Wees precies, vindingrijk en speels

Er wordt veel over waarden en normen gesproken, maar de vraag blijft: wat moeten we doen? Het belangrijkste kenmerk van deugden is het gevoel voor het juiste evenwicht, niet zwichten voor de verleiding van de overdrijving, het extremisme, de extravagantie, meent

De traditionele bronnen voor het aanleren van een morele houding (gezin, school, kerk) hebben vele en sterke concurrenten erbij gekregen, zoals soapseries op de televisie. Dagelijkse wispelturigheden in haat en liefde, wildheid en overdreven woede, alles in het felle lamplicht, zijn meer dan louter cliffhangers. De voorbeelden worden vanzelfsprekend gedrag.

Dat moraal nodig en belangrijk is, wordt door niemand betwist, maar hoe tegenwoordig moraal moet worden overgedragen, hoe morele lessen het best kunnen worden gegeven of geleerd, weet bijna niemand. Niet de moraal is zoek, maar de transmissie. De opmerkelijk groeiende aandacht in de filosofie en in het maatschappelijke leven voor een deugdenethiek, roept twee vragen op: welke nieuwe deugden dienen zich aan? En: passen deugden nog wel in deze tijd om enig moreel houvast te geven aan onszelf en aan nieuwe generaties; of in andere woorden, zijn de maatschappelijke condities gunstig of ongunstig voor een herwonnen deugdenethiek?

Is assertiviteit, het krachtig in alle situaties voor jezelf en je eigen recht opkomen, een nieuwe deugd, passend bij een moderne samenleving? De oude deugden spreken in het dagelijkse leven niet meer zo aan, behalve wanneer ze zijn uitgebeeld op prachtige middeleeuwse schilderingen in oude Franse kathedralen. De zeven hoofddeugden vormden in 1977 nog het onderwerp van een onopvallend gebleven studie van P.T.Geach The Virtues. Met de hernieuwde belangstelling neemt ook het aantal deugden toe: de bekende Kleine Verhandeling over de grote deugden van André Comte-Sponville (1995, Nederlandsevertaling 1997) telde er al twintig, waaronder enkele nieuwe deugden zoals als trouw, barmhartigheid, eenvoud en tolerantie. Een Amerikaans opvoedingsprogramma Act on Virtues, dat in 1999 door de Verenigde Naties werd onderscheiden als het beste model voor morele opvoeding van kinderen, telt zelfs 52 deugden, voor elke week in het jaar één, keurig in alfabetische orde gerangschikt, van aardigheid via eerlijkheid, flexibiliteit en ordelijkheid tot zelfdiscipline en zorgzaamheid (www.virtuesproject.com).

Op deze manier gepresenteerd vallen deugden zo goed als samen met veelgenoemde en veelgeroemde waarden. Toch verschilt de deugdenbenadering in belangrijke opzichten van haar alternatief, dat bestaat uit een discussie over morele oriëntaties in termen van meestal ongedefinieerde waarden en normen. Over waarden wordt voornamelijk gesproken, deugden worden beoefend. De nadruk ligt op het doen. Niet uitsluitend discussiëren over goed en kwaad, maar het goede voorbeeld geven, je gehele persoon en persoonlijkheid in het midden gooien. Of zoals de Duitse theoloog Bonhoeffer in 1944 in gevangenschap dichtte: ,,vrijheid ligt niet in de stroom der gedachten, maar enkel in 't doen.''

Het belangrijkste kenmerk van deugden is het gevoel voor het juiste evenwicht, niet zwichten voor de verleiding van de overdrijving, het extremisme, de extravagantie. De deugd in het midden is geen uitdrukking die de middelmatigheid of het smaakloze compromis bepleit, maar het altijd moeilijk te verwerven maatgevoel benadrukt. De grote deugden werden door Aristoteles omschreven als het zorgvuldig gekozen midden tussen onverstandige uitersten: zo ligt de moed als deugd tussen overmoed en lafheid, vrijgevigheid tussen verspilling en gierigheid, matigheid tussen onmatige hebzucht en je zelf helemaal niets gunnen. Niet te veel en niet te weinig, daar draait het steeds om. Zelfvertrouwen is het midden tussen opschepperige ijdelheid en een gebrek aan eergevoel of zelfverwaarlozing (zie onder meer P. van Tongeren Deugdelijk Leven, 2003).

