De crisis in de VS
New York, najaar 2009. De afgelopen vier jaar, sinds het barsten van de zeepbel van de huizenmarkt, heeft Freek Staps als correspondent van NRC ruim 190.000 kilometer afgelegd in Amerika. Hij is op zoek gegaan naar de verhalen achter de cijfers, naar hoe Amerikanen de economische neergang ervaren. Zoals het verhaal van de familie Reitsma, en nog vele anderen.
Het is de vrijdag voor Kerst en Roxanne Reitsma schrikt wakker. ‘Met een vreselijk akelig gevoel.’ Later die dag gaat ze met haar gezin, een boerenfamilie met zeven kinderen, op de jaarlijkse kerstkaartfoto, maar nu is het pas tien voor half vijf. Naast haar is het bed leeg.
Dat gebeurt vaker. Haar man Hans, een Fries die in Californië als boer groot
wilde worden, loopt ’s nachts soms naar de overkant van de zandweg, de
immense stallen in, waar zijn 18.000 koeien staan. Of hij maakt een praatje
met een van zijn tientallen werknemers die het boerenbedrijf dag en nacht
gaande houden.
Maar dat waren andere tijden, van voor de crisis. Nu wil de bank wil onder druk van de economische neergang miljoenen aan leningen terug hebben. Om aan de verplichtingen te kunnen voldoen, moet Hans zijn koeien verkopen. Of ze laten afslachten. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen.
Hij doet zichzelf toch niets aan, had Roxanne hem gevraagd. Natuurlijk niet, hij had zijn gezin toch. Maar nu, ’s ochtends vroeg, ziet ze dat het pistool niet meer in de kluis ligt. En ze had de sleutel nog wel verstopt. Ook is de keukendeur van buiten op slot gedraaid. Dat doet hij nooit. Roxanne draait de deur van het slot, stapt in de pick-uptruck die zij nodig heeft op het enorme boerenbedrijf. Ze rijdt rond, begint te huilen en na een uur zoeken, om half zes, belt ze de politie. Ze zet haar zoektocht voort. Langs de stallen, langs de parkeerplaats van de bank in het dorp. Geen Hans.
Bij haar thuiskomst staat de politie op de oprijlaan. ‘Ik begon direct te ontkennen. Nee. Het is niet waar. Nee.’ Maar dat is het wel. De politie heeft Hans gevonden in de walnotenboomgaard op het erf. Hoe precies, ze kan het niet over haar lippen krijgen. Hij had het ‘netjes’ gedaan. Geen troep. Zelfs in zijn dood wilde hij anderen niet tot last zijn. Typisch Hans.
Er zijn twee afscheidsbrieven. Een voor haar en de kinderen. De andere geadresseerd aan de filiaalhouder van de bank, met een boodschap van vier woorden. ‘Welcome to the kill.’ Welkom op de slachtpartij.
Meer meer minder: crisis in Amerika weergeven op een grotere kaart
De huiseigenaren
- De hypotheekcrisis in de VS spreide zich uit en raakte uiteindelijk de wereldeconomie. De noodsituatie begon met mensen als Gilbert Dickerson: werkloos, ziek en dik in de schulden. Toch kreeg hij een hypotheek.
- Michele McIntosh heeft twee banen, maar toch dreigt ze haar huis in een New Yorkse achterstandswijk te verliezen. Van hypotheken wist ze niks af. „Kredietverstrekkers zijn zwendelaars", vindt ze.
De spaarders
- De bank IndyMac in Californië is failliet. Vanaf vier uur ’s nachts zitten de eerste klanten op de stoep. Tracy Lee doet mee met een klassieke bankrun, ze vreest voor de 200.000 dollar die ze als alleenstaande moeder niet kan missen.
De werknemers
- De uitzichtloosheid op de arbeidsmarkt is zo groot dat een baan vinden allang niet meer het doel is van de leden van de Job Club in San Francisco. „Wat dóén jullie nou eigenlijk de hele dag als werkloze?”
- De kredietcrisis treft ook jonge handelaren op Wall Street. Voormalig medewerker van Goldman Sachs Ari Cantor verkoopt bretels voor het beursgebouw van Wall Street, een handeltje dat hij met zijn laatste spaargeld opzette.
- In Janesville sluit met de oudste General Motors-fabriek. De hele familie Breidenstein raakt hun baan kwijt, alleen zoon Bradley die in een kroeg werkt heeft nog hoop.
- Toch is er nog wel werk te vinden. Maar dan moet je er wel iets voor over hebben: verhuizen naar een stacaravan in de uitgestrekte woestijn van Arizona bijvoorbeeld, om te werken in de kopermijnen. De werkloze Josh Hartsock reed 2.500 kilometer voor een baan.
De overheid
- In de gemeente Palm Beach raakt het geld voor ambtenaren, bibliotheken en parken op. De lokale overheid is platzak.
- De lokale overheid van Birmingham, Alabama, dreigt failliet te gaan vanwege verkeerd uitgepakte leningen voor het onderhoud van het rioolstelsel. Politici en bankiers proberen de inwoners kalm te houden.
- Ook de Amerikaanse stad Phoenix, groeimetropool in de hoogconjunctuur, is getroffen door de recessie. Met zijn werkgelegenheidsproject probeert Phoenix de lokale economie nieuw leven in te blazen.
Maar er zijn ook winnaars in de crisis. Met de hun kenmerkende ondernemersgeest staan er onmiddelijk Amerikanen op die munt proberen te slaan uit de malaise van anderen.
- Zoals vastgoedondernemers die zich toeleggen op executieverkopen. „Met één huis verkopen kun je wel 30.000 dollar verdienen. Laat maar horen als je belachelijk veel geld wilt verdienen.”
- Of de pandjesbazen, die al voor het uitbreken van de kredietcrisis floreerden. De eigenaar van de Top Dollar Pawn Shop wordt erg gelukkig van armoede: goed voor de zaken.
- Bankiers blijven riante bonussen opstrijken, ondanks dat zij aan de bron van de crisis stonden. Boze burgers nemen een bustour door de villawijken van rijke bankiers.
