‘Shell loopt tegen roltrap op’

Door onze redacteur Marcel aan de Brugh

Shell-topman Jeroen van der Veer trad in 2004 aan om puin te ruimen na het schandaal met niet-bestaande reserves. „Iedere ochtend de wekker zetten en de mouwen opstropen.”

Amsterdam, 8 juni. „Ik geloof niet dat de wereld aan het einde begint te raken van zijn olie en gas. Of, dat we moeten kiezen tussen fossiele brandstoffen aan de ene kant en het behoud van het huidige klimaat aan de andere. Het kan allebei. Maar daarvoor moeten we wel nieuwe technologie inzetten, op een ongekende schaal, in een ongekend tempo.”

Jeroen van der Veer (58) is topman van het Nederlands-Britse energieconcern Shell. Hij werd twee jaar geleden aangesteld om de rust bij de multinational te laten weerkeren. Shell maakte een turbulente periode door. Het bedrijf had zijn olie- en gasreserves – een belangrijke graadmeter om de waarde van een energiebedrijf in te schatten – jarenlang veel te gunstig voorgespiegeld. Toen het bedrijf dat naar buiten bracht, kelderde de beurskoers. Drie bestuursleden moesten het veld ruimen. Van der Veer, op dat moment vice-voorzitter, nam het roer over en kreeg de leiding over een bedrijf dat nu, net als de rest van de industrie, recordwinsten boekt als gevolg van de hoge olieprijzen. Vorig jaar boekte Shell een winst van 20 miljard euro.

„Olie en gas zitten er meer dan voldoende in de bodem”, zegt de lange, tengere Van der Veer in een zaaltje, ergens in de Amsterdamse RAI. Kopstukken uit de internationale energiewereld spreken hier deze week over de groeiende rol van aardgas in de wereldwijde energievoorziening.

Volgens Van der Veer is er zeker genoeg olie en gas voor de komende tientallen jaren, en wellicht voor de komende eeuw. Maar veel ervan zit op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals de diepzee en het Arctisch gebied. Of in lastige bodems, zoals teerzand en leisteen. Om de fossiele brandstoffen te winnen zijn nieuwe technologieën nodig. En dus geld. Maar dat is er, nu de grote internationale oliemaatschappijen zoals Shell, het Britse BP en het Amerikaanse ExxonMobil, miljarden verdienen. Ze investeren als nooit tevoren. Ze moeten wel.

Tegenwoordig is 60 procent van de olie- en gasproductie al in handen van staatsbedrijven, zoals het Russische Gazprom en het Iraanse NIOC. Ze bezitten daarnaast 90 procent van de bekende reserves. En ze hebben gevestigde technologieën om de brandstoffen te winnen. Bedrijven als Shell moeten wel zaken doen met de staatsbedrijven, willen ze toegang houden tot de brandstoffen. „En wil je interessant zijn als partner, dan moet je iets te bieden hebben wat je beter kunt dan je concurrenten”, zegt Van der Veer.

Zo ontwikkelt Shell technologieën om de opbrengst van olievelden te verbeteren – doorgaans wordt slechts eenderde ervan gewonnen. Of om gas, kolen en biomassa om te zetten in diesel, voor de transportsector. Het zoekt ook naar mogelijkheden om het broeikasgas CO2, dat bijvoorbeeld wordt uitgestoten door elektriciteitscentrales, ondergronds op te slaan zodat het niet in de atmosfeer komt. Verder probeert het bedrijf vooral heel grote projecten op poten te krijgen, die voor kleine concurrenten niet te behappen zijn. Shell heeft er daar nu drie van, onder andere in Rusland en in Qatar. In 2015 moeten dat er tien zijn.

De aanpak lijkt te werken. In Saoedi-Arabië, de grootste olieproducent ter wereld, heeft Shell als een van de weinige buitenlandse energiebedrijven toestemming gekregen om naar gas te gaan boren.

In Algerije heeft Shell vorig jaar een belangrijke overeenkomst gesloten met het staatsbedrijf Sonatrach, dat de op vier na grootste gasreserves ter wereld bezit. Ook in Iran en Libië heeft Shell contracten lopen met de belangrijkste staatsbedrijven.

Wat maakt uw bedrijf zo interessant voor Saoedi-Arabië?

„We hebben ervaring om in woestijngebied, waar geen wegen zijn, toch infrastructuur aan te leggen voor gaswinning. Dat hebben we in Oman geleerd.”

Van de zes buitenlandse bedrijven die nu in Saoedi-Arabië naar gas mogen boren, is er geen enkel Amerikaans. Is daar een reden voor?

„Het staatsbedrijf Saudi Aramco heeft de regering aangegeven welke combinaties van bedrijven ze wenselijk vond. Wij zitten met het Franse Total en Saudi Aramco in een consortium.”

Minister Bot (Buitenlandse zaken) heeft voor Shell pas nog een concessie in de wacht gesleept in Kazach-stan. Minister Brinkhorst (Economische zaken) reist naar Libië en Algerije, met energie als speerpunt. Hoe belangrijk is de Nederlandse politiek voor Shell?

„Het kan wel eens een rol spelen. Maar in het geval van Saoedi-Arabië was dat niet zo.”

Niet alle grote projecten die Shell leidt, verlopen vlekkeloos. Het Sachalin-project in Rusland valt tien miljard dollar duurder uit dan geraamd. Hoe schadelijk is zoiets voor de reputatie van het bedrijf?

„Van Sachalin hebben we veel geleerd. Gelukkig lopen niet alle projecten zo. In China hebben we net een petrochemisch complex gebouwd van 4 miljard dollar. Dat was op tijd klaar. We hebben over de hele wereld veel projecten voor LNG [liquefied natural gas, aardgas dat in sterk afgekoelde en gekrompen vorm per schip wordt getransporteerd, red.] voltooid. Bijna allemaal op tijd.”

Is kernenergie voor Shell een optie?

„Nee. We zijn daar twintig jaar geleden uitgestapt en hebben hierover geen enkele know-how meer. Er valt voor ons genoeg te doen met olie, gas, chemie en alternatieve energie. Laten we niet proberen de hele wereld te veranderen.”

Ondanks alle projecten heeft Shell moeite zijn productie op te voeren. Wat zijn de vooruitzichten?

„We zitten nu op 3,5 miljoen vaten per dag. Zouden we niets doen, dan slinkt dat. We moeten hard tegen de roltrap oplopen die naar beneden gaat. Over een aantal jaren nemen we grote projecten in Qatar, de Kaspische Zee en Australië in productie. We willen de teerzanden in Canada uitbreiden. In Nigeria willen we meer gaan doen. We hopen in 2015 tussen de 4,5 en 5 miljoen vaten per dag te zitten.”

In Nigeria wordt uw bedrijf geteisterd door ontvoeringen, aanslagen en het illegaal aftappen van olie. Hoe is de situatie nu?

„We werken met de overheden aan oplossingen. Ik kan daar niet al te veel over zeggen. Het heeft zijn tijd nodig.”

Na het debacle met de reserves was het wantrouwen van Shell-werknemers ten opzichte van het bestuur groot. Hoe is dat nu?

„We hebben vorige week de top 400 mensen bij elkaar gehad in Houston. Ik heb het gevoel dat de goeie stemming weer aan het terugkomen is.”

Hoe bevalt het u als topman?

„Het is gewoon iedere ochtend de wekker zetten en de mouwen opstropen.”

Gepubliceerd in:
olie
Economie
Shell
Achtergrond & Analyse