De vraag of assertiviteit een moderne deugd is, kan worden beantwoord met een verwijzing naar een Aristotelische deugdenleer. Als antwoord op een tekort aan zelfrespect is het een deugdelijk middel; als ongeremde zelfexpressie in alle situaties wordt ze een ergerlijke eigenschap. Dit laatste geeft tevens aan dat de beoordeling van gedrag in een deugdenethiek altijd afhankelijk is van de context. Het gaat om het juiste woord, het juiste gebaar, de juiste maat in een bepaalde context of bij de oplossing van een bepaald probleem. Deze contextafhankelijkheid biedt voordelen boven een rigide, van boven af opgelegde moraal. Deugden worden beoefend van binnenuit en kunnen niet bij wet worden voorgeschreven.

Deugden werden in de klassieke oudheid vooral aangeleerd als onderdeel van de vorming van sterke karakters. Een goed gevormd karakter wist zich in alle omstandigheden op de juiste wijze te gedragen en zich aan te passen. Met een goed gevormd karakter kan je alle kanten uit, zo luidde de belofte van een klassieke opvoeding. De morele oriëntatie werd dus niet aangeleerd door veel morele regels van buiten te leren, maar door de deugden zo goed mogelijk te beoefenen. Doen en nadoen. In de praktijk werden voorbeelden uit de geschiedenis naar voren gehaald, waarmee men zich kon identificeren. De wil om in de deugden uit te blinken, en net zo te worden als vroegere helden en heiligen, was de maatschappelijke conditie waaronder een deugdenethiek kon floreren. Dat staat ver af van hedendaagse ambities, waar de wedloop naar winst en persoonlijk succes juist tot extreem gedrag aanzet.

Hebben deugden afgedaan? De drie oude deugden, geloof, hoop en liefde, zijn misschien te veel gevraagd voor hedendaagse mensen. Ook de kardinale deugden (standvastigheid, rechtvaardigheid, matigheid en voorzichtigheid) staan onder druk in een maatschappelijk klimaat, waarin weelde en welvaart, onmatigheid en overvloed, onbehagen en eigen belang en snel wisselende consumptieve voorkeuren zo sterk worden aangewakkerd, dat zelfs het geven van het goede voorbeeld niet meer wordt opgemerkt of geprezen. Is in dit culturele klimaat nog plaats voor nieuwe deugden? Hebben jongeren nog wel een boodschap aan morele deugden?

Op dit lastige punt van overweging aangekomen, werd ik door een gelukkig toeval geholpen. Soms zijn boeken een geschenk uit de hemel en dit gold in het bijzonder voor de studie van Robert S.C. Gordon Primo Levi's Ordinary Virtues, from testimony to ethics (2001). Gordon is lector in de Italiaanse letterkunde aan de universiteit van Oxford. Wat zou hij met die alledaagse deugden bedoelen? De gewone, alledaagse deugden staan tegenover de zware, grote en heroïeke deugden zoals opperste rechtvaardigheid, heldhaftigheid, opofferingsgezindheid, kuisheid of zendingsdrang. Dat zijn inderdaad klassieke deugden die een lange en roemrijke geschiedenis kennen. In het werk van Primo Levi, aldus Gordon, vinden we van deze oude deugden nagenoeg geen spoor. Het gaat daarin juist om kleine, praktisch belangrijke deugden.

