn. Wij willen helemaal geen Koude Oorlog. We hebben hele andere prioriteiten. Maar het is niet aan Rusland om te bepalen of Georgië lid wordt van de NAVO.’’
Daar denkt premier Poetin heel anders over. Direct na het begin van de oorlog vloog hij uit Peking naar Vladikavkaz in de Noord-Kaukasus. Daar zei hij al op 9 augustus: „Rusland heeft in deze regio van de wereld eeuwenlang een zeer positieve, stabiliserende rol gespeeld. Het vormde een garantie voor veiligheid, samenwerking en vooruitgang. Zo was het in het verleden, en zo zal het in de toekomst zijn. Laat niemand daar enige twijfel over hebben.”
Aan de basis van de vijfdaagse oorlog ligt de Rozenrevolutie van 2003, die president Edoeard Sjevardnadze tot aftreden dwong (zie kader). In november maakte de 36-jarige Michail Saakasjvili, een in Amerika opgeleide jurist, gebruik van de ontevredenheid van het volk over corruptie en verkiezingsfraude onder Sjevardnadze. Saakasjvili werd gesteund door Amerika, dat een nieuwe voorpost zocht in de War on Terror. En door de jeugdbeweging Chmara (Genoeg!), gemodelleerd naar het Servische Otpor, dat president Milosevic had verjaagd. Na nogal beperkte demonstraties drong Saakasjvili in leren jekker en met een roos in zijn hand het parlement binnen. Zo ontstond de Rozenrevolutie, die van Georgië een democratie naar westers model moest maken.
Toen de Rozenrevolutie een jaar later in Oekraïne met de Oranje Revolutie werd gekopieerd, werden de Russen argwanend. En toen de jonge democratieën een NAVO-lidmaatschap in het vooruitzicht werd gesteld, werden ze kwaad. De betrekkingen tussen Poetin en Saakasjvili verslechterden snel. In 2004 deed de president een mislukte poging Zuid-Ossetië weer bij Georgië in te lijven. Vanaf januari 2006 begon zich een patroon af te tekenen van schermutselingen tussen Georgiërs, Osseten en Abchazen, Russische boycots, schendingen van het luchtruim en dodelijke schietpartijen (zie kader).
Na Kosovo liep de spanning in Georgië snel op. Op 12 juli werd een grote militaire oefening in de Noord-Kaukasus beëindigd. Uitgangspunt bij de oefening, zo schreef de Krasnaja Zvezda (De Rode Ster), de krant van het Russische ministerie van Defensie, was de volgende fictieve situatie: een niet-erkende republiek, genaamd ‘de groenen’ heeft zich onafhankelijk verklaard van ‘de zuiderlingen’, die onder druk van niet nader genoemde westelijke landen de territoriale kwestie met geweld proberen op te lossen. „Of het nu toeval is of niet, de artilleriebeschieting van de hoofdstad van Zuid-Ossetië tijdens de oefening heeft de actualiteit van de thematiek van de oefening onderstreept”, becommentarieerde de krant droog.
Op 17 juli meldde de Krasnaja Zvezda het begin van een nieuwe Russische oefening (Kaukasus 2008) in de buurt van de Roki-tunnel, met 8.000 soldaten, 700 ‘eenheden militair materieel’, meer dan 30 vliegtuigen en helikopters. Ook dit had volgens de krant niets met de situatie in Georgië te maken. Maar ze citeert wel een kolonel die zegt dat, met het oog op Georgië „zal worden gewerkt aan tactieken voor speciale vredesoperaties in de zones van gewapend conflict”. Na de oefening, begin augustus, bleven de Russische soldaten in de Noord-Kaukasus.
De goed geïnformeerde Russische militair journalist Pavel Felgenhauer schreef op 20 augustus: „De (Russische – LS) troepen die op 8 augustus de grens overtrokken waren opgesteld in aanvalsposities, klaar voor directe actie onder dekking van de militaire oefening Kaukasus 2008, die op 2 augustus was geëindigd. Massale troepenversterkingen stonden klaar om de eerste aanval op te volgen.” Volgens hem heeft een Moskous militair weekblad met connecties in inlichtingenkringen toegegeven „dat de invasie van Georgië ver van tevoren was voorbereid”.
