Kikuyu’s zijn ‘rijke’ zondebokken
De Kikuyu’s liggen onder vuur sinds president Kibaki’s herbenoeming. Andere stammen kijken hen aan op de rijkdom van een kleine kliek Kikuyu’s.
Muranga/ Nyeri 25 jan. Bovenaan een modderige heuvel, met de blik gericht op Mount Kenya, schiep God het Kikuyu-volk. De berg met de besneeuwde top is nog steeds het logeeradres van God op aarde, de heuveltop een gedenkteken van de schepping. Mannen omringd door de zoete geur van alcohol leiden er de bezoeker langs de hutjes van de Kikuyu-voorouders, die nu zijn bedekt met verroeste golfplatendaken. „Kijk”, wijst de gids, „daar staat een nooit afgebouwd hotel. De manager ging er met het geld vandoor, dat hoort ook bij onze cultuur.”
In het nabijgelegen stadje Muranga lacht John Kiriamiti schimpend om de pelgrimstocht de heilige heuvel op. „Wij Kikuyu’s aanbidden geld, geen heiligdommen. We zijn handelaren en willen rust. Laat onze Kikuyu-leiders snel tot een vergelijk komen met Raila Odinga van de oppositie, we willen weer aan het werk.”
De Kikuyu’s liggen onder vuur sinds de omstreden herbenoeming van hun stamgenoot Mwai Kibaki na de presidentsverkiezingen eind december. De groep haviken rond Kibaki wordt wel de Mount Kenya Maffia genoemd, in dit traditionele woongebied lopen ze geen gevaar. Maar duizenden Kikuyu-migranten elders in het land worden vermoord of verdreven. Kikuyu’s vragen zich, net als Kenianen van de ruim veertig andere stammen, vertwijfeld af hoe ze met elkaar verder moeten leven in één land.
„Het geweld tegen ons is gepland door de oppositie, ze willen ons volk uitroeien”, zegt een winkelier. Dat lijkt op de beschuldiging van Human Rights Watch, dat de top van de oppositie de aanvallen weliswaar niet zelf organiseerde, maar dat lokale oppositieleden er wel bij betrokken waren. De regering beschuldigt omgekeerd de oppositie van „etnische zuiveringen”.
John Kiriamiti is een voormalige bankrover. Als kind van arme ouders werd hij op zijn zestiende van school gestuurd waarna hij in de onderwereld belandde. „Toen ik een bank overviel, trof ik er onder de klanten mijn nietsvermoedende echtgenote aan. Ik wist niet eens dat ze er een bankrekening had.” Na zestien jaar achter de tralies is hij nu een beroemde schrijver en succesvol zakenman. „Geef aan tien leden van verschillende stammen een lening en de ondernemende Kikuyu maakt er het beste van”, omschrijft hij het prestatiegerichte karakter van zijn volk.
De Kikuyu’s lagen eerder onder vuur. De blanke kolonisten namen hen honderd jaar geleden land af en hun verzetsbeweging, de Mau Mau, werd tussen 1952 en 1956 door de Britten onderdrukt. Na de onafhankelijkheid in 1963 namen Kikuyu-kapitalisten het land van de Britten over en de arme Kikuyu’s moesten voor het verkrijgen van een stukje land uitwaaieren over Kenia, waar ze de toorn van andere volkeren opwekten. Onder de Kikuyu-presidenten Kenyatta (1963-1978) en Kibaki (sinds 2002) profiteerde weliswaar alleen een kliek van Kikuyu’s van de macht maar de stam als geheel werd in de ogen van de andere volken de zondebok. „Laat voortaan maar een andere stam de president leveren, dan blijven wij buiten schot”, moppert de voormalige bankrover Kiriamiti.
De eerste blanke missiescholen werden gevestigd in Kikuyuland en meer dan welke groep in Kenia pasten de Kikuyu’s zich aan en gaven zij hun oude gewoontes op. De traditionele kledij werd lang geleden uitgetrokken, de meest specifieke kledij van een Kikuyu-vrouw is een saaie, lange Engelse rok tot aan de enkels. Op begrafenissen en bruiloften wordt christelijk gezongen „Ze namen de gewoontes en waarden van de kolonisten over en worden nu de Britten van Afrika, de mensen met de stijve bovenlip, genoemd”, vertelt de Britse journaliste Michela Wrong, bezig met een boek over de Kikuyu’s.
Op de groene, overbevolkte heuvels van Kikuyuland pronken enkele mooie villa’s. Naar het kiesdistrict Othaya van president Kibaki leidt een goede asfaltweg, aangelegd direct na zijn beëdiging vijf jaar geleden (een presentje van de toenmalige minister van Wegen, Raila Odinga). Scholen, kleine verwerkingsindustrieën voor thee en koffie, een computerschool, ze scheppen het beeld van een relatief welvarend gebied. Veel ontwikkelder dan het totaal vergeten droge noorden van Kenia, of het gemarginaliseerde westelijke woongebied van de Luo’s. Kikuyu’s wisten het best om te gaan met het patronagesysteem van de cynische politieke klasse.
De grootste competitie sinds de onafhankelijkheid ondervonden de Kikuyu’s van de Luo, het volk van Raila Odinga rond het Victoriameer. „Luo’s haten ons”, meent James Wanjoga, burgemeester van Nyeri, het grootste stadje in de schaduw van Mount Kenya. „Ik heb niets tegen Luo’s, ik heb mijn auto naar een garage van Luo’s gebracht. Degenen die onze soortgenoten overal in het land aanvallen hebben hun hersenen laten vergiftigen door de oppositie.”
Een medewerker van de burgemeester denkt er anders over. „Geef mij één uur en alle Luo’s liggen in het lijkenhuis.”
De ontwikkelingswerker Simon Wachira schudt afkeurend zijn hoofd over de gezaaide angst en agressie onder zijn volk. „Het cowboykapitalisme sinds de onafhankelijkheid is uitgedraaid op egoïsme en tribalisme. De kloof tussen rijk en arm, de geschillen over grondbezit, al deze problemen bestonden al langer en zijn plots explosief naar buiten gekomen. Het masker is van Kenia afgevallen, de eenheid in de diversiteit was een fictie. De verkiezingen splitsten het land in tweeën.”
Wachira stelt een nieuwe grondwet voor die de belangen van alle Keniaanse volkeren vastlegt. Meer decentralisatie en federalisme. En op korte termijn een regering van nationale eenheid waarin Kibaki en Odinga de macht delen.
Wijze woorden in een wilde waanzin. Maar als de haat voorwoekert? „Je kunt een man niet vele malen slaan zonder een reactie te verwachten. Als de Kikuyu’s gaan terugvechten, breekt er een burgeroorlog uit in Kenia.”
