‘We wisten niet dat we zó vaak moesten knokken’

Generaal Dick Berlijn.
Door onze redacteur Steven Derix

Rotterdam, 12 april. Gemiddeld elke dag hebben de Nederlandse militairen in Uruzgan vuurcontact. De generaal: „Ik verbaasde me ook over het woord wederopbouwmissie."

„Het is „geen criterium dat wij relevant vinden”, zegt scheidend commandant der strijdkrachten Dick Berlijn. De vraag was: hoeveel Talibaanstrijders hebben de Nederlanders doodgeschoten? Generaal Berlijn weet het niet precies. Maar zeker is dat de afgelopen twee jaar in Uruzgan veel méér Afghanen zijn omgekomen dan verwacht. Voor het eerst geeft Berlijn een overzicht van het aantal ‘vuurcontacten’ van de afgelopen twee jaar: 648 keer. „Elke dag is het raak” zei de generaal eerder. Nu zegt hij: „We wisten niet dat we zó vaak en zó veel zouden moeten knokken.”

Het gesprek vindt plaats in de Prinsenzaal, een statige vergaderruimte in het landmachthoofdkwartier in Den Haag. Gespreksthema is Uruzgan. Donderdag zwaait de hoogste militair in rang af. Nog één keer zal hij de balans opmaken van zijn belangrijkste militaire missie, de grootste Nederlandse operatie sinds de politionele acties in Indonesië.

Berlijn leest het lijstje voor dat zijn medewerkers voor hem hebben opgesteld. Aan quick and visible projects – snelle ontwikkelingsprojecten – is 45 miljoen euro uitgegeven. De „nationale programma’s” vertegenwoordigen een „totale waarde” van 16 miljoen euro. Lagere overheden: 1,6 miljoen. Civiel-militaire coöperatie: 1,2 miljoen. Met de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ is een contract van 44 miljoen euro gesloten. „Dat is de positieve kant”, zegt Berlijn: de wederopbouw in Uruzgan. „In onze ogen misschien niet al te spectaculaire projecten.” De ‘waterkrachtcentrale’ blijkt een simpel schoepenrad in de modderige rivier. „Maar hij voorziet wél de hele vallei van elektriciteit”, aldus de generaal. „En als er ’s avonds licht is in de vallei, komt de Talibaan daar niet.”

Eind 2005, toen de politiek moest beslissen over deelname aan de gevaarlijkste missie van de afgelopen vijftig jaar, waarschuwde Berlijn dat er de eerste jaren niet veel resultaten te verwachten waren in Uruzgan. Die voorspelling kwam uit. Door de voortdurende onveiligheid verloopt de ontwikkeling langzamer dan verwacht. „Is het tegengevallen”, vraagt Berlijn zich af: „Ik denk dat we hadden verwacht dat we éérder, méér hadden kunnen bewerkstelligen.”

Maar Nederland „hoeft zich niet te schamen” voor wat er wél bereikt is in Uruzgan. Het aantal internationale organisaties in de provincie is toegenomen. Bij de regering-Karzai staat de provincie weer op de kaart. „We hebben een gouverneur gekregen met wie we zaken kunnen doen. Er zijn soldaten gestuurd”, zegt Berlijn. „Afghan National Army, eindelijk! Twee weken geleden zag ik soldaten en politie in Tarin Kowt. Dat vond ik spectaculair.”

De medaille heeft ook een andere kant. Veertien Nederlandse doden en 68 gewonden. Naar schatting 70 Afghaanse burgerslachtoffers, van wie de meesten omkwamen bij gevechten rond Chora afgelopen juni. En dan is er het onbekende aantal Talibaanstrijders dat sneuvelde in gevecht met de Nederlandse troepen. Afgaande op het aantal vuurgevechten moeten dat er vele honderden zijn. „We hebben daar geen optelsom van”, zegt Berlijn: „Als je een bom gooit in een rij bomen van waaruit gevuurd wordt, weet je echt niet of daar één, twee, of tien Talibaanstrijders zaten.”

Nederland legt liever niet te veel nadruk op hoeveel Talibaan er zijn doodgeschoten.

„Ik weet zeker dat dat niet bewust gebeurt. Ik krijg heus niet van de minister te horen dat wij daar een beetje wazig over moeten doen. Als er morgen tien Talibaan aan de poort staan die ons bevuren, dan gaan er misschien tien Talibaan dood. Als het er honderd zijn, vallen er misschien honderd doden. Maar dat houd ik niet achter omdat het in de samenleving misschien minder goed valt.”

De missie loopt nu twee jaar. Er is 648 keer geschoten door Nederlanders: gemiddeld bijna één keer per dag. Ik noem dat oorlog.

„Hm.”

Bent u het daarmee eens?

„Ik ben voorzichtig met dat soort kreten. Er is sprake van geweldsactiviteiten die je ook tegenkomt in een oorlog. Maar dat wil niet zeggen dat het oorlog is. Ik baseer me op de juridische kant van de zaak. We zitten daar met een VN-mandaat op verzoek van de democratisch gekozen regering-Karzai.”

Juridisch is er toch geen verwarring? Dit is een intern gewapend conflict.

„Dat is zo. Er is sprake van een insurgency.”

Wat Nederland daar doet, is een counter insurgency.

„ Ja.”

In slecht Nederlands: een contraguerrilla.

„Dat zou een goed woord kunnen zijn.”

Over Uruzgan bestaat van begin af aan spraakverwarring. Het zou gaan om een wederopbouwmissie. Maar in elk interview kreeg u voor de voeten geworpen dat het een vechtmissie was geworden.

„Ik verbaasde me ook over dat woord: wederopbouwmissie. Ik zei nog: dat woord hebben wij nooit zo gebruikt. In de Kamerbrief stond alleen dat we er zijn om wederopbouw mogelijk te maken. Maar er staat ook heel duidelijk dat we zouden moeten vechten en rekening moeten houden met verliezen.”

Waarom zei u dat het aantal gedode Talibaan géén criterium was? Dat is het toch wel?

„Onzin. Het criterium voor succes van de missie is: wat laten we aan beter bestuur zien? Wat kunnen wij doen aan het verbeteren van basale levensbehoeften? Zien wij nu dat de bevolking positiever staat tegenover de regering-Karzai? Dat zijn onze criteria.”

Sterker: als je te veel Afghanen doodschiet, tast dat de missie aan.

„Exact. Dan speel je helemaal de tegenstander in de kaart. Dan ben je achteruit aan het boeren.”

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Uruzgan
Binnenland