Meisjes in de verpleegsterklas zijn allen Aletta Jacobs

Een Afghaans gezin onderweg in Helmand, de buurprovincie van Uruzgan. Vrouwen willen vooral onderwijs, niet te jong uitgehuwelijkt worden en werk.
Door onze redacteur Hanneke Chin-A-Fo

Alleen al praten over de rechten van vrouwen in Uruzgan is lastig. „Het is geldnood. Toen de kinderen geen eten hadden gingen ze huilen, en daar werd hij agressief van.”

Tarin Kowt, 28 juli. De een is verstoten door haar man omdat er geen kinderen kwamen. Een ander heeft een aan opium verslaafde echtgenoot die het gezin verwaarloost. Een derde wordt geslagen door haar man die de frustraties van zijn werkloosheid op haar afreageert. De problemen van de elf vrouwen die op de grond tussen de ziekenhuis bedden zitten zijn bepaald niet uniek voor Uruzgan. Wel uniek is dat ze buitenshuis bij elkaar durven komen om ze te bespreken.

Vrouwenpraatgroepje

Het is de laatste sessie van vijf in het wekelijkse vrouwenpraatgroepje in het ziekenhuis in Tarin Kowt. Toen het ziekenhuis drie jaar geleden met Nederlands geld was opgeknapt, werd de vrouwenvleugel aanvankelijk slecht bezocht. Nu is het een van de weinige ontmoetingsplekken voor vrouwen in de provinciehoofdstad, omdat ze hier van hun mannen naartoe mogen. De Nederlandse hulporganisatie Healthnet TPO organiseert het praatgroepje in Tarin Kowt en in Deh Rawood. In Chora is het stilgelegd omdat de vrouwen daar niet meer over straat durfden.

Een getrouwde vrouw in Uruzgan komt de deur haast niet uit. Voor het bespreken van problemen is ze in de eerste plaats aangewezen op de vrouwen uit haar schoonfamilie, bij wie ze inwoont. Terwijl de schoonmoeders vaak de aanstichters zijn van conflicten. Hassan Bibi (30) woont weer bij haar eigen familie. Haar man nam een tweede vrouw toen er geen kinderen kwamen, begon haar te slaan en heeft haar uiteindelijk buitengezet. „Ze zat de hele dag te piekeren en zei dat ze dood wilde”, vertelt haar moeder, die naast haar zit. Antidepressiva houden Hassan Bibi op de been. „Er is een grote verbetering sinds we hier komen”, vindt de moeder. „Erover praten helpt.”

Er zijn waarschijnlijk weinig plaatsen ter wereld waar vrouwen meer achtergesteld zijn dan in het oerconservatieve Uruzgan. Voor Nazifa was dat de reden om haar baan in de oostelijke stad Jalalabad op te geven. Nu geeft ze les aan de eerste verpleegkundigenopleiding in Uruzgan. „De kraamvrouwensterfte in Afghanistan is de op één na hoogste ter wereld”, zegt ze terwijl ze de les even stillegt. „Dat wil ik terugdringen. Onderwijs is de enige oplossing, maar zelfs de meisjesschool in Tarin Kowt biedt geen goed onderwijs.”

Weinig verbetering meisjesonderwijs

Terwijl meisjes in Kabul tegenwoordig naar de universiteit kunnen, is in Uruzgan na vier jaar Nederlandse missie en ontwikkelingshulp weinig verbeterd aan het meisjesonderwijs. In 2006 ging een handvol meisjes naar de lagere school, nu zijn dat er waarschijnlijk enkele honderden, zeggen betrokkenen op Kamp Holland die van hun werkgever niet onder naam in de krant mogen. De meesten gaan niet verder dan de eerste twee klassen. Vrouwen die willen worden opgeleid tot lerares zijn moeilijk te vinden. Met deze gegevens in het achterhoofd zijn de tien meisjes met witte hoofddoekjes in de verpleegkundeklas allemaal Aletta Jacobs.

Voor de Nederlanders – zowel de NAVO-missie als hulporganisaties – is het wegens de culturele gevoeligheid haast onmogelijk om openlijk over vrouwenrechten te praten. Het is makkelijk om meer kwaad te doen dan goed. Zoals die keer toen een meisje gewond was geraakt toen ze met niet-ontplofte munitie speelde en Nederlandse militairen haar naar het ziekenhuis brachten voor behandeling. Het meisje werd verstoten omdat ze alleen in het gezelschap van buitenlandse mannen was geweest.

Vanwege die gevoeligheid worden vrouwenkwesties vooral benaderd vanuit de gezondheidsinvalshoek. Inmiddels zijn de eerste vroedvrouwen in Uruzgan afgestudeerd en werken ze, waardoor er minder vrouwen doodbloeden in het kraambed. Medische zaken zijn makkelijker bespreekbaar dan bijvoorbeeld huiselijk geweld of het recht om zelf te beslissen wanneer en met wie een vrouw trouwt. Ideeën voor een blijf-van-mijn-lijfhuis zijn gestrand. Pas sinds een jaar heeft de Nederlandse missie een project dat specifiek op vrouwenemancipatie is gericht: een opleidingscentrum voor kleine ondernemers in Tarin Kowt.

Weinig aandacht

De Nederlandse missie had vermoedelijk wel meer kunnen bereiken, als het onderwerp meer aandacht gekregen had. De diplomaat die belast is met vrouwenzaken spreekt door de veiligheidseisen bijna nooit een Afghaanse vrouw. Ook heeft zij geen eigen vrouwelijke tolk tot haar beschikking.

De vrouwen in Uruzgan verlangen overigens helemaal niet naar gelijkheid zoals westerse vrouwen die nastreven. Ze hoeven niet ‘bevrijd’ te worden van de burqa. „Die hoort gewoon bij onze cultuur”, zeggen de vrouwen in het praatgroepje. Een leven zonder burqa kunnen ze zich niet voorstellen. Ze hebben urgentere problemen.

Shafia zit in de praatgroep omdat haar man haar en haar kinderen slaat. Dat begon twee jaar geleden, toen hun huis in Chora werd verwoest door een NAVO-bombardement en de familie naar Tarin Kowt verhuisde om werk te zoeken. Nu dat gelukt is, neemt het geweld af, zegt ze. „Alle problemen komen voort uit geldnood. Toen de kinderen geen eten hadden gingen ze huilen, en daar werd hij agressief van.”

Dat de man slaat neemt Shafia hem niet echt kwalijk, ze ziet het als een praktische kwestie die opgelost moet worden. „Hij heeft waarschijnlijk een geestelijk probleem”, zegt ze. En ze is niet rancuneus richting de NAVO, als haar gezin maar kan overleven. „Vroeger was er geen werk, maar nu kun je als arbeider 200 of 300 Afghani (vijf of zes dollar) per dag verdienen.”

Onderwijs, uithuwelijking en werk

Wie aan vrouwen in Uruzgan vraagt wat ze nodig hebben, krijgt drie antwoorden: toegang tot onderwijs, niet te jong uitgehuwelijkt worden, en werk. Onderwijs is op termijn het meest effectief, maar daarin blijft Uruzgan ver achter vergeleken bij minder conservatieve provincies. Vijf van de elf vrouwen in de praatgroep hebben een man of zoon met opiumverslaving. „Werk is het meest acuut”, zegt Gulsika, de oudste vrouw in het gezelschap. „Werk aan huis, zoals naaiwerk, zodat we de kost kunnen verdienen in plaats van onze verslaafde mannen.”

Gepubliceerd in:
Uruzgan