Weg met het egokapitalisme

Door Marc Chavannes

Er kan geen misverstand over bestaan: de kredietcrisis is een morele, mentale en politieke crisis. Dat biedt tegelijk de kans om te bewerkstelligen dat de destructie opbouwend eindigt. Een essay.

Natuurlijk zijn er extra-schuldigen. De meesten hebben het nog niet hardop toegegeven. Maar de crisis is intussen van ons allemaal. Een nieuw soort kerstpakket. Na een jaar van economisch rampnieuws dringt in deze stille weken tot ons door dat het om veel meer gaat dan banken die elkaar niet vertrouwen. Het is ingrijpender. En een kans voor de democratie. De economie moet menselijker.

Het egokapitalisme heeft gefaald. Wereldwijd moeten we aan de slag om een inclusieve variant te ontwikkelen. Uit pure noodzaak. De rekening kan niet meer verderop worden neergelegd. De wereld raakt op. Olie, water, ruimte, stilte, vrijheid voor eigen cultuur en religie. Meer mensen maken er aanspraak op. Het Westen heeft er minder van.

Baaslanden van gisteren worden steeds minder zachtjes uitgelachen door nieuwe grootmachten. Baasmensen die zichzelf onverdiend miljoenen toekennen oogsten minachting van werknemers en samenleving. Verrassing van dit najaar: politici, die jaren leden onder schampere blikken, zijn de laatste verdedigingslijn. Maar kan de democratische staat de opdracht aan: vernieuwen, verzoenen en inspireren?

Het opvallende van de crisis is dat de meeste gewone mensen allang wisten wat er mis was. Grootspraak, hebzucht en onverschilligheid. Marktdogmatisme als dekmantel voor een egomaan kapitalisme. Sociale samenhang achterhaald verklaard, net als ‘het milieu’. Het economisch neoliberalisme verhief financiële gegevens tot dé prestatiemeter. En wij pikten het.

De auto, ooit een kenmerk van vooruitgang, werd een monument van stilstand. Detroit verhulde jarenlang zijn gebrek aan industriële fantasie met de SUV; de PC Hooftkruiser werd hier een agressief snobistisch symbool van onverschilligheid. Ook opkomende landen verbruiken steeds meer schaarse grondstoffen. Wat overblijft gaat nog steeds over de schutting. In 1972 zei de Club van Rome al dat er ‘grenzen aan de groei’ waren. Meer dan actueel gezien de herontdekking van waarden die gaande is.

De soevereine staat, door de financiële paniek weer vluchtig populair, moet zichzelf opnieuw bewijzen. Jaren gehoond om zijn ambtelijke traagheid vocht het duo politiek en bestuur terug met beloftes van bedrijfsmatige efficiency die hun ingebouwde mislukking overschreeuwden met nog flitsender pretenties. De burger als klant en klager, de werknemer een kosten- en lastpost. In beide rollen worden we gereduceerd tot ballast.

Materiële welvaart én onbehagen – dat is onze gemoedspendule in een postideologische wereld. Ieder jaar meer kunnen kopen voelt niet goed als de thuiszorg voor je ogen wordt afgebroken. In veel westerse landen voltrok zich een zelfde ontwikkeling, met andere voorbeelden. Amerikanen verloren hun baan, maar konden meer lenen om de producten die zij vroeger maakten goedkoper uit China te importeren. Zij leefden boven hun stand, met drie credit cards en een hypotheek-op-drijfzand.

Bernard Madoff, de oplichter van de eeuw, gaf met zijn piramidebeleggingsfonds een perfecte parodie op de financiële sector die de crisis deed ontvlammen: ondoorzichtig en vol spreadsheetfantasmen. Zelfs de gepolijste bankiers die speciale fondsen oprichtten om honderden miljoenen naar Madoffs bodemloze put te sluizen kregen geen inzage in zijn boekhouding. En zij zwegen zolang de rendementsballon thermiek had. Het werd steeds gewoner: oplichting en derivaten van oplichting.

Kredietbeoordelaars en accountants laten zich betalen door de firma’s wier gezondheid en eerlijke financiële berichtgeving zij moeten bevestigen. In een aantal gevallen zijn zij medeplichtigen van de hoofddaders. Toezichthouders wereldwijd zijn daders noch medeplichtigen, maar uit de feiten is niet af te leiden dat zij voldoende hebben gedaan waar zij voor zijn: streng toezien op een integer financieel systeem en eerlijke markten. In het Amerika van George W. Bush was falen bijna een ideologische instructie, in West-Europa schoten kennelijk inzicht en wilskracht tekort.