Uit de trefzekere verslagen van zijn leven in het kamp Auschwitz, uit zijn latere verhalen, gedichten, essays en interviews komt Primo Levi's levensfilosofie naar voren. Ondanks zijn pijnlijke ervaringen in het kamp is die niet somber of pessimistisch te noemen en geenszins haatdragend ten opzichte van alle Duitsers. Er komt uit heel zijn werk een onderzoekende, experimenterende en nauwgezet waarnemende houding naar voren, die de grondslag vormt om in een barre en weerbarstige wereld overeind te blijven. Uit Levi's geschriften diept Gordon dertien, gewone, alledaagse deugden op, waarbij humane sensitiviteit en praktische vaardigheid hand in hand gaan. Levi's vorming als scheikundige is hier natuurlijk niet vreemd aan.

Allereerst zijn er vier ethische deugden: goed kijken en nauwkeurig observeren,bijvoorbeeld hoe de Duitsers de taal verkrachtten, waardoor ze hun onschuldige gevangenen vernederden en waardoor het geweld jegens medemensen minder remmingen ondervond.

De tweede deugd sluit hierbij aan: zorgvuldig en precies taalgebruik, weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je iets moet zeggen (dit is niet hetzelfde als politiek correct taalgebruik). Taal is wezenlijk voor iemands identiteit. Slordige en vuile taal beledigt en maakt de weg vrij voor geweld.

Herinneren en ervaringen vastleggen in het geheugen is de derde moderne deugd. Primo Levi wilde getuigenis afleggen van de barbarij die hij en miljoenen anderen moesten meemaken. Een samenleving die haar geheugen kwijt is geraakt of er geen belang meer in stelt, wordt hard en onmenselijk.

De vierde ethische deugd is vindingrijkheid, de mogelijkheid om slim om te gaan met wat je om je heen aantreft, weten waarvoor je gewone dingen ook anders kunt gebruiken, bijvoorbeeld een stuk ijzerdraad om je broek op te houden of weten hoe je enkele druppels water kunt veroveren uit een kapotte kraan.

De vier volgende, door Gordon helder beschreven en benoemde, deugden zijn vooral praktisch van aard: een gevoel voor maat en grens (dit beantwoordt nog het meest aan de klassieke Griekse deugd), een houding van 'trial and error', hetgeen neerkomt op het durven maken van fouten en er tegelijk van willen leren.

Vervolgens noemt Gordon 'dingen in het juiste perspectief zien', kritisch en opnieuw naar zaken durven kijken, niet overdrijven, niet minimaliseren, niet majoreren, niet moraliseren, maar realistisch de werkelijkheid onder ogen zien.

De laatste praktische deugd is creativiteit: zich flexibel en inventief kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende omstandigheden. Een begin maken met iets, initiatief nemen en nieuw durven te beginnen aan iets. Scheppend ordenen. Hierin ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar, de scheikundig onderzoeker en literator.

Daarna komen drie sociale deugden, die voor het sociale leven onontbeerlijk zijn: common sense, vriendschap en het vertellen van verhalen.

Common sense is meer dan gezond verstand en anders dan wat iedereen vindt. Het is een beroep doen op wat iedereen altijd al wist, omdat het bij de onmiskenbare eigenschappen van mens-zijn hoort. Het is ook het gevoel van gemeenschappelijkheid, 'sense of the common'. Zo wordt vriendschap niet uit nut geboren, maar komt ze voort uit gemeenschappelijke ervaringen, uit samen dingen doen of ondergaan. Levi is de verteller bij uitstek, die niet ophoudt anderen wakker te houden, letterlijk in het kamp, figuurlijk na de oorlog.

'Story telling' is al vaker als een belangrijke vorm van overdracht van morele waarden beschouwd, maar bij Levi wordt het een levensfilosofie: ik vertel, dus wij bestaan. Het vertellen van een levensverhaal van elk gewoon mens schept een band en kent een plot die ons iets vertelt. Een sprookje boort de morele intelligentie van kinderen aan. Literaire verbeelding scherpt de morele sensitiviteit van volwassenen.

Twee onmisbare persoonlijke deugden sluiten de rij: humor en speelsheid. Met enige ironie naar jezelf kijken maakt vrij en spontaan plezier hebben in wat we met elkaar doen of wat we met elkaar uitspoken, geeft een bevrijding van alledaagse lasten.