Ook de Georgiërs hielden in die spannende weken een militaire oefening. Op 15 juli begon Immediate Response, waaraan 1.000 Amerikanen en 600 Georgiërs deelnamen. Dit was eveneens een ‘geplande’ oefening. Volgens inlichtingenbronnen, geciteerd in Der Spiegel, trokken de Georgiërs begin augustus 12.000 soldaten samen bij de stad Gori, bij Zuid-Ossetië. In een hoog oplopende polemiek op de degelijke website Johnson's Russia List wordt dit verhaal bestreden door de Amerikaanse luitenant-kolonel Robert E. Hamilton, militair onderzoeker aan het Center for Strategic and International Studies. Hij wijst erop dat in Gori al jarenlang een reguliere basis is, waar zo'n 3.500 troepen zijn gelegerd. „Zelfs als al die troepen vóór 7 augustus tegelijkertijd hun basis zouden hebben verlaten, zou dat nog niet in de buurt komen van een invasiemacht van 12.000 man”, aldus Hamilton. De twee brigades die Zuid-Ossetië zijn binnengevallen waren de 4de brigade uit Vaziani en de 3de brigade uit Koetaisi. De Amerikaanse ambassade heeft vastgesteld dat zij pas op 7 augustus zijn opgerukt, zegt Hamilton.
Begin augustus begon het uit de hand te lopen. Er waren dagelijkse schietpartijen. Heuveltoppen werden ingenomen. Er werd koortsachtig getelefoneerd. Elk staakt-het-vuren werd onmiddellijk geschonden. Onderhandelingen werden weer afgeblazen.
Hoewel de provocaties van twee kanten kwamen, bestaat er geen twijfel over dat president Saakasjvili de oorlog is begonnen. De Georgiërs hebben veel werk gemaakt van telefoontaps die zouden bewijzen dat de Russische troepen al op 7 augustus door de Roki-tunnel zijn gekomen, zodat de Georgiërs wel móesten reageren. Omdat de enige weg naar de Roki-tunnel door Tschinvali loopt, konden ze daar niet omheen.
In de telefoongesprekken zegt een Zuid-Osseetse grenswacht bij de Roki-tunnel, Gassiev genaamd, op 7 augustus om 3.41 uur (dus ruim vóór de aanval van de Georgiërs) tegen een meerdere dat een Russische kolonel hem gevraagd heeft de militaire voertuigen in de tunnel te inspecteren. „De commandant, een kolonel, kwam naar ons toe en zei: jullie mannen moeten de voertuigen inspecteren. Is dat okee?”, aldus Gassiev. Op de vraag wie die commandant was, zei Gassiev: „Ik weet het niet. Hun meerdere. De man die het bevel heeft. De BMP’s (Bronevaja Masjina Pechoty, Russisch pantservoertuig - LS) en de andere voertuigen zijn hierheen gestuurd en het staat er hier vol mee. De mannen staan eromheen.” In een tweede gesprek, tien minuten later, zegt Gassiev op de vraag of het wapentuig door de tunnel is gekomen: „Ja, twintig minuten geleden.”
De Russen hebben de echtheid van de taps niet ontkend, maar zeiden tegen de New York Times dat het reguliere troepenverversing van de peacekeepers betrof. De vraag blijft waarom die dan om drie uur ’s nachts plaatsvonden. Matthew J. Bryza, een functionaris van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, zei tegen de New York Times dat de Georgiërs er op 7 augustus van overtuigd waren dat de Russen door de Roki-tunnel waren getrokken. Hij verzocht ze met klem „de Russen niet direct aan te vallen”.
Een ander licht op de zaak werpt Aleksandr Tsjerkasov van de onafhankelijke Russische mensenrechtenorganisatie Memorial, die onderzoek heeft gedaan in het oorlogsgebied. Hij zegt desgevraagd vanuit Moskou dat hij in Tschinvali hoorde dat de Russische troepen tijdens hun militaire oefeningen al vóór 7 augustus via de Roki-tunnel in het Zuid-Osseetse Dzjava zijn geweest. Dat zou een schending zijn van het vredesakkoord uit 1994. Maar toen de oorlog uitbrak, waren zij volgens Tsjerkasov al weer in Noord-Ossetië. Tschinvali zou de eerste twee dagen hoofdzakelijk verdedigd zijn door 300 tot 700 Osseetse militairen en milities. De Russische tanks arriveerden pas op 9 augustus. Volgens hem zijn de Georgiërs begonnen en hebben ‘buitenproportioneel geweld’ gebruikt.
