En toen was het geld op in Californië

Arnold Schwarzenegger, gouverneur van de staat Californië.
Door onze correspondent Freek Staps

De staat Californië is een economische grootmacht. Maar wel een zonder geld die middenin een recessie zit. Sinds deze week worden de rekeningen niet meer betaald.

Sacramento, 4 febr. Vertel Arnold Schwarzenegger niets over kolossale uitdagingen. „Ik heb het allemaal gedaan. Fitness, films, als ‘Conan the Barbarian’ met het zwaard gezwaaid, als meest gespierde man ter wereld op podia gestaan, miljoenen verdiend, dat soort dingen, allemaal.”

Maar waar hij nu als gouverneur van Californië middenin zit „is het grootste probleem dat we ooit in deze staat gehad hebben.”

Californië heeft namelijk geen geld meer, en dat is „voor een deel te wijten aan de economische crisis in Californië en de rest van de wereld”, zo vat Schwarzenegger het samen. Na jaren van waarschuwingen, na maanden van een officieel afgekondigde ‘fiscale noodtoestand’, is deze week het omslagpunt bereikt. De staat kan de rekeningen niet meer betalen.

Dus moet iedereen die zaken doet met Californië sinds 1 februari op zijn geld wachten. Dat geldt ook voor burgers en bedrijven die een belastingteruggave horen te krijgen. Studenten moeten het zonder hun studietoelage doen en gehandicapten en werklozen krijgen geen uitkering meer. Na dertig dagen zouden de betalingen weer hervat moeten worden. Maar niemand gelooft dat ook echt, Schwarzenegger ook niet. „Binnen tien dagen is het geld definitief op.”

De Republikeinse gouverneur houdt een toespraak in een zaaltje van het Holiday Inn-hotel in de hoofdstad Sacramento. Zijn torso, ooit zijn handelsmerk en nu verpakt in een grijs pak met standaard blauwe das, beweegt mee met zijn woorden. Maar weinigen van de toehoorders lijken onder de indruk van de machtigste man van misschien wel de machtigste – maar intussen wel noodlijdende – staat van Amerika. Ze spreken hem zonder omhaal aan. „Hi, governor.”

Hoe Schwarzenegger zijn problemen ook omschrijft, lijvig zijn ze zeker. Het gat tussen de voorziene inkomsten en de geplande uitgaven bedraagt voor de komende anderhalf jaar 42 miljard dollar (33 miljard euro).

In tegenstelling tot de Amerikaanse federale overheid mag een staat niet rood staan, en dus is Californië gedwongen een reeks van onorthodoxe maatregelen te nemen om de financiële problemen het hoofd te bieden en in ieder geval op papier te blijven functioneren. Vorig jaar zijn 10.000 ambtenaren ontslagen en 2.000 infrastructurele werken stilgelegd. Snelwegen, bruggen, ziekenhuizen, sluizen, scholen – tot de zomer wordt er niet gebouwd en geen onderhoud gepleegd.

Naast de rekeningen die sinds deze week onbetaald blijven (de ingreep moet 4 miljard dollar besparen) sluiten vanaf overmorgen de eerste en derde vrijdag van de maand de meeste overheidskantoren en moet het merendeel van de 238.000 ambtenaren die dagen onbetaald met verlof. Geplande besparing: nog eens 1,2 miljard dollar.

De huidige recessie waarin Amerika zit was de aanleiding maar niet de oorzaak van de fiscale crisis. „Ongeveer de helft van het probleem hebben we aan onszelf te danken”, zegt Stephen Levy. Hij is directeur van het Center for Continuing Study of the California Economy, een onafhankelijk onderzoeksorgaan. Het ging volgens Levy mis met de internethype, die tien jaar geleden begon. Inwoners van Californië zagen hun inkomsten plots toenemen, de staat kon zijn geluk niet op met al die extra belastinginkomsten. Na het uiteenspatten van die internetzeepbel is het uitgavepatroon van Californië echter nooit aangepast.

„De andere helft is echter het gevolg van de wereldwijd economische neergang.” Dat zegt opnieuw Stephen Levy. „En hoe langer de recessie voortduurt, hoe erger het wordt.” Hij somt op. Als bedrijven meer mensen ontslaan, dragen ze minder loonbelasting af. Door de slechte huizenmarkt worden er minder huizen verkocht en krijgt de staat minder overdrachtsbelasting binnen. Nu consumenten minder geld uitgeven, lopen de inkomsten uit de omzetbelasting ook terug. En werklozen kosten de staat geld.

