Alleen bij de blanken werd stromend water aangesloten

Presidentskandidaat Barack Obama luistert naar een scholier, bij een bezoek in juli   aan een school annex opvangcentrum voor jongeren, opgericht en gefinancierd door een kerk, in Zanesville (Ohio). Pas in 2004 kregen de zwarte bewoners van Coal Run Road er stromend water.
Door onze correspondent Tom-Jan Meeus

In een stadje in swing state Ohio hadden Afro-Amerikanen tot voor kort geen stromend water. Hun blanke buren wel. Modern racisme in het jaar van Obama.

Zanesville, 17 okt. Zonder kikkervisjes zou Rodney Hale (74) het niet gered hebben. Al die jaren dat hij geen stromend water had, van 1956 tot 2004, moest hij controleren of het water in de put op zijn erf vergiftigd was. Kans was er altijd op. Ze wonen in een kolenrijk gebied, er wordt veel landbouwgif gebruikt, en soms heb je een rattenplaag.

Zo ontstond zijn liefde voor het kikkervisje. Telkens als hij de diertjes zag rondzwemmen in de put wist Hale dat zijn gezin veilig water kon gebruiken. „De kikkervisjes zijn beter voor ons geweest dan de blanken”, zegt hij kalm.

Rodney Hale woont met zijn vrouw Doretha aan de Coal Run Road in Zanesville, Ohio. Een stad aan Interstate 70 die typerend is voor dit deel van Amerika: verwaarloosde infrastructuur, verzwakte economie, sociaal verval. Bijna een kwart van de mensen leeft onder de armoedegrens.

In de straat van Rodney Hale is dat driekwart, denkt hij. Coal Run Road is een afgelegen kronkelweggetje even ten oosten van Zanesville, in een gebied van bomen en weilanden. Er wonen voornamelijk Afro-Amerikanen, al geldt dat niet voor de uiteinden, waar al jaren blanken een huis hebben. Deze blanken zorgden er ongewild voor dat het schandaal met het stromend water escaleerde.

Rodney Hale zal de dag nooit vergeten dat een buurman het kwam vertellen, ergens begin jaren tachtig. Hale had in 1956 zijn eerste verzoek voor stromend water gedaan. Zijn drie kinderen groeiden op zonder dat ze thuis ooit konden douchen. En nu kwam de buurman zeggen dat een nieuwe blanke bewoner, aan het uiteinde van Coal Run Road, wel stromend water had.

Hale was een succesvolle ondernemer. In de jaren veertig haalden ze hem van de schoolbus – het bestuur kon geen zwarte chauffeurs toestaan. Hij kocht een kiepwagen en ging goederen vervoeren. Hij breidde uit tot zes kiepwagens. Als jonge vent twijfelde hij aan zichzelf. „Je werd overal afgewezen, je dacht: waarom ben ik eigenlijk geboren?” Maar als geslaagde ondernemer durfde hij een vuist te maken: op het gemeentehuis eiste hij stromend water.

Ze zouden het bekijken. Ze hadden een ideetje. Telkens een ander antwoord, nooit gebeurde er iets. Hij ging een dossier bijhouden.

Het zou uiteindelijk tot 1999 duren tot de zaak aan de grote klok werd gehangen. Dat jaar besloot zijn dochter, Cindy Hairston (47), gediplomeerd verpleegster, terug te keren naar het straatje. Ze wilde in de buurt van haar bejaarde ouders zijn. Opnieuw hadden ze beloofd dat het water aangesloten zou worden; drie kilometer verderop waren ze net bezig met een aansluiting.

Racisme in Zanesville was alledaags. Hun straat heette in de volksmond Nigger Road. Op school werd ze als kind coon genoemd, zwarte nietsnut. Maar ze reageerde anders dan haar vader. Geen confrontatie, maar stille strijd. Haar broer Mark (51), vrachtwagenchauffeur, doet hetzelfde. Hij is lid van de Teamsters vakbond, berucht om racistische incidenten. „Je zegt niets terug, je denkt alleen: jou krijg ik nog wel.”

