Kamer kijkt liever naar programma dan naar bestel

Kamervragen over de omroepen gingen voor de helft over programma's. Zoals de vraag 'Waarom wordt Sesamstraat niet een uur later uitgezonden?'
Door onze redacteuren Jan Benjamin en Mirjam Keunen

Den Haag, 11 febr. Minstens 90 vragen stelden de leden van de Tweede Kamer in de afgelopen drie jaar aan minister Plasterk (Media, PvdA) over de publieke omroep.

Over structurele zaken als de hoge salarissen van presentatoren, de financiële problemen van omroep Llink en de positie van de STER. Maar de helft ging over programma’s. Waarom verdwijnt de soap ONM (Onderweg naar Morgen)? Waarom wordt Sesamstraat niet een uur later uitgezonden? Waarom maakt de „staatsomroep” zich schuldig aan
„islampropaganda gericht op
peuters”?


Klik op de illustratie voor een vergroting.


Lees in NRC Handelsblad van vandaag, 11 februari, deel vier van de serie over de omroepen: 'Ook Kamerleden hebben een mening over Sesamstraat', (pag. 2).

Voor (web)abonnees is het artikel vanaf 15.00 uur beschikbaar in de digitale editie.PVV en SP voeren de boventoon, blijkt uit onderzoek van deze krant. Beide oppositiepartijen zijn goed voor elk ruim een kwart van de vragen. Probleem: de Tweede Kamer gaat helemaal niet over de inhoud van tv-programma’s.

De inmenging van Den Haag is Hilversum een doorn in het oog. „Je ziet een overvloed aan onbenullige vragen over programma’s”, zegt AVRO-directeur Willemijn Maas. „En daarmee gaan politici hun boekje te buiten.” Gerard Timmer, directeur tv van de Nederlandse Publieke Omroep: „De politiek stelt de kaders vast en moet zich er daarna niet meer mee bemoeien. Dat is ook gevaarlijk. Nu gaat het nog om drama of een spelletje, maar wat als de politiek zich mengt in onderzoeksjournalistiek die haar onwelgevallig is?”

Moet een Kamerlid zich wel bezig houden met wat omroepen uitzenden? „Ja”, vinden Joop Atsma (CDA) en Martin Bosma (PVV). Die programma’s worden gemaakt met belastinggeld. Bosma: „Ik controleer of de Mediawet wordt nageleefd waarin staat dat alle stromingen vertegenwoordigd moeten zijn.” Atsma: „Het gaat om systeembewaking.”

„Nee”, zeggen Martijn van Dam (PvdA) en Johan Remkes (VVD). Remkes vindt dat de politiek zich verre moet houden van de Hilversumse programmering. „Bij sommige collega’s lijkt de notie te ontbreken dat er ook een knop op de televisie zit.” Van Dam noemt de voortdurende kritiek van rechtse partijen op de „linkse staatsomroep” gevaarlijk. „Die kritiek hoor je uitsluitend om politieke doeleinden. Rechtse partijen hollen op deze manier een belangrijke pijler van de democratie uit.”

Mediawoordvoerders
„Kleiner en fijner” is het ideaal van Remkes (VVD). Hij wil twee tv-zenders met opinie, informatie, kunst en cultuur, drama en documentaires. „De publieke omroep kan zonder reclame, maar je zou moeten beginnen met geen reclame op internet of experimenteren met één reclamevrije tv-zender.”

Het bestel is volgens Bosma (PVV) losgeslagen van zijn ankers: Hilversum noemt hij een openluchtmuseum met omroepen die hun ideologische kleur zijn verloren. „Het is een rondreizend circus van redacteuren en presentatoren die van omroep naar omroep trekken.” Of de KRO wordt weer katholiek met een dagsluiting, of we schaffen de omroepen af, is zijn devies.

Atsma (CDA) wil terug naar de tijd dat de omroepen meer macht hadden. Hij wil de invloed van de netmanager verminderen die de tv-avonden samenstelt. „Het gaat om het pluriforme aanbod, kijkcijfers zouden minder belangrijk moeten zijn.”

De ideale omroep van Martijn van Dam (PvdA) is „onafhankelijk van commercie, politieke en overheid, biedt een hoge kwaliteit, hecht aan pluriformiteit en is een verbindende factor in de samenleving.’’

Gepubliceerd in:
Publieke omroep
Binnenland
Nieuwsbrief