Een levende dodenstad aan de Amstel
Mocht ik voortleven na de dood, dan graag in het dodenrijk van het oude Egypte. Mooi idee: wie dood is, steekt de Nijl over, waar het leven doorgaat in een necropolis vol tempels en piramides, bewoond door een bont gezelschap van goede en kwade goden.

Ik weet: hun woorden zijn eindeloos geciteerd, als Lucas 2:1 op Kerstavond. Waarom zouden we ook andere woorden zoeken? Iedereen sterft. Het is vruchteloos te denken dat we steeds weer nieuwe woorden kunnen vinden. Liever herhalen we woorden die we kennen: woorden met een tijdloos metrum.
Trek een hele ochtend of middag uit voor een wandeling door het meest kunstzinnige hiernamaals van Nederland. Begin er in het kantoor; er staat een touch screen waarmee routes zijn uit te printen, voor een stille tocht langs onsterfelijke acteurs, architecten en schrijvers. Of dool rond en zoek de verrassing van toevallige ontmoetingen. Hé, Joop Doderer. Ach, Kerwin Duinmeijer.
Ik bezocht Zorgvlied op een schrale, grijze ochtend. Vaag hoorde ik een saxofoon treuren en liep in de richting van het geluid. Mijn blik ving een kist op de schouders van zes dragers, een saxofonist en een zwijgende stoet. Verdriet.
Ik haastte me naar de dichters. We voerden een goed gesprek zonder woorden.
Zonder jou
De wereld
is wonderlijk leeg zonder jou.
Er staat maar zo weinig meer in.
De hemel is aldoor zo hinderlijk blauw.
Waarom?
Wat heeft het voor zin?
De merel zit zachtjes te zingen in ’t groen.
Voor mij hoeft ie heus zo z’n best niet te doen.
De wereld kon vol van geluk zijn, maar nou:
leeg, zonder jou.
Zodra ik mijn ogen opsla
is het onzichtbare mij ontglipt
en begin ik te zien wat ik zie:
herinneringen aan wat ik zag
en ooit al zal zien. Door te zien
blijf ik mij herinneren;
en hoop ik dat ik besta.
Vooral als ik naar haar kijk
wanneer zij zo haar hand door
haar haar haalt, haar elleboog
steunend op haar knie, en zij
iets tegen mij zegt.
Sub finem
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen
te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen –
en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.
Na een jaar
Ik zie je nog, ik weet nog hoe je was,
En ik kan niet begrijpen dat het was
En nu voorbij is, van mij afgevallen.
Ik blijf ontkracht,
een schaduw is gevallen,
En prevel maar je naam
en kan niet leven,
Zonder je sterven niet en leven niet.
Ik ben alleen en bang als wie in droom
Merkt dat hij droomt,
en kan ontwaken niet,
En blijft in zijn ontzetting machtloos loom.
Doelloos en leeg zie ik de wereld aan
En laat de wereld langs mij henengaan, –
Voor immermeer verminkt door hunkering
Naar jou terug, die slechts herinnering
Gedeeltelijk en vervormd nog vatten kan;
En dat is alles wat mij rest ervan,
En dit verdriet is alles wat mij rest
Als dierbaar eigenste, en ik vind geen rust
Dan door het korte zelfbedrog waarin
Ik mij oogluikende op jouw beeld bezin.
Recreatie
Twee keer per jaar
reden wij naar het kerkhof,
op het 4e graf,
3e rij links van de ingang
mocht ik bloemen zetten
in een groene zinken vaas
terwijl mijn vader knielde
op een bankje
waar hij eerst zijn zakdoek
overheen had gelegd
de wandeling tussen de graven
duurde vaak meer dan een uur,
mijn vader bracht bezoeken
aan oude kennissen
en besprak met de tuinbaas
de verdere verfraaiing van het graf,
de een voelde meer voor een treurwilg
de ander voor een rozenboom
in het café tegenover het kerkhof
(er stonden houten spuwbakken
vol nat zand, uitgekauwde
pruimen en sigarenpeuken)
gingen wij daarna iets drinken
– koud bruin bier uit kruikjes –
en ook dat duurde meestal een uur
want de dood maakt dorstig.