Gevraagd naar de authenticiteit van de telefoongesprekken bij de Roki-tunnel zegt EU-vertegenwoordiger Peter Semneby: „De taps kunnen de Georgische claims ondersteunen, maar ze vormen geen sluitend bewijs. Maar dat is ook niet meer belangrijk. De spanning steeg met de dag. De Georgiërs hebben een militaire oplossing ook nooit uitgesloten. Of de Russen nu op 7 of op 8 augustus door de Roki-tunnel zijn getrokken, duidelijk is dat ze klaar stonden om in te grijpen. Zo’n invasiemacht bouw je niet in een paar dagen op.’’
De Georgiërs hebben hun militaire capaciteiten zwaar overschat. Het militaire tijdschrift Jane’s Defense Weekly maakte op 15 augustus gehakt van de aanval op Tschinvali, die de Russen de gelegenheid gaf de militaire infrastructuur van Georgië van de kaart te vegen. De ongerichte Georgische artilleriebeschietingen op de hoofdstad, „met inbegrip van een spervuur van mortieraanvallen en de berucht onnauwkeurige GRAD-raketlanceerinstallaties” hebben veel schade aangericht en burgers gedood. De Georgiërs hebben een aantal Russische vliegtuigen uit de lucht geschoten, maar tegen het getrainde Russische
58ste leger van 15.000 man en 150 tanks maakten ze geen schijn van kans. Dat de Georgiërs de tunnel niet meteen vanuit de lucht hebben afgesloten was een fatale fout. Dat gaf de Russische troepen „een gegarandeerde en onbelemmerde toegang en minimaliseerde het gevaar van overbelaste aanvoerlijnen”, aldus JDF.
De Russen bombardeerden Georgische militaire bases in Kojori, Senaki en Gori, het vliegveld van Marneuli en Vaziani, de haven van Poti en de vliegtuigfabriek van Tbilaviamsjeni bij Tbilisi. Ze vielen ook Abchazië binnen.
Jane’s Defense Weekly verklaart de nederlaag van de Georgiërs uit een onderschatting van de Russische bereidheid om aan te vallen en uit de gebrekkige staat van het Georgische leger. Dat bestond uit 4 lichte infanteriebrigades van goedgetrainde beroepssoldaten en een groot slecht georganiseerd leger van dienstplichtigen. Het Amerikaanse trainingsprogramma voor Georgië ($64 miljoen) was beperkt van omvang. Het is nooit bedoeld geweest voor offensieve doeleinden, aldus het militaire weekblad, maar alleen voor ‘beperkte antiterrorisme-acties’ en peacekeeping-missies zoals in Irak.
De Russen en de Georgiërs beschuldigen elkaar van oorlogsmisdaden. De Russen spraken van ‘genocide’, maar ook Saakasjvili riep dat de Russen plunderend en verkrachtend door zijn land trokken. Beide partijen liegen. Bij de beschieting van Tschinvali zouden volgens de Osseten 2.000 slachtoffers zijn gevallen. Velen zouden in hun tuin begraven zijn. Maar het Russische Openbaar Ministerie noemde later het getal van 154 burgerdoden in Tschinvali.
De ngo’s Human Rights Watch en het Russische Memorial begonnen inwoners van Tschinvali en de omringende dorpen systematisch te ondervragen. Ze hebben een dodenlijst met 311 namen van een ‘Onderzoekscomité’ uit Tschinvali, dat ze niet hebben kunnen traceren. De Zuid-Osseetse procureur-generaal noemde onlangs een dodental van 1.694, maar volgens EU-waarnemers en HRW is dat met inbegrip van gesneuvelde soldaten. Aan Georgische zijde zijn 364 doden gemeld, waarvan 194 burgers.
De Georgiërs van genocide beschuldigen is ‘krankzinnig’, aldus een EU-diplomaat. Een groot deel van de inwoners van Tschinvali was al vóór de Georgische aanval geëvacueerd. „De stad was praktisch leeg”. Dat bevestigen Human Rights Watch en Memorial. Hetzelfde gold voor de Georgische dorpelingen in Zuid-Ossetië, die al vóór 7 augustus van de Georgiërs te horen hadden gekregen dat ze hun huizen beter konden verlaten tot de gevechten voorbij waren. Die Georgische dorpen zijn na de oorlog door Osseetse milities in brand gestoken, opdat de bewoners nooit meer zouden terugkeren.
