Wie burger controleert, moet zelf schoon zijn
Bestuurders spenderen veel tijd aan het ‘schoon’ houden van het ambtenarenkorps. Toch lekt regelmatig vertrouwelijke informatie uit. „Een van de grootste integriteitsrisico’s.”
Rotterdam, 30 juli. Het moet een nachtmerrie zijn voor iedere zelfstandige ondernemer: de belangrijkste opdrachtgever, een overheidsinstantie, laat stiekem een antecedentenonderzoek naar je bedrijf uitvoeren, maakt daarbij inhoudelijke fouten, terwijl de inhoud vervolgens uitlekt naar de pers. Weg opdrachtgevers, weg bedrijfsreputatie.
Geen theoretisch scenario. Het overkwam de Amsterdamse Stichting Pre-Professionele Hulpverlening (SPPH) in 2001. Opdrachtgever voor dat antecedentenonderzoek was in 2001 de gemeente zelf, die een bureau in eigen huis heeft: het bureau Screening en Bewaking.
Aanleiding was de manier waarop de stichting, een adviesorgaan voor bedrijfshulpverlening, publiciteit had gezocht over onveilige situaties in de metrotunnel van het Amsterdamse Vervoersbedrijf GVB.
De stichting zelf wist niets van dat onderzoek. Ook niet van de uitkomst. Dat het GVB beter geen zaken kon doen met deze partner wegens onfatsoenlijke bedrijfsvoering. Zelfs nadat het vertrouwelijke onderzoek was uitgelekt naar De Telegraaf en De Volkskrant kreeg de SPPH er niet de beschikking over. Maar de publicaties in de media hadden hun werk gedaan. Opdrachten werden ingetrokken of niet meer verstrekt.
„Onprofessioneel gedrag van de betrokken ambtenaren en bestuurders”, concludeerde een speciale commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Jacob Kohnstamm in 2004. Maar vinden dergelijke ‘miskleunen’ ook elders plaats? De overheid weet steeds meer van het privégedrag van burgers. Wie rond toert in een luxeauto of een duur zeiljacht, loopt het risico dat hij moet aantonen dat bezit niet met zwart geld te hebben betaald. Justitie, politie en fiscus koppelen steeds vaker hun bestanden om onrechtmatigheden bloot te leggen. Gemeenten kunnen vergunningen weigeren bij vermoedens van criminele bedoelingen. Maar wie controleert de ambtenaren die dergelijke beslissingen nemen? Hoe wordt misbruik van kennis uit die dossiers voorkomen?
Bij de politie doen de rijksrecherche of eigen onderzoeksbureaus permanent onderzoek naar misbruik van die informatiepositie, niet zo verwonderlijk, ‘lekken’ naar criminelen of vrienden geldt intern als een van de grootste integriteitsrisico’s. Daarnaast screent de Algemene Inlichtingen - en Veiligheidsdienst (AIVD) jaarlijks zo’n 16.000 politiefunctionarissen op hun betrouwbaarheid. Voor rijksambtenaren, of bijvoorbeeld medewerkers van Schiphol, met zogeheten vertrouwensfuncties gelden soortgelijke procedures.
Maar op lokaal niveau gebeurt dat niet. Screening beperkt zich tot het natrekken bij het ministerie van Justitie of iemand een strafblad heeft. Gemeenten kunnen verder een geheimhoudingsverklaring laten ondertekenen. Maar veel meer mogelijkheden zijn er niet. Terwijl het aantal ambtenaren op gemeentelijk niveau dat toegang heeft tot strafrechtelijke informatie over burgers groeit. Dat is het gevolg van invoering van de Wet-Bibob (Wet bevordering integriteitbeoordeling door het openbaar bestuur) in 2003 én de groeiende betrokkenheid van gemeente bij anti-terreurbestrijding. De Bibob-wet geeft gemeenten de mogelijkheid om vergunningaanvragers het hemd van het lijf te vragen over hun interne bedrijfsvoering, met het doel, te achterhalen of de betrokken ondernemer criminele antecedenten heeft. Bij twijfel wordt het landelijk Bibob-bureau van het ministerie van Justitie ingeschakeld, die justitiële en fiscale antecedenten mag natrekken uit de interne databestanden van politie, justitie en de Belastingdienst. De resultaten ervan komen vervolgens weer terug op het bureau van de gemeenteambtenaren.
Het College Bescherming Persoonsgegevens weet niet of de huidige screening van gemeenteambtenaren voldoende is en heeft ook onvoldoende capaciteit om dat te controleren. Terwijl de Wet bescherming persoonsgegevens wel verplicht tot zorgvuldigheid. Hoe gevoeliger de bestanden, hoe zwaarder de eisen, aldus een woordvoerster.
De gemeente Amsterdam inventariseert momenteel hoeveel ambtenaren over privacygevoelige of justitiële dossiers beschikken en of de huidige screeningseisen voldoen. In Zuid-Limburg gebeurt dat in de praktijk al. Ambtenaren die betrokken zijn bij een gezamenlijk project van de gemeenten Maastricht, Kerkrade, Heerlen, Valkenburg, Sittard-Geleen en de provincie om de georganiseerde criminaliteit aan te pakken, worden door de politie gescreend, die daarbij gebruik maakt van de bestanden van de politie, justitie, de criminele inlichtingeneenheden (CIE) en de regionale inlichtingendiensten. Ook gezinsleden en huisgenoten worden onder de loep genomen, aldus commissaris L. Mennens van het regiokorps Limburg-Zuid.
Volgens Mennens is zo’n strenge selectie niet meer dan logisch. „Dat overkomt een rechercheur ook, waarom een gemeenteambtenaar die over dezelfde informatie beschikt, niet? Als je de integriteit van burgers onderzoekt met partijen als de fiscus, justitie en politie, heb je de verantwoordelijkheid om er alles aan te doen dat de eigen medewerkers ‘schoon’ zijn.”
