Eisen aan ingezonden artikelen
NRC Handelsblad biedt mij als lezer de mogelijkheid maatschappelijke debatten te volgen. Graag wil ik zelf ook een steentje bijdragen, door middel van opiniërende artikelen of ingezonden brieven. Jaren van oefenen en experimenteren hebben me slechts een beperkt beeld opgeleverd van het redactionele beleid ten aanzien van ingezonden teksten. Ik begrijp dat de redactie binnen haar eigen burelen heerst als een absolute vorst - en zo hoort het ook. Maar zou het mogelijk zijn de schrijfgrage abonnee enkele aanwijzingen te geven? Bijvoorbeeld naar aanleiding van onderstaande vier vragen:
1.Zijn er criteria die (mede) bepalen of een tekst over een bepaald onderwerp de omvang van een artikel kan krijgen?
2.Hoe kan een abonnee in een concreet geval achterhalen welke criteria er (ongeveer) zullen worden gehanteerd?
3.In hoeverre spelen de positie van auteurs en/of hun relatie met de krant een rol bij