Kortom, zo zegt Primo Levi in zijn gehele oeuvre, de verbetering van de onderlinge verstandhouding tussen mensen ligt niet besloten in de grootse en meeslepende daden en in de grote, oude deugden, maar in de dagelijkse oefening in kleine deugden. Iedereen die wil kan er in alle omstandigheden direct mee beginnen.

Praktisch beginnen: hierin ligt vermoedelijk de sleutel voor de overdracht van deze alledaagse deugden. Hierin ligt ook hun maatschappelijke relevantie. Een aantal deugden hoort op school geleerd te worden. Het (maatschappelijke) geheugen wordt getraind in de geschiedenisles, het zorgvuldig spreken en schrijven in de taalles, het goed observeren, de trial and error in de exacte vakken. Op school ontstaan vriendschappen voor het leven. Maar al deze ethische, praktische en sociale deugden kunnen op alle andere plekken in de samenleving, in het gezin en op het werk, in perskamer en parlement, voorgedaan worden en nagedaan. Leren is afkijken. Er kunnen verhalen bij verteld worden, terwijl er geen regels hoeven te worden geformuleerd voor alle mogelijke handelingen in alle mogelijke situaties. Deze nieuwe deugden passen bij nieuwe, jonge mensen. Ze geven betekenis aan hun dagelijkse leven en kunnen dienen als kompas voor een eigentijdse moraal.

Wat nu nog rest is de vraag of de maatschappelijke condities gunstig of ongunstig zijn voor een deugdenbenadering. De wil tot uitblinken in Aristotelische deugden is in de moderne westerse samenlevingen allang verdrongen door een instrumentele doel-middel-rationaliteit, waarbij het doel vaak alle middelen heiligt. In de belangrijke sociale instituties van economie, politiek en onderwijs is dit zelfs de heersende norm geworden. Een algemeen gevoel voor maat en grenzen lijkt totaal te ontbreken. In dit opzicht is er - empirisch gezien - weinig of geen plaats voor deugden, hoezeer veel mensen er ook in geloven of naar verlangen. De kleine, alledaagse deugden met hun praktische kanten hebben weliswaar betere kansen, maar zelfs deze, moreel en sociaal gezien, belangrijke gedragsoriëntaties missen een culturele steun.

Deugden worden namelijk niet alleen beoefend, maar staan of vallen bij het tonen van goede voorbeelden en bij verhalen waarin ze aan bod komen, zodat nieuwe generaties ze kunnen overnemen. Maar in alle verhalen, die in de moderne samenlevingen verteld worden, met name in films en televisie, staan niet meer de deugden, maar de ondeugden centraal. Hebzucht, onmatigheid, luiheid, vadsigheid en onkuisheid (om enkele middeleeuwse ondeugden te noemen) worden dagelijks geconsumeerd in een prettige ambiance. We kijken op de sofa naar sadistisch geweld, naar leugens en naar vernederingen van mensen, met een biertje in de hand en onze vriend(in) op schoot. Tegen deze ijzersterke combinatie van plezier en het zien van ondeugden is haast geen maatschappelijk kruit gewassen.

De huidige maatschappelijke condities zijn precies tegenovergesteld aan die waarin een deugdenethiek ontstond. De voorstanders van een beroep op deugden om in morele onzekerheid enige richting te bepalen, vergeten dat de samenleving, waarin deze deugden opbloeiden, voorgoed voorbij is. Dat hoeft ons niet per se bitter en somber te stemmen. Immers Primo Levi heeft zijn kleine, alledaagse deugden voorbij de poorten van de hel weggesleept, niet alleen om zichzelf overeind te houden, maar ook om humane sensitiviteit voor de na hem komende generaties te behouden. Onder alle omstandigheden blijft het beoefenen van de kleine deugden mogelijk en zinvol.

 

Gepubliceerd in:
Opinie