Zo kon een financiële tulpenmanie groeien die werd verkocht met allengs verdachter geurende begrippen als aandeelhouderswaarde, risk management, leveraged buy out en credit default swaps. De Sarbanes-Oxley wet (2002) was een pleister op de zwerende Enron- en Worldcom-schandalen. De Code Tabaksblat (2004) een cricketclubhuisreglement voor het naderend failliet van het Nederlandse old boys network.

De mode is onweerstaanbaar en besmettelijk. Hedge funds, private equity, eens sprinkhanen, gaandeweg de enige manier voor onze pensioenfondsen om mee te komen in de opbrengstrace. De stakeholders, werknemers en samenleving, hebben afgedaan als belanghebbenden, maar hun pensioen groeit, tot de ballon barst. Ladenlichters stappen in en uit met lokale leidinggevenden als medeplichtigen aan hun eigen gewin. De handel in serieuze bedrijven heeft de handel in eerlijke producten van die bedrijven verdrongen.

In veel samenlevingen zonder echte politieke strijd raakt de overheid, de universiteit, de vleeskeuring, het parlementair debat in de ban van eng bedrijfsmatig denken. Meer en meer overheidstaken moeten ‘op afstand’ of in private handen worden uitgevoerd. De democratische verantwoording verdampt. Beloofde resultaten in de toekomst zijn geen garantie voor succes in het heden. We beginnen met marktconforme vergoedingen, wat denkt u wel, ons talent is schaars.

De kredietcrisis begon in de gebruikelijke beeldvorming als uit de hand gelopen Amerikaanse huizencrisis. Te veel mensen opgezadeld met hypotheken die zij op enige termijn niet konden dragen. Het moest leiden tot een kredietzeepbel die zou knappen. Net zoals tussen 2000 en 2002 met de internetzeepbel, toen mensen belegden in tienduizend keer de waarde van een high tech ideetje, dat vaker flopte dan lukte.

De beurs zag er toen uit als een klaplong. Nu stagneert het hele economisch leven. Is dit een crisis van het kapitalisme? Zit er niets anders op dan een terugkeer naar door de staat geleide economieën? Weinig mensen die geproefd hebben aan de onvrijheid van het communisme of weet hebben van die ellende, zullen blindelings vertrouwen op de zegenende hand van Vadertje Staat.

Daarom kunnen we niet kritisch genoeg zijn nu de miljarden richting bank- en bedrijfsleven vliegen. De genationaliseerde banken moeten zo snel mogelijk terugkeren naar zelfstandigheid, maar wel gericht op een nieuwe, bredere taakopvatting. De modecirkel van het bankbedrijf is ongeveer rond. De ‘bankverzekeraar’ blijkt niet immuun voor de conjunctuur, zeker niet als de zakenbankkant op avontuur gaat met verzekeringsgeld.

Er is behoefte aan betrouwbare banken voor sparen en lenen, zoals Van Lanschot-voorman Deckers zaterdag in de Volkskrant voorstelde. Postbank/Middenstandsbank zouden nu niet fuseren met De Nationale Nederlanden, en je zou de Postbank al helemaal niet afschaffen om in ING op te gaan. Dat miljoenen kostende gesjouw met die blauwe en oranje leeuwen is zo pre crisis. Als ING daar acuut mee ophoudt hebben ze misschien iets van deze crisis begrepen.

In alle gevallen is de niet geringe opdracht aan bedrijfsleven en politiek in de hele wereld, dus ook in Nederland, om eindelijk de voorwaarden te scheppen om zinnig en zuinig om te gaan met menselijk talent en schaarse grondstoffen. Duurzaamheid is geen geitenharen wollensokken-thema meer. De slaafse logica van schaalvergroting moet tegen het licht worden gehouden. Scholen, ziekenhuizen, advocatenkantoren, aannemers, allerlei soorten bedrijven zijn lang niet altijd beter af met groot, groter, grootst. In de google-samenleving leveren mensen gelukkiger diensten in netwerkverband.

Arjen van Witteloostuijn houdt in het economenblad ESB (19 december) een geïnspireerd betoog tegen de verslaving aan economische groei onder de titel ‘Eenvoudige Kleinschaligheid’. Complexiteit en grootschaligheid, verknoopt met eigenbelang en evenwicht verstorende kortzichtigheid hebben tot de huidige crisis geleid. Als we slim zijn ontknopen we die factoren waar mogelijk. De econoom beseft maar al te goed hoe moeilijk dat is, maar als oplossingsrichtsnoer is zijn analyse verhelderend.