Dat de Russen een plan hadden, blijkt ook uit de snelheid waarmee de twee republiekjes werden erkend en ingelijfd. Op 25 augustus steunde de Russische Doema (het parlement) de onafhankelijkheid, een dag later al tekende president Medvedev de decreten. In een toespraak zei hij: „Saakasjvili heeft gekozen voor genocide om zijn politieke doelen te bereiken. Daardoor heeft hij de hoop op een vreedzaam samenleven van Osseten, Abchazen en Georgiërs in één staat de bodem ingeslagen.”
Drie weken later ondertekenden de presidenten van de nieuwbakken staatjes, Sergej Bagapsj van Abchazië en Edward Kokoity van Zuid-Ossetië, een vriendschapsverdrag met Medvedev, waaruit duidelijk wordt dat de landen feitelijk bij Rusland worden ingelijfd: Rusland zal militaire bases vestigen in Abchazië en Zuid-Ossetië en de grensbewaking overnemen („Een nieuw militair avontuur zullen wij niet toestaan”, zei Medvedev). De inwoners krijgen recht op een dubbele nationaliteit (Rusland deelde al jarenlang paspoorten uit). Banken, transport, telecommunicatie, energievoorziening, belastingen en pensioenen worden afgestemd op Russische systemen. De roebel, al vóór de oorlog als betaalmiddel gebruikt, wordt de nationale munteenheid. Rusland heeft in elk van de staatjes inmiddels 3.800 militairen gelegerd. President Kokoity kondigde al aan dat Zuid-Ossetië zich zou aansluiten bij Noord-Ossetië, om dat een dag later weer te herroepen. Kort daarna zei premier Poetin zelf dat de grens tussen Noord- en Zuid-Ossetië beter kan worden opgeheven.
De NAVO is intussen erg geschrokken van de Georgische blunders. Naar buiten toe mag secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer in Tbilisi de Russische invasie scherp hebben veroordeeld, binnenskamers is Saakasjvili duchtig de mantel uitgeveegd, vertelt men in NAVO-kringen. „Saakasjvili leeft niet in de realiteit, hij staat niet met beide benen op de grond”, zegt een hoge NAVO-functionaris.
Dat er meningsverschillen zijn over de koers van het bondgenootschap, bestrijdt de Amerikaanse NAVO-ambassadeur Kurt Volker in Brussel. „In Georgië heeft een omvangrijke Russische invasie plaatsgevonden. Dat was een vooropgezet plan. Saakasjvili heeft een fout gemaakt en zo de Russen een alibi verschaft. Het is idioot simplistisch om te zeggen dat de Georgiërs begonnen zijn. Ze stonden onder enorme druk. We kunnen eindeloos debatteren over wie er wanneer geschoten heeft, maar dan mis je het achterliggende verhaal: het idee dat Rusland alleen veilig kan zijn als zijn buren onveilig zijn is totaal onacceptabel in de 21ste eeuw.”
Toch was de westerse liefde voor Saakasjvili ook vóór de oorlog al bekoeld. Eind vorig jaar liet hij demonstraties van de oppositie met grof geweld uiteenjagen en legde de persvrijheid aan banden. „Saakasjvili is charismatisch, maar hij vertoont ook messianistische trekjes”, zegt een EU-diplomaat die hem persoonlijk kent. „Wat verontrust is dat hij een sterk gepersonaliseerd systeem heeft ingesteld. Besluiten worden in heel kleine kring genomen, bij voorkeur ’s nachts. Maar een dictator is hij niet.”
Na zijn pijnlijke nederlaag tegen de Russen zwelt ook de binnenlandse kritiek op Saakasjvili aan. Tijdens de jaarvergadering van de Verenigde Naties in New York, twee weken geleden, probeerde hij de oppositie de wind uit de zeilen te nemen. Hij maakte de vrije wereld tot bondgenoot van het geknechte Georgië. Maar hij beloofde ook beterschap: „Ons antwoord zal zijn onze democratie nóg robuuster te maken.” Saakasjvili kondigde grotere onafhankelijkheid aan voor parlement en rechterlijke macht, politiek pluralisme en meer toegang van de oppositie tot de media. Hij noemde het de ‘Tweede Rozenrevolutie’.