Dus toen ook de laatste toezegging tot niets leidde, had Cindy Hairston de stap naar de rechter al voorbereid: de compromisloosheid van het waterbedrijf werd nu met haar compromisloosheid beantwoord. Na een eerste uitspraak in 2003 – de rechter verklaarde het stadsbestuur schuldig aan rassendiscriminatie – kregen ze een jaar later stromend water. Een groot geluk, zegt haar moeder. „Ons leven was nog nooit zo goed.”

Maar haar dochter was niet klaar, en afgelopen zomer legde een andere rechter de gemeente op 11 miljoen dollar uit te betalen aan de 67 zwarte bewoners van Coal Run Road die zolang zonder stromend water zaten.

Sindsdien is de boot aan. De gemeente ging in beroep (en weigert daarom nu commentaar), maar heeft eerder gezegd dat de stad failliet gaat als deze inhalige groep uitbetaald moet worden. De lokale krant heeft gemeld dat de zwarte bewoners jaren stromend water weigerden. Ook zou de gemeente nooit verplicht zijn geweest hen te helpen: zij wonen op een strookje dat formeel buiten Zanesville valt.

Wie onaangekondigd bij zwarte bewoners in Coal Run Road langsgaat hoeft niet op een blije ontvangst te rekenen. Mannen met grote Obama-borden in de voortuin rennen weg als je over het water begint. Het is volgens Cindy Hairston hun reactie op blanke buurtbewoners die de zaak omdraaien: de stad wordt in hun redenering berooid door zwarten die er verslaafd aan zijn blanken van racisme te beschuldigen. „Daarom adviseren we iedereen te zwijgen”, zegt ze.

Het zou voor deze gemeenschap prettig zijn als de verkiezingscampagne een jaartje later was geweest, vertelt Hairston. Obama’s kandidatuur vergroot het machteloze gevoel alleen maar. Zelf zijn Hairston en haar vader enthousiaste supporters („omdat hij de beste is, niet omdat hij zwart is”), maar ze merken dat het in hun buurt uit de hand dreigt te lopen: onbeheersbare woede. „Dit is Ohio”, zegt ze. „In deze staat zal een deel van de bevolking zich nóóit neerleggen bij een zwarte president.”

Aan het begin van Coal Run Road is Barenda Paynter (32) die middag buiten aan het werk. Zij staat aan het hoofd van een van de blanke gezinnen die wél stromend water kregen. Eerst dacht ze dat haar zwarte straatgenoten een punt hadden, zegt ze. Daarna gingen ze overdrijven, en nu is ook zij zeker dat het racisme een smoes was om de gemeenschap te tillen. „Ze willen gewoon rijk worden.”

Ze volgt de verkiezingen op de voet – in haar tuin, naast de barbecue, staat een bord voor McCain. Al sinds haar 18-de is ze Democraat, ze was vurig Hillary-aanhanger. Maar haar oudste zonen, een tweeling van bijna 16, hebben zich ingeschreven voor het leger. Daarom steunt ze nu McCain. „Ik wil een president die weet wat oorlog is.”

Obama is te onervaren, zegt ze, maar gaandeweg blijkt dat meer aan hem mankeert. Zijn tweede voornaam, Hussein. Zijn jeugd in een islamitisch land. Zijn huidskleur. Maar ze is niet racistisch, benadrukt ze. „Het is net als met de mensen in de straat. Oké, ze hebben rechten. Maar ze hoeven toch niet meteen de baas te spelen?”

Ohio

Ohio is een economisch en cultureel conservatieve staat. De economie steunde jarenlang op traditionele industrie. Nu zijn de nadelige gevolgen van vrijhandel goed zichtbaar.

Ohio is een van de weinige staten met een geschiedenis in klassenstrijd: na de depressie van de jaren dertig was er een periode van relatief grote vakbondsmacht. De restanten daarvan zijn nog te vinden in het oosten, in Youngstown en Cleveland. Rond de hoofdstad Columbus en Cincinnati in het zuiden is men traditioneel conservatiever. De politieke hegemonie was de eerste zes jaar van deze eeuw in handen van de Republikeinen. In 2006 maakten Democraten een comeback, vooral dankzij de zege van ex-gevangenispsycholoog Ted Strickland bij de gouverneursverkiezingen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Langs Interstate 70
Verkiezingen VS