Daar komt de kredietcrisis nog bij, die almaar voortduurt. De laatste jaren werkte de staat zich door tekorten heen door te lenen. Die markt is echter stilgevallen, banken geven niet thuis en het helpt ook al niet dat Californië’s kredietwaardering (waar vanaf hangt hoe duur lenen is) op het laagste punt van alle staten is beland.

In oktober vroeg Schwarzenegger in een uitzonderlijke brief aan toenmalig minister van Financiën Hank Paulson om een noodlening. De staat wilde miljarden dollars ontvangen, net zoals banken, verzekeraars en autofabrikanten. De stad New York was de laatste die om geld had gevraagd. Dat was 33 jaar geleden en de stad verkeerde toen nog in vervallen toestand en werd geplaagd door criminaliteit.

Later trok gouverneur Schwarzenegger zijn verzoek weer in. Bij nader inzien wil hij nu de begrotingsproblemen op structurele wijze oplossen. Daarom ook hecht Schwarzenegger niet te veel waarde aan de miljarden die Californië overgemaakt krijgt als Obama’s financiële stimuleringsplan werkelijkheid wordt. „Wij moeten erg voorzichtig zijn. Zij daar” – hij bedoelt Obama en zijn mensen – „zijn onze verlosser niet.”

Het politieke systeem in Sacramento nodigt elke begrotingsonderhandeling weer uit tot een economische impasse, omdat tweederde van de wetgevers moet instemmen om tot een akkoord te komen. De Democraten en Republikeinen moeten het dus altijd eens worden. De Democratische meerderheid ziet nu als oplossing voor het begrotingstekort een forse belastingverhoging en gematigde bezuinigingen. Republikeinen willen juist minimale belastingverhogingen en ingrijpende bezuinigingen en Schwarzenegger stelt een combinatie voor waar niemand nog meer instemt. De situatie lijkt uitzichtloos.

Californië’s economische heerschappij is aanzienlijk. De staat met 37 miljoen inwoners huisvest de amusementsindustrie in Los Angeles, de technologiebedrijven in Silicon Valley en de op de landbouw gerichte vallei meer landinwaarts wordt ‘de groentelade van de wereld’ genoemd. Zou Californië een apart land zijn, dan was het de achtste economie ter wereld, groter dan bijvoorbeeld Rusland of India. Onderzoeker Levy: „Als ik Nederland was, of welk land dan ook, zou ik me zeker zorgen maken over Californië.” Waarom? Californië is zowel producent als „een grote klant van de meeste economieën. En deze klant kan de rekening niet meer betalen.”

Het ironische aan de ingrepen die deze week van kracht zijn geworden is dat ze de staat misschien voor de vorm in leven houden, maar de toch al fragiele economie alleen maar schade berokkenen. Toeleveranciers worden niet betaald, moeten werknemers ontslaan of gaan failliet. Burgers krijgen hun belastingteruggaven, studietoelagen of uitkeringen niet, geven daardoor minder uit – en daar heeft bedrijfsleven dan weer last van.

„Dat simpele rekensommetje wordt al snel een neerwaartse spiraal”, zegt Jason Dickerson van de Legislative Analyst’s Office. Dat is een bureau dat zich laat inhuren door de staat om te helpen de overheidsuitgaven op orde te krijgen. „En als het zo door gaat stort Californië nog deze zomer in elkaar.” Dickerson meent het serieus. Als er geen geld is om overheidsprogramma’s te betalen, „is dat nu nog een beangstigend scenario, maar straks een ramp voor de burgers van Californië.” Niemand die weet wanneer, maar op een bepaalt moment sijpelen de ingrepen die de staat doet door naar de gemeenten. Die daarop niet anders kunnen dan leraren ontslaan en ambulances en brandweerauto’s binnen houden.

Zo slecht als in Californië gaat het nergens in de VS. Slechts in twee andere staten ligt het werkloosheidspercentage hoger en de crisis op de huizenmarkt heeft de inwoners aan de Westkust extra hard geraakt. Maar toch staat Californië niet op zichzelf. Meer dan veertig van de vijftig staten hebben nu al begrotingstekorten en hoe langer de economie wegzakt, hoe groter de problemen ook elders zullen worden.

Schwarzenegger heeft een waslijst aan voorstellen gedaan die de staat op termijn weer financieel gezond moeten maken. Het aantal dagen school zou met vijf per jaar verminderd moeten worden, gevangenen moeten eerder vrijgelaten worden, alcohol moet zwaarder worden belast en er zou vooral meer geleend moeten worden.

