Lid Commissie-Deetman heeft nauwe band met R.-K. Kerk

Door onze redacteur Joep Dohmen

Rotterdam, 19 juli. Een lid van de commissie-Deetman, die seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk onderzoekt, heeft nauwe banden met kerkelijke instellingen. Marit Monteiro, hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, was jarenlang senior onderzoeker voor de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR). De KNR is een van de opdrachtgevers van de commissie.

Monteiro was ook in dienst van de orde van dominicanen en werkte voor andere religieuze gemeenschappen die door de commissie-Deetman worden onderzocht. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad.

Verklaring

Slachtoffergroepen eisen dat Monteiro opstapt als lid van de commissie. Voorzitter Wim Deetman wil daar niet van weten. In een schriftelijke verklaring laat hij weten: „De wetenschappelijke integriteit zowel als de onafhankelijkheid tegenover alle partijen van de commissieleden, onder wie Marit Monteiro, is boven elke twijfel verheven. De commissie-voorzitter heeft zich hiervan vergewist.”

Deetman wees bij de presentatie van zijn commissie op de specialisatie van Monteiro in religiegeschiedenis en de geschiedenis van religieuze instituten. Ook vermeldde hij dat haar onderzoeksprogramma wordt betaald door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Deetman meldde niet dat Monteiro jarenlang senior onderzoeker was van de KNR. Tussen 2000 en 2007 was ze ook in dienst van de dominicanen. Ze deed onderzoek naar de geschiedenis van deze orde. Daarover verscheen in 2008 het boek Gods predikers. In het boek is weinig terug te vinden over seksueel misbruik. De dominicanen zijn onderwerp van onderzoek van de commissie. Over vijf leden van deze orde zijn meldingen van seksueel vergrijpen gedaan.

Franciscanessen

Ook andere onderzoeken en boeken van Monteiro zijn betaald door congregaties en ordes die ze nu als commissielid kritisch en onafhankelijk moet bestuderen. Zo werd zij ingehuurd door de franciscanessen van Oirschot. Over de geschiedenis van deze congregatie publiceerde ze in 2000 het boek Vroomheid in veelvoud. Ook franciscanessen zijn beschuldigd van seksueel misbruik; deze congregatie behoort eveneens tot het onderzoeksterrein van de commissie.

Monteiro is tevens een van de oprichters en oud-bestuurders van de stichting Echo. Die bemiddelt onderzoeksopdrachten van religieuze gemeenschappen. Via de stichting wordt de geschiedenis van ordes en congregaties vastgelegd in gedenkboeken. Dat gebeurt onder meer voor de salesianen van Don Bosco. Zij kwamen in februari in het nieuws met seksueel misbruik in internaat Don Rua.

Oud-leerlingen van Don Rua reageren verbijsterd. Namens de lotgenotengroep zegt Janne Geraets: „We begrijpen niet dat deze persoon zelf niet geweigerd heeft om zitting te nemen in de commissie. Bedenkingen die we als groep hadden, zijn nu bewaarheid. Het is pijnlijk dat men zo met de slachtoffers omgaat.”

Verstrengeling

Bert Smeets, voorzitter van de slachtoffergroep MeaCulpa United: „De opdrachtgevers moeten verheugd zijn geweest over de samenstelling van de commissie. Ze waren al verstrengeld door zelf opdrachtgever te zijn. Nu blijkt dat een van haar leden vergaand verweven is met tal van takken in de kerk, kan nauwelijks nog gesproken worden van onafhankelijkheid en objectiviteit.”

De Groep Slachtoffers Misbruik Canisius College vindt dat slachtoffers er recht op hebben dat iedere schijn van partijdigheid wordt vermeden: „Het is in het belang van slachtoffers en Kerk dat getracht wordt het geschonden vertrouwen te herstellen. Wij kunnen niet anders concluderen dat, ondanks haar expertise, Monteiro geen geschikte kandidaat is voor de commissie gezien haar relaties met de congregaties die ook deel uitmaken van het onderzoek.”

Marit Monteiro was wegens vakantie onbereikbaar voor commentaar.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk
Binnenland
Nieuwsbrief