„De zichtbare en schaamteloze zelfverrijking vormt slechts het topje van de ijsberg”, schrijft Van Witteloostuijn. „Topbeloningen zijn niet gecorreleerd met topprestaties, maar met topomvang. In het grootbedrijf overheersen de nadelen van schaal. Groot maakt log en kafkaëske bureaucratieën zijn het gevolg. De moderne molochonderneming is een zelf geconstrueerde werkelijkheid van commandostructuren, procedures en routines.”

Wat een kans voor ABN Amro/Fortis om een echt nieuwe bank te bouwen, die voor klanten en werknemers ongeveer alles betekent wat de afgelopen jaren zoek is geraakt. Groot, Overal en Alles heeft nergens briljant gewerkt. Ook de sterren van Citi, HSBC, Royal Bank of Scotland en andere financiële grootmachten zijn verbleekt. Wie anderhalf jaar geleden in Triodos Groen Fonds belegde is nu beter af dan bij de meeste wonderfondsen van al die grootbanken. Hopelijk kan tijdelijk staatseigenaar de geesten resetten.

Om de gedachten te verbreden: we zouden moeten ophouden onze samenleving te dwingelanden met systemen die de menselijke maat en motivatie negeren. Begrippen als aansturen en prestatiebeloning komen wel voort uit een begrijpelijke gedachte, maar zij demotiveren meer dan zij opleveren. De meeste mensen kunnen onder de kerstboom best bedenken waar zij voor leven; bij velen is dat voor veel meer dan geld alleen, na een redelijke beloning voor geleverd werk.

Tien Nederlanders of tien politieke partijen rondom een tafel worden het vrij snel eens over wat de belangrijkste contouren moeten zijn van dit land of de wereld waarin wij leven. Eten en een dak boven het hoofd voor iedereen, toegang tot een dokter, onderwijs, vrijheid van meningsuiting, gezonde lucht, water, een beetje groen, fatsoenlijk openbaar- en wegvervoer, veiligheid, een redelijke mate van betrokkenheid bij mensen en landen die het minder goed hebben.

De verschillen van mening zitten in uitvoering en maatvoering. Daarover zou in de nieuwe werkelijkheid, zichtbaar gemaakt door de crisis, het publieke gesprek moeten gaan. Het overeind houden van banken, bedrijven en banen was de afgelopen maanden een zaak van verstandige dijkbewaking. In 2009 komt het er op aan het crisisbesef om te zetten in fundamentele stappen richting duurzaamheid. De angst dat bedrijven daardoor concurrentienadeel oplopen is reëel, maar dat zal omslaan in voordeel als Nederland er vroeg bij was en de blik helder hield.

Een nuttig hulpmiddel bij dit acute debat is De Prijs van Gelijkheid (Prometheus 2008). Daarin heeft de econoom Bas Jacobs zijn Rotterdamse oratie uitgewerkt tot een boek voor (ijverige) gewone mensen. Aan de hand van veel besproken Nederlandse voorbeelden geeft hij aan hoe de gemeenschap doelen als de bovenstaande zo rationeel mogelijk kan nastreven.

Jacobs veegt de vloer aan met stokpaarden van alle grote partijen. CDA en VVD moeten eens ophouden met de ineffectieve subsidie op eigen huis en pensioen, die miljarden vermorst. PvdA en SP bepleiten (met huursubsidie en minimumloon) regelmatig maatregelen die „zowel de economie schade berokkenen als de mensen aan de onderkant van de inkomensverdeling van de regen in de drup helpen”. Hij is het oneens met de VVD dat de belasting op erfenissen weg moet en met die partij, het CDA én Van Witteloostuijn dat invoering van een vlaktaks op inkomen enig nuttig effect heeft.

Als het debat gaat over de werkelijk actuele vragen, op basis van de serieus gesorteerde feiten, dan zullen er nog steeds politieke verschillen van mening zijn. De democratie is er om knopen door te hakken. Dat moet deze keer met meer moed en spoed dan gebruikelijk in commissie-land. De crisis is te ingrijpend voor uitstelrituelen. De huidige economische mistbank biedt een onmiskenbare kans voor het democratische bestel. Om te zorgen dat de onvermijdelijke destructie creatief en opbouwend eindigt.

Er kan geen misverstand over bestaan: de ‘kredietcrisis’ is een morele, mentale en politieke crisis. Voor iedereen. Laat de justitie de bankrovers met hun voeten boven de barbecue houden. Maar burgers in democratische staten moeten intussen eisen dat er een eind komt aan het collectieve gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef. Weg met het egokapitalisme. Op zoek naar een inclusief kapitalisme.

Gepubliceerd in:
kredietcrisis