Buruma: OM communiceerde slecht in mensenhandelzaken
Amsterdam, 12 dec. Het Openbaar Ministerie heeft in drie grote mensenhandelzaken niet goed gecommuniceerd over de inhoud van het strafdossier. Dat zegt hoogleraar strafrecht Ybo Buruma naar aanleiding van een drietal recente vonnissen in mensenhandelzaken. Volgens Buruma is in die zaken duidelijk geworden dat rechtbanken heel precies willen controleren wat tijdens de opsporing is gebeurd.
Roger Bos, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket, bevestigt de trend dat officieren van justitie in de rechtszaal niet meer op hun woord worden geloofd. „Rechters willen alles wat een officier doet of stelt kunnen controleren. Dit leidt er toe dat steeds meer details van een strafzaak op zitting worden besproken”, aldus Bos.
Het Openbaar Ministerie werd in juli en november niet-ontvankelijk verklaard in grote mensenhandelzaken door respectievelijk de rechtbanken in Den Bosch en Alkmaar. In een mensenhandelzaak rond Nigeriaanse vrouwen werd vorige week de zwaarste aanklacht van mensenhandel niet bewezen verklaard door de rechtbank in Zwolle. In alle zaken in beroep aangetekend.
„Communicatieproblemen over de inhoud van een strafdossier zijn een voedingsbodem voor irritatie bij de rechters”, stelt Buruma. „Een zaaksofficier mag er niet van uitgaan dat hij of zij vanzelfsprekend aan de goede kant van het recht staat. Ook een boevenvanger moet goed uitleggen waarom hij het recht aan zijn zijde heeft. Buruma is voorzitter van de commissie evaluatie afgesloten strafzaken die gerechtelijke dwalingen onderzoekt.
Huibert Donker, die als rechercheofficier in Breda nauw betrokken is bij de kwaliteitsbewaking binnen het OM, is verbaasd over de mensenhandelvonnissen. „Als ik dat vonnis uit Alkmaar lees, krijg ik de bibbers van de inhoud”, vertelt Donker. „De verwijten die daarin gemaakt worden, willen we nu juist voorkomen. Daar is onze inzet op gericht.”
Het OM heeft inmiddels een onderzoek aangekondigd naar deze zaak. Donker: „We gaan er niet zonder meer van uit dat de feiten en omstandigheden liggen zoals de rechtbank heeft geschetst. Maar we sluiten het ook niet uit.”
