Commissie: onderwijsbeleid heeft gefaald

De voltallige commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen - de commissie Dijsselbloem -  bij de eerste openbare hoorzitting in november vorig jaar.
Door een onzer redacteuren

Den Haag, 13 febr. De overheid heeft het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs ernstig verwaarloosd. Er was in deze periode geen deugdelijk toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. De politiek trad in de vrijheid van scholen.

Dat zijn de belangrijkste conclusies die de parlementaire onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen vandaag presenteert in haar eindrapport Tijd voor onderwijs. De commissie, bestaande uit Tweede Kamerleden van vrijwel alle partijen, staat onder leiding van Jeroen Dijsselbloem (PvdA).

Het parlementaire onderzoek werd vlak na de kabinetsformatie ingesteld, naar aanleiding van protesten van scholieren dat ze niet voldoende les kregen en te veel door hun scholen werden vrijgelaten.

De commissie onderzocht met name vernieuwingen uit de jaren negentig: de basisvorming, de Tweede Fase en het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De vernieuwingen werden vooral doorgevoerd door PvdA-bewindslieden, maar ook CDA en VVD droegen politieke verantwoordelijkheid. De commissie oordeelt hard over de bewindslieden. Zij delen de verantwoordelijkheid voor het falende beleid, zegt de commissie. „Het politiek belang was belangrijker dan het belang van het kind”, zegt Jeroen Dijsselbloem vandaag in een interview met deze krant.

De commissie concludeert vandaag dat politici last hadden van ‘tunnelvisie’. Kritiek op het beleid werd stelselmatig genegeerd, het politiek belang werd boven dat van de kinderen gesteld en de Tweede Kamer heeft haar taak om de macht te controleren ernstig verzaakt, zo schrijft de commissie. Daardoor zijn er „grote risico’s genomen, vooral met zorgleerlingen en met de invoering van het ‘nieuwe leren’, een vorm van onderwijs waarbij leerlingen zelfstandiger werken. De problemen van de groeiende groep allochtone leerlingen waren bekend, maar zijn grotendeels genegeerd. Ook was er geen deugdelijke financiële onderbouwing van de plannen en hadden docenten, die de uitvoering moesten implementeren, geen inbreng in de plannen.

Dijsselbloem zegt dat de terugblik van zijn commissie een „ontluisterend beeld” geeft. De belangrijkste aanbeveling van de commissie is dat de overheid nu duidelijker moet gaan voorschrijven wat de kinderen op school en in welke klas moeten leren. Er moet een kerncurriculum komen en canons van de verschillende vakken. Het is niet te zeggen, zo stelt de commissie, of het onderwijsniveau is gedaald door de vernieuwingen. „Maar we stellen wel vast dat er meerdere generaties zijn die niet goed kunnen spellen en onvoldoende weten van vaderlandse geschiedenis”, aldus Dijsselbloem.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
onderwijs
Binnenland