EU: plan natuur Westerschelde dubieus
Rotterdam, 3 sept. De Europese Commissie is zeer kritisch over het voornemen van het kabinet om de Hedwigepolder in Zeeland niet onder water te zetten. Dat blijkt uit een brief die minister Verburg (Natuur, CDA) gisteren op aandringen van de Tweede Kamer heeft vrijgegeven.
De brief legt extra druk op het debat in de Tweede Kamer van vanavond. Premier Balkenende moet dan uitleggen hoe het kabinet de problemen rondom de Westerschelde wil oplossen. Vorige week zei Balkenende al dat het onder water zetten van de Hedwigepolder een „reële optie” blijft. De kritische brief van de Europese Commissie kan de keus voor die optie nog vergroten, hoewel die brief volgens minister Verburg vooral moet worden beschouwd als een „verzoek om informatie”.
Advies
Tegen de adviezen van twee commissies in nam het kabinet in april het besluit om de polder op de grens van Zeeuws-Vlaanderen en België niet onder water te zetten. Hiermee kwam het tegemoet aan een wens van de Kamer en druk van Zeeuwse belangengroepen. De ontpoldering was bedoeld om de gedaalde kwaliteit van het Europees beschermde natuurgebied te compenseren.
Tegenslag
De brief uit Brussel is de zoveelste tegenslag voor het kabinet rondom de Westerschelde. Volgens afspraken met Vlaanderen had voor eind dit jaar de verdieping van de Westerschelde moeten beginnen. Maar de Raad van State blokkeerde dit in juli, tot woede van de Vlamingen.
Schorren
Als alternatief voor de ontpoldering wil het kabinet schorren aanleggen. De Europese Commissie betwijfelt of hiermee het verplichte natuurherstel wordt bereikt, zo blijkt uit de brief, die al op 1 juli is verstuurd. Het plan kan een „ondermijning” betekenen van de argumentatie dat uitdieping geen gevolgen hoeft te hebben voor de natuur. Er is „gerede kans” dat het plan grote negatieve gevolgen heeft. Slikken verdwijnen door schorrenaanleg. Het meergeulensysteem dreigt te verdwijnen doordat het estuarium steiler wordt. Er is behoefte aan een verruiming van het estuarium, maar het kabinetsplan leidt tot een „vernauwing”, aldus de Commissie.
Premier Balkenende moet vanavond in de Tweede Kamer veel mensen tevreden
stellen. Niet alleen de Kamerleden, maar ook Zeeuwse boeren en
natuurorganisaties en de Vlaamse regering zullen overtuigd moeten worden dat
hun belang bij het uitbaggeren van de vaargeul en het vinden van
natuurcompensatie in de Westerschelde niet vergeten is.
Het probleem is alleen dat de belangen van al deze groepen nogal uiteenlopen.
De Vlamingen willen dat de vaargeul zo snel mogelijk wordt uitgebaggerd.
Daarmee had Nederland al in 2007 moeten beginnen. Dat staat in verdragen uit
2005 met de Vlaamse regering.
In die verdragen staat ook dat Nederland de dijk rond de Hertogin
Hedwigepolder moet afgraven. Dat is een natuur compenserende maatregel
voor een eerdere uitdieping van de Westerschelde. Zeeuwse boeren zijn daar
tegen. Onder die druk hebben Eerste en Tweede Kamer het kabinet gevraagd
alternatieven te zoeken.
De door het kabinet ingestelde commissie-Nijpels concludeerde dat die
alternatieven er niet echt waren. Toch presenteerde het kabinet in april
een alternatief voor de Hedwigepolder, dat volgens natuurorganisaties
absoluut niet voldoet. Die stelden daarop beroep in tegen de
baggervergunning die het kabinet verleend had.
De Raad van State stelde de natuurorganisaties in het gelijk. Dat
maakte de Vlamingen weer kwaad. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA)
probeerde die ruzie te sussen door te beloven dat de baggerwerkzaamheden
„zonder vertraging” zouden worden uitgevoerd.
Vorige week maakte Balkenende bekend dat de woorden van Verhagen geen
belofte maar „een ambitie” waren. De Hedwigepolder was nog
steeds een „reële optie” voor natuurherstel in de Westerschelde.
