Voor Darfur kan arrestatiebevel Bashir drama zijn

Aanhangers van  president Bashir, die zei dat het Strafhof het arrestatiebevel kan ,,opeten".
Door Koert Lindijer en Carolien Roelants

Het Internationaal Strafhof heeft vandaag tegen de Soedanese president een arrestatiebevel uitgevaardigd. De gevolgen voor de regio Darfur kunnen groot zijn.

Nairobi/Rotterdam, 4 maart. In de aanloop naar een besluit van het Internationaal Strafhof over een arrestatiebevel tegen president Omar Hassan al-Bashir werd in Soedan al maandenlang op de oorlogstrom geslagen. Voorstanders van de aanklacht werden gevangen gezet. Tegenstanders kregen ruim baan op radio, televisie en in de door de regering gecontroleerde kranten. Ministers dreigden met represailles tegen de Verenigde Naties en westerse landen.

Nu is dat besluit er. President Bashir is het eerste zittende staatshoofd dat officieel door het hof wordt gezocht, op verdenking van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Darfur waar zijn leger en geallieerde Arabische milities sinds 2003 met grof geweld tekeer gaan tegen etnisch-Afrikaanse rebellen.

Niemand verwacht dat Bashir zich overgeeft of direct door een undercover-team uit Khartoum wordt weggeplukt. Het grootste gevaar voor de president zelf komt van zijn naaste medewerkers. Geruchten over een machtsstrijd binnen de regeringspartij doen al langer de ronde. Aan de andere kant kunnen slechts weinigen van zijn naaste medewerkers zichzelf vrijpleiten. Hoewel Bashir als staatshoofd de eindverantwoordelijkheid draagt voor de in Darfur toegepast tactiek van de verschroeide aarde, steunde de kliek rond hem die militaire strategie. Sommige van zijn naaste medewerkers waren vermoedelijk meer betrokken bij de opdrachten dorpen te verbranden, mannen te doden en vrouwen te verkrachten dan de president zelf.

Welke bredere gevolgen van de aanklacht zijn denkbaar? Een aantal scenario’s, van voortzetting van de huidige situatie tot een om zich heen grijpend regionaal drama.

1. Voortzetting of zelfs verbetering van de huidige situatie. Bijna het enige dat de regering van president Bashir nog doet is zich overeind houden. Daartoe is zij sinds kort ook in gesprek met de grootste rebellengroep in Darfur, de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (JEM). De JEM trok vorig jaar op naar Khartoum, en werd toen ternauwernood afgeslagen. De JEM wil met name daarbij gevangen leiders vrijkrijgen die door Khartoum ter dood zijn veroordeeld; beide partijen zeggen de weg te willen bereiden naar een bredere vredesconferentie over Darfur.

En dan is er nog die andere oorlog tussen zuidelijke rebellen en de Soedanese regering, waarbij tussen 1983 en 2005 naar schatting twee miljoen doden vielen. Onder de bepalingen van het vredesverdrag van Soedan met Zuid-Soedan uit 2005 moeten dit jaar voorts in het hele land verkiezingen worden gehouden. Die zouden een nederlaag van Bashirs Nationale Congrespartij kunnen opleveren. Theoretisch zouden deze ontwikkelingen tot vrede in Darfur, een nieuwe regering in Khartoum en uitlevering van Bashir kunnen leiden.

2. Verslechtering van de situatie in Darfur. Zelfs als Khartoum vrede zou willen, is de toestand in Darfur haast onoplosbaar met een naast de JEM totaal versnipperde rebellenbeweging, grootscheeps banditisme, vechtende stammen, en miljoenen ontheemden in de kampen die zich door de rebellen niet vertegenwoordigd voelen. Door de ICC-aanklacht dreigt het gevaar dat de hulpoperaties in Darfur om ontheemden in leven te houden, verder worden afgeknepen. Hulpverleners staan al maanden onder grote druk van de overheid, die hen verdenkt informatie aan het ICC te hebben doorgegeven over oorlogsmisdaden. Enkele uren nadat het arrestatiebevel werd uitgevaardigd, heeft Sudan zes hulporganisaties het land uitgezet en hun bezitingen geconfisceerd. In de toch al uiterst precaire veiligheidssituatie worden hulpverleners al beperkingen opgelegd, door reisvergunningen in te trekken of import van goederen te vertragen.

3. Uitwijzing van de vredesmacht in Zuid-Soedan. Aanhangers van de regering hebben gedreigd de 10.000 man tellende vredesmacht van de Verenigde Naties in Zuid-Soedan uit te wijzen. De machthebbers vrezen dat de VN-soldaten Bashir zouden kunnen arresteren. Bashir is minder bang dat hij wordt gearresteerd in Darfur want de vredesmacht daar is een combinatie van VN-soldaten en militairen van de Afrikaanse Unie (AU). De AU heeft zich tegen een ICC-aanklacht uitgesproken. Maar ook deze vredesmacht zou het land uit kunnen worden gezet.

4. Ondermijning van het vredesverdrag met het zuiden, door annulering van de verkiezingen van 2009 en het referendum dat twee jaar later in het zuiden moet worden gehouden over onafhankelijkheid. De regering zou ook de ruzie met het zuiden om de olierijke grensplaats Abyei nieuw leven kunnen inblazen. In de optiek van de machthebbers is de ICC-aanklacht onderdeel van een westers complot. Onder druk van westerse landen sloot Bashir in 2005 vrede met het zuiden na 22 jaar oorlog tussen rebellen en regeringsleger. Haviken in de regering vinden dat nu het Westen Bashir aanklaagt, de president zich ook niet meer aan het vredesverdrag hoeft te houden.

De zuidelijke rebellen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) leden eerder dan de Darfuri’s onder de officieuze tactiek om milities in te zetten tegen opstandige afgelegen regio’s. Tussen 1983 en 2005 vielen er een geschatte twee miljoen doden in het zuiden, in Darfur sinds 2003 enkele honderdduizenden. Voor de zuiderlingen is Bashir een gehate man die achter de tralies moet voor zijn daden in het zuiden. Maar de vroegere rebellen, die nu als onderdeel van het vredesverdrag een autonome zuidelijke regering vormen, hebben de president nodig en spraken zich daarom niet uit voor een ICC-aanklacht.

Een halve eeuw vochten de Afrikaanse zuidelijke rebellen voor een gelijkwaardige plaats in een door gearabiseerde Noord-Soedanezen gedomineerde staat. Vlak voor de zuiderlingen de kans krijgen om voor hun onafhankelijkheid te stemmen, zou de aan Darfur verbonden aanklacht roet in hun eten kunnen gooien. Dit zou tot gevolg kunnen hebben:

5. Totale ontaarding van de situatie in de hele regio. De speciale gezant van toenmalig Amerikaans president Bush voor Darfur in 2006-2007, Andrew Natsios, betoogde vorig jaar in het blad Foreign Affairs dat als het vredesakkoord zou gaan rafelen tussen Khartoum en het zuiden van het land, het overleven van Soedan als staat aan de orde zou komen. Hij citeerde een Afrikaanse diplomaat: „Als het noorden en het zuiden weer oorlog gaan voeren, zal dat de poorten van de hel ontsluiten.” Volgens Natsios heeft het zuiden zich dusdanig militair versterkt dat de oorlog zeer snel Khartoum zou bereiken. Soedan zou dan uit elkaar kunnen vallen. Door de toestroom van grote aantallen vluchtelingen, inclusief gewapende groepen, zouden Soedans buurlanden op hun beurt gedestabiliseerd kunnen worden.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Internationale Strafhof
Buitenland