Bestuur van Uruzgan ‘bijna onzichtbaar’
Rotterdam, 24 sept. In de drie jaar dat Nederland in Uruzgan aanwezig is zijn veiligheid, basisvoorzieningen en de economie verbeterd. Maar voor de bevolking is de Afghaanse regering „bijna onzichtbaar”.
De duurzaamheid van de Nederlandse inspanningen is beperkt als het lokale bestuur zich niet kan versterken. Dat concludeert de Afghaanse onderzoeksgroep The Liaison Office (TLO) in een rapport dat vandaag is gepresenteerd op het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De vooruitgang is geconcentreerd in de regio’s waar de Nederlanders actief zijn: Tarin Kowt, Deh Rawood en Chora. Volgens de onderzoekgroep woont daar ongeveer 50 procent van de bevolking van Uruzgan. De betrokken Nederlandse ministeries spreken doorgaans van 70 procent.
De invloed van de lokale regering is sinds 2006 gegroeid in die drie districten, maar zeer beperkt in de overige vier. Geïnterviewde bewoners uit heel Uruzgan zeggen dat de regering nog altijd „bijna onzichtbaar” is. Als gevolg daarvan werken de lokale leiders liever buiten het officiële bestuur om.
Dat bestuur, nu onder leiding van gouverneur Asadullah Hamdam, is volgens de inwoners te veel afhankelijk van buitenlandse hulp, en staat in hun ogen nog altijd onder controle van de machtige Popolzai-stam, die de andere stammen benadeelt. Als president Karzai, een Popolzai, de verkiezingen wint, neemt de tegenstelling tussen de Popolzai en „alle anderen” toe, verwacht TLO.
De Talibaan hebben in alle districten behalve Deh Rawood een schaduwregering. De stammen proberen met beide systemen goede relaties te onderhouden. „We kunnen het ons als stam niet permitteren openlijk een voorkeur voor een kant te hebben”, verklaart een stamleider. Vaak ligt de echte macht bij lokale krijgsheren. Bij geschillen verkiest de bevolking de rechtbanken van de Talibaan boven de reguliere rechtspraak. Zij beschouwen die als efficiënter en minder corrupt.
