Zes vragen over mensenhandel

Raamprostitutie.
Door een onzer redacteuren

Wat is mensenhandel?

Mensenhandel is gedwongen prostitutie, maar ook uitbuiting van mensen in andere sectoren zoals horeca, tuinbouw huishoudelijk werk of fabriekswerk. Ook loverboys worden door Justitie gezien als mensenhandelaren. Zowel mannen als vrouwen kunnen het slachtoffer worden van mensenhandel. Bij mensenhandel is er altijd sprake van uitbuiting. Onder uitbuiting wordt verstaan: mensen, vrijwillig of niet vrijwillig, laten werken en daarvan profiteren, door de inkomsten af te nemen en ze onder mensonterende omstandigheden te laten werken. Dit kan gepaard gaan met dwang, geweld, chantage en misleiding.

Hoeveel slachtoffer zijn er?

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken schatte het aantal slachtoffers van mensenhandel mondiaal op 600.000 tot 800.000 per jaar. Maar elke schatting blijft een slag in de lucht. Het Nederlandse Coördinatiecentrum Mensenhandel registreerde vorig jaar 809 slachtoffers, tegen 716 in 2007. Justitie opende vorig jaar 524 onderzoeken naar mensenhandel. Daarvan leidden er circa 200 tot vervolging.

Waarom doen weinig slachtoffers aangifte?

De meeste slachtoffers van mensenhandel zijn bang om aangifte te doen. Ze proberen contact met de politie te vermijden uit angst voor uitzetting, represailles van de daders of uit angst zelf strafbaar te zijn en in de gevangenis terecht te komen.

Bovendien hebben zij door ervaringen uit eigen land soms weinig vertrouwen in de politie. Het aantal mannen en vrouwen dat nu aangifte doet van mensenhandel is daarom gering.

Het aantal aangiften lijkt de afgelopen jaren af te nemen.

Uit welke landen komen de slachtoffers?

Een groot deel van de vrouwen die gedwongen in de prostitutie werken, komt uit Nederland zelf. Verder komt het merendeel uit de regio Centraal- en Oost Europa. Bulgarije, Roemenië en Rusland staan de afgelopen jaren steevast in de top tien van landen waar de vrouwen vandaag komen. Ook zijn er slachtoffers afkomstig uit Afrika. Nigeria staat sinds 2006 op de tweede plaats en Sierra Leone staat op de zevende plaats. Relatief laag schoren onze buurlanden en ander West Europese landen. Tsjechië, Polen en China behoorden in de jaren negentig tot de top vijf. In de jaren tachtig waren dat de regio’s Latijns Amerika en Azië.

Wat is de Koolviszaak?

Anderhalf jaar nadat de politie een Nigeriaanse mensenhandelbende had opgerold bij een grote internationale operatie, begon op 16 maart 2009 in Zwolle het proces tegen elf verdachten. Andere verdachten worden in Italië en Nigeria berecht. Volgens de aanklacht maakten ze deel uit van een bende die de Nederlandse asielprocedure misbruikte om jonge Nigeriaanse vrouwen Europa binnen te sluizen. Ze zouden tientallen minderjarige Nigeriaanse asielzoeksters uit Nederlandse opvanghuizen hebben laten verdwijnen. De vrouwen werden gedwongen in Zuid-Europa te werken als prostituee. Tien vrouwen hebben aangifte gedaan.

Van de elf verdachten zijn er zeven afkomstig uit Nigeria, drie uit andere Afrikaanse landen en een uit Suriname. Een van de verdachten is een vrouw. Zij is de echtgenote van hoofdverdachte Solomon O. (44) die de leider van de bende in Nederland zou zijn geweest.

Het onderzoek van recherche en marechaussee onder de naam Koolvis heeft ook geleid tot het oprollen van een kleinere bende en drie zelfstandige mensenhandelaars. Zij worden later berecht.

Waarom was Nederland aantrekkelijk als tussenstation voor mensenhandelaren

Alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) die in Nederland arriveren, worden opgevangen in een open opvanghuis. Ook als het land van herkomst „veilig” is en ze dus niet in aanmerking komen voor asiel, mogen ze pas worden teruggestuurd als „adequate opvang” aanwezig is. Dat kan familie zijn, of een kindertehuis. West-Europese landen hanteren in grote lijnen dezelfde regels, al vult elk land het op details anders in.

Juist Nederland was aantrekkelijk als tussenstation voor mensenhandelaars uit Nigeria omdat er rechtstreeks vanuit Abuja en Laos op Schiphol wordt gevlogen. Daarnaast werden de ama’s altijd op dezelfde opvangadressen ondergebracht, waardoor ze voor handelaars makkelijk te vinden en op te halen waren. De goede infrastructuur maakt verder transporteren naar andere Europese landen eenvoudig.

Recentelijk zijn maatregelen genomen om het handelaars lastiger te maken. Zo worden kinderen die het risico lopen te verdwijnen ‘besloten’ opgevangen. Op de luchthaven in Nigeria zijn politieteams aan het werk die proberen verhandelde meisjes op te sporen voordat ze op het vliegtuig naar Europa stappen. Het aantal verdwenen Nigeriaanse ama’s daalde van twintig in 2007 tot een in 2008.

Gepubliceerd in:
Mensenhandel