Maar van wie? Leningen worden maar met moeite verstrekt. Dus wil Schwarzenegger via een omweg van zichzelf lenen: op basis van toekomstige opbrengsten uit de staatsloterij, bijvoorbeeld. En er zit ook nog geld in overheidsfondsen voor verstandelijk gehandicapten en gezondheidsdiensten voor peuters. Schwarzenegger erkent dat het exceptioneel is, maar wil zich er zeker niet voor excuseren. „Natuurlijk, dat is ongehoord.” Maar: „Met dit soort historische problemen moeten we nou eenmaal ingrepen doen waar we eerder niet eens aan durfden te denken.”

Patricia Mata is derdejaars student sociologie aan California State University in Sacramento. Ze komt uit een immigrantengezin. Haar ouders zijn Mexicaans en werken nu in California als tomatenplukker op het veld (vader) en als inpakster in een zeepfabriek (moeder). Van de zeven kinderen in het gezin gingen er, inclusief Patricia, drie naar de universiteit. „De druk voor mij om te presteren is dus nogal hoog.”

Haar ouders kunnen Patricia’s opleiding niet betalen en zijzelf heeft twee betaalde bijbanen. Ze assisteert een docent met onderzoek en lobbyt namens de studenten bij de overheid. Bij dat laatste is ze vooral persoonlijk betrokken. Ze krijgt nu namelijk elk semester, twee keer per jaar, een zogeheten Cal grant van 2.000 dollar, een toelage voor Californische studenten met ouders met een lager inkomen. Vanaf deze week wordt er in de Cal grants gesneden en Patricia weet niet of er nog wel een volgende bijdrage komt.

„Geen idee waar ik nog eens 4.000 dollar per jaar vandaan moet halen.” Wat dan? „Dan moet ik stoppen met mijn studie. En zijn mijn ouders flink teleurgesteld.”

Linda is 54 en werkt op de juridische afdeling van de staat Californië. Haar naam mag niet in de krant omdat ze bang is dat haar kritiek bij haar werkgever terechtkomt. Er is weinig voor nodig om ontslagen te worden: haar afdeling verloor al vijf van de twintig mensen.

Linda werkt vier dagen per week, tien uur per dag, bij de staat als juridisch analist. Door haar week zo in te delen, heeft Linda op dag vijf tijd om bij Bright Homes bij te klussen. Dat is een bejaardentehuis en ze verzorgt er ouderen. Wassen, enzo. „Daar schaam ik me helemaal niet voor. Wel ben ik er boos om, dat het moet.”

De verplichte vrije vrijdag, vanaf deze week om de week, kan Linda er financieel maar moeilijk bijhebben. De staat bespaart er ruim een miljard per jaar mee, voor Linda is het een loonsverlaging van 9 procent. „Het lijkt minimaal, maar al met al is het nogal een inkomensverlies. Zo kan ik mijn rekeningen niet meer betalen. Hoe los ik de afbetaling op mijn auto af? Hoe voorkom ik dat ik niet uit mijn huis gezet wordt?”

George Usi heeft net nog een rekening aan de staat gestuurd: 250.000 dollar. Usi is directeur van de Sacramento Technology Group en zijn softwarebedrijf verzorgt computerprogramma’s voor vertrouwelijke medische gegevens van inwoners van Californië. De helft van de inkomsten van het bedrijf komen van de zaken met de staat, en meestal betaalt Californië netjes op tijd.

Tot vandaag. Usi heeft preventief actie ondernomen, vroeg zijn eigen zakelijke contacten of ook híj zijn rekeningen in ieder geval dertig dagen te laat kan betalen. Net zoals de staat nu doet. „Daar zie je dus meteen hoe de problemen overslaan op het bedrijfsleven. Hoe het zich als een olievlek uitbreidt.” Geen van zijn zakelijke contacten verwacht volgens Usi dat de staat over een maand opeens wel weer rekeningen kan betalen. Als de wanbetalingen aanhouden „moet ik voordat het zomer wordt een aantal van mijn negentien werknemers ontslaan”. Of het kantoor zelfs sluiten.

Ook de veiligheid van de medische gegevens kan in gevaar komen door de betaalproblemen, want iemand moet de software-updates die hackers moeten tegengaan betalen. En Usi doet dat niet. Hij zegt het niet als dreigement, benadrukt hij. „Meer als waarschuwing voor een catastrofe.”

Gepubliceerd in:
kredietcrisis