De Russen gaven twee dagen later een heel andere boodschap af. Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov maakte bij de VN duidelijk dat de kwestie-Georgië voor Rusland inmiddels is afgehandeld. „Dit probleem is nu opgelost. De toekomst van de volkeren van Abchazië en Zuid-Ossetië is veilig verankerd in de verdragen tussen Moskou en hun regeringen. De situatie rondom de twee republieken zal eindelijk gestabiliseerd worden.”
m.m.v. Petra de Koning, Michel Krielaars en Marc Jansen
De voorgeschiedenis
In de nadagen van de Sovjet-Unie streefde Georgië naar onafhankelijkheid, maar het land begon ook intern te scheuren. Abchazië (de ‘Sovjet-Rivièra’) had al eerder gevraagd om aansluiting bij de machtige Russische Federatie. De 100.000 Abchazen vormden maar 17 procent van de bevolking in de deelrepubliek (46 procent was Georgisch) maar bezetten dankzij hun uitstekende banden met Moskou meer dan de helft van de politieke posten.
Begin jaren ’90 eiste Abchazië zijn soevereiniteit op. Dat droeg in Georgië bij tot de verkiezingsoverwinning van de nationalistische ex-dissident Zviad Gamsachoerdia, een literair historicus van het type-Karadzic.
Op 9 april 1991 verklaarde Georgië zich onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Een maand later werd Gamsachoerdia president. Toen ook Zuid-Ossetië (waar 60.000 Osseten woonden, de overige 550.000 wonen in het Russische Noord-Ossetië) zich los probeerde te maken van Georgië, stuurde Gamsachoerdia 30.000 Georgiërs naar Tschinvali om te demonstreren. Uit die tijd dateren de Osseetse milities die vorige maand de Georgische dorpen hebben platgebrand.
Gamsachoerdia werd snel met een militaire putsch verjaagd en opgevolgd door Edoeard Sjevardnadze, de vroegere minister van buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie. Toen Abchazië op 23 juni 1992 de onafhankelijkheid uitriep, verklaarde Sjevardnadze de Abchazen de oorlog. Zij kregen ook toen al militaire steun uit Rusland en de Noord-Kaukasus. Georgië verloor. De oorlog kostte 10.000 mensen het leven, 250.000 Georgiërs werden uit Abchazië verdreven. Op het vredesakkoord wordt toegezien door 133 militaire waarnemers van UNOMIG (United Nations Observer Mission in Georgia) en 3.000 Russische vredestroepen.
De spanning loopt op
In september 2006 wijst Georgië 6 Russische spionnen uit. Rusland reageert met een economische boycot en razzia’s tegen Georgiërs in Rusland.
Op 6 augustus 2007 landt een raket bij een Georgische radar. Westerse experts concluderen dat hij is afgevuurd door een Russisch vliegtuig.
Op 21 april 2008 wordt een onbemand Georgisch spionagevliegtuigje boven Abchazië neergehaald. De aanval is door het vliegtuigje gefilmd. De VN concluderen dat de aanvaller een Russisch vliegtuig was, waarschijnlijk een MiG-29. Russen beschuldigen Georgiërs van schenden luchtruim.
Op 29 april 2008 beschuldigt Rusland Georgië ervan zijn troepensterkte in de Kodorikloof in Abchazië te hebben opgevoerd. Rusland versterkt daarop ook zijn troepen.
Op 21 mei 2008 worden bij de Abchazische grens twee bussen opgeblazen, met 4 gewonden. VN-waarnemers noemen het incident een opzetje van de Georgiërs.
Op 31 mei 2008 sturen de Russen 400 troepen van de militaire genie naar Abchazië om de spoorwegen te repareren. Georgië waarschuwt voor een invasie.
Op 16 juni 2008 raken Georgische en Zuid-Osseetse milities slaags in de buitenwijken van Tschinvali.
Op 4 juli 2008 sterven twee mensen bij Georgische beschietingen op Tschinvali en de omringende dorpen.
Op 8 juli 2008 meldt Georgië dat 4 Russische vliegtuigen het Zuid-Osseetse luchtruim zijn binnengevlogen. Rusland zegt ‘heethoofden’ te willen kalmeren.
Op 15 juli 2008 begint Rusland een grote militaire oefening in de Noord-Kaukasus. Ook de Georgiërs houden een oefening.
Begin augustus vallen over en weer doden en gewonden. 819 vrouwen en kinderen worden uit Tschinvali geëvacueerd.
Op 7 augustus 2008 melden de Zuid-Osseten dat 18 mensen gewond zijn geraakt bij beschietingen van Tschinvali en de omliggende dorpen. In de namiddag wordt over en weer geschoten. De Georgische leiders signaleren Russische troepenbewegingen bij de Roki-tunnel. Amerikaanse diplomaten waarschuwen Saakasjvili niet in actie te komen. Om 23.00 uur beveelt Saakasjvili de aanval.
