Je hebt één jaar borstvoeding gehad, begrijp ik?

Als ouders het welzijn van het kind bedreigen, moet de staat interveniëren. Maar een dossier aanleggen voor elk kind gaat veel te ver, aldus Anne-Wil Duthler en Heleen Dupuis.

Bij de Eerste Kamer ligt een wetsvoorstel publieke gezondheid waarmee met één bepaling, en alleen voor de oplettende lezer, het elektronisch kinddossier wordt ingevoerd. Het principiële bezwaar tegen het kinddossier is dat zonder indicatie van enige misstand in een gezin volledige en vergaande informatie over een kind en zijn ouders wordt opgeslagen. En dat 23 jaar lang.

Het gaat om 1.185 gegevens per kind die onwaarschijnlijk veel details betreffen, waaronder zeer persoonlijke, over de ouderlijke situatie en die van het kind. Wie de categorie gegevens leest rijzen de haren te berge. Het aantal maanden borstvoeding dat moeder heeft gegeven, wordt vastgelegd maar ook de ‘opvoedmethode’. Een autoritaire opvoedingsstijl wordt als belemmerend gekwalificeerd voor de ontwikkeling van het kind, en de desbetreffende ouder wordt in dat geval niet opvoedingscompetent geacht.

De minister beantwoordt kritiek op deze buitenproportionele schending van de privacy van alle gezinnen steevast met het foute argument, namelijk dat het goed is voor de hulpverlening. Maar er is in 95 procent van de gevallen helemaal geen sprake van enige noodzaak tot hulpverlening.

De meeste kinderen worden geboren in gezinnen waarin zij van harte welkom zijn, en liefdevol worden verzorgd en opgevoed. Een aantal kinderen is minder fortuinlijk en treft ouders die het welzijn van het kind bedreigen. Er is in Nederland geen verschil van mening over de taak die de overheid in deze situatie heeft. Waar het kind veel te kort komt is er een plicht voor de overheid tot interventie. Die kan variëren van hulp voor de ouders tot, in een uiterst geval, ontzetting uit de ouderlijke macht.

Het is van belang – ook daarover bestaat geen verschil van mening – om ernstige risico’s voor een kind tijdig op te sporen, zodat de jeugdhulpverlening kan proberen mogelijke gevaren voor het kind af te wenden.

We weten dat tijdige opsporing niet altijd lukt. De drama’s die zich bij tijd en wijle afspelen rond jonge kinderen krijgen terecht veel aandacht. Kennelijk is er dan iets fout gegaan bij de hulpverlening, is meestal de opvatting. Dat is niet altijd juist. Niet alle geweld tegen kinderen is voorspelbaar, en de echte schuldigen zijn hoe dan ook de ouders, niet de hulpverleners.

Het zou goed zijn als ‘risicokinderen’ tijdig kunnen worden opgespoord. Signalen die wijzen op ellende voor het kind behoren op de juiste plaats terecht te komen, zodat de gehele omgeving van het kind op de hoogte is en de vinger aan de pols kan houden. In sommige steden, zoals Rotterdam, functioneert een dergelijke ‘verwijsindex’. Als er signalen zijn van problemen met een kind wordt dat bij een centraal punt gemeld, en vervolgens doorgegeven aan alle mogelijke betrokkenen. Een dergelijke verwijsindex voorkomt dat hulpverleners langs elkaar heen werken en vergroot de kans op tijdige en adequate interventie.

Heel anders is het plan van minister Rouvoet om voor álle kinderen een elektronisch kinddossier aan te leggen, waar veel subjectieve gegevens in worden opgeslagen.

Waarom niet gedaan wat met de verwijsindex gebeurt: een dossier maken zodra er een signaal is dat het kind echt risico loopt? Dat is een rechtvaardiging voor een elektronisch kinddossier. Zonder zo’n signaal is een dergelijk dossier een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, een recht dat door artikel 10 van de Grondwet wordt beschermd, en een onaanvaardbare vorm van paternalisme.

In 2009 wil minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) zowel de Verwijsindex Risicojongeren invoeren als het elektronisch kinddossier (ekd).

De verwijsindex richt zich op probleemjeugd. De beroepskracht (arts, politie, gezinsvoogd) krijgt een e-mail als hij de naam invoert van een probleemjongere die al geregistreerd staat. In die mail staan alleen de naam van de jongere en die van de beroepskracht die hem heeft geregistreerd.

In het ekd staat juist inhoudelijke informatie. Over de gezondheid van het kind. Het ekd richt zich bovendien op elk kind in Nederland.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Privacy
Opinie
Opinie