Voor een dag van morgen
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is
om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
Elisabeth Eybers (1915-2007)
Noudat jy swyg is daar niks meer
vir my om ooit nog te begeer
buiten die tydstip waarop ek
dieselfde stilte mag betrek
Suggesties voor meer bijzondere begraafplaatsen, of andere ‘plaatsen van troost’ zijn welkom via weekblad@nrc.nl. Ze verschijnen op deze website.
Ingezonden reacties:
Stadssafari in
Schiedam
Stadssafari in
New York
Stadssafari in
Zoetermeer
Stadssafari in
Deventer
Stadssafari in
IJlst
Hans Tromp: Ik heb drie suggesties:
De gemeentelijke begraafplaats Soesbergen aan de Gansstraat in Utrecht. De
Gansstraat wordt in Utrecht ook wel genoemd: “’t luie end” Deze
begraafplaats is ontworpen door een van de Zochers die ook Zorgvlied
ontwierpen. Prachtige bomen, lekker rommelige paden, heel veel verwaarloosde
graven en heel erg veel Utrechtse historie. Toen mijn vrouw in januari 2004
overleed kreeg ik in eerste instantie te horen dat Soesbergen geen graven
meer uitgaf. Ik moest maar naar de R.K. begraafplaats St. Barbara bij de
Berenkuil (eind van de B i ltstraat). Dat bleek een begraafplaats met een
padenpatroon als de straten van Manhattan en bovendoen kreeg ik te horen dat
we precies een half uur hadden want dan kwam de volgende. Ik de pest in. Nog
eens doorgevraagd en Soesbergen bleek helemaal niet vol en gesloten. “Hoe
laat wilt U?’ en “ O, maakt niks uit want U bent toch die dag de enige”
Mensen willen kennelijk niet op zo’n wat rommelige begraafplaats. De
spoorlijnen naar den Bosch en Arnhem liggen er pal achter maar eigenlijk
vind ik dat dat wel wat heeft; het stoort me in ieder geval helemaal niet
als ik er ben. Kortom, de moeite waard.
Tjalhuizum bij Sneek. Midden in het Friese land met alleen een kerktoren, wat graven en wat boerderijen. Ik ben van oorsprong Fries en heb –toen ik als kandidaat-notaris een jaar of zeven in Sneek heb gewerkt- in Ysbrechtum gewoond, het dorpje tussen Sneek en Tjalhuizum in. Daar woonde de in Friesland zeer bekende dichter Douwe Tamminga, die ik heel erg bewonderde. We kwamen elkaar vaak op straat tegen. Een prachtige maar verdrietig ogende man, type Gregory Peck. Hij en zijn vrouw Sjouk hadden een zoon, die in Amsterdam ging studeren en daar jong is overleden. Ziekte, slechte voeding, verwaarlozing, zoiets. Het fijne weet ik er niet van. Hij is er nooit boven op Het bijzondere ervan is dat op de linkerpagina de Friese tekst van Douwe Tamminga staat en gekomen. Wel hebben we er een van zijn allermooiste bundels aan te danken: “In memoriam”. Ik kan het openingsgedicht “Ik rop syn namme tsjin de simmerse” ofwel “ik roep zijn naam tegen de zomerzee” nog steeds niet met droge ogen lezen. De zoon ligt begraven in Tjalhuizum maar het kan zijn dat de familie het graf na het overlijden van Douwe en Sjouk Tamminga heeft laten ruimen want op de site van de begraafplaats vind ik geen Tamminga meer. Maar het plekje is heel erg bijzonder, met name omdat er van een dorp of zoiets geen sprake meer is. Ik vraag mij af wie het beheert. Het verdriet van Douwe Tamminga’s gedichten -spoort helemaal met de eenzaamheid van de locatie van de begraafplaats.
En de allermooiste Friese begraafplaats – waar ik zelf eigenlijk wel heel graag begraven zou willen worden- ligt in Sandfirden aan de Oudegaaster Brekken. Hier wel een kerkje met de graven er om heen plus uiteraard het met Friese geeltjes belegde pad om alles heen. Daar gingen we dan met de kist drie keer langs, om de boze geesten te verdrijven. Om het kerkje heen staan vijf huisjes, waarvan eentje van de koster en verder zijn er nog een stuk of zes boerderijen. Kerkje en begraafplaats grenzen aan het meer. Mooier kun je echt niet liggen. Niet alleen wonen “met de boot voor de wal” maar ook nog eens zo begraven liggen, wat kan een mens zich nog meer wensen!
M.vr.gr. C. van den Heuvel: N.a.v. artikel in de bijlage van afgelopen zaterdag, wil ik u attenderen op de begraafplaats St. Barbara in Den Haag. Op deze plaats is een interessante zigeuner begraafplaats ingericht.
Folkert Schukken: Tussen Scheveningen en Den Haag ligt een interessante begraafplaats “Ter Navolging”, in 1780 opgericht door Abraham Perrenot, domeinraad van de Prinsen van Oranje. Dit was de eerste begraafplaats buiten de de kerken en de steden en er liggen meerder bekende Nederlanders begraven waaronder Betje Wolf en Aagje Deken en Groen van Prinsterer. Perrenot’s initiatief had een hygienische achtergrond zoals uit zijn grafschrift blijkt: “Mijn rottende overblijfsels moeten verre van de stad liggen daar ik levende vermijdde met voordagt iemand te benadelen, wensch ik ook zulks na mijn dood niet te doen”. Zie: www.ternavolging.nl.
Marianne de Vries: Een heel bijzondere begraafplaats is "Huis te Graaf" in Amsterdam oud Zuid, aan de Rijnsburgstraat.
Ton Putman: Mijn suggestie voor een mooie en bijzondere begraafplaats is de Algemene Begraafplaats Crooswijk in Rotterdam.
Bernard Willems: Ik denk dat Het Schoonselhof te Hoboken, Antwerpen, Campo Santa te St. Amandsberg bij Gent, de Joodse begraafplaats, in de bossen bij Bieduinenhof in Putte ( Noord-Brabant) meer dan in aanmerking komen. Alleen al door hun ouderdom en vooral ook hun plaats letterlijk en in overdrachtelijke zin.
Roos Tacken: Een bijzondere plek van troost: Huis te Vraag in Amsterdam. Zie google.
Ferry Ballhaus: Als Hagenaar kan ik er zeker twee noemen:
Oud Eik en Duinen dat, denk ik, in heel Nederland wel bekend is. Mooie bomen,
prachtige grafmomumenten, en veel bekende Nederlanders (het kerkhof dateert
uit de 18e/19e eeuw);
Meer bijzonder en uitzonderlijk: Ter Navolging aan de Duinstraat in Scheveningen. Héél klein, en vooral bekend van de graven van Betje Wolff en Aagje Deken. Vroeger een eind buiten de stad gelegen, tegenwoordig omgeven door bebouwing en als je het hek niet ziet, loop je er zó voorbij. Ga eens kijken !
L.M. Copijn – Schukking/ Jorn Copijn: U vroeg naar suggesties voor meer bijzondere begraafplaatsen,bijgaand geef ik er u twee:
1) begraafplaats Kranenburg te Zwolle, voor deze begraafplaats hebben verschillende generaties van de Familie Copijn ontwerpen gemaakt, het was een oude havezathe, in1928 is er een prijsvraag uit geschreven voor een ontwerp voor een begraafplaats op deze locatie, dit ontwerp is gewonnen door H. Copijn en Zn.
2) begraafplaats Rhijnhof te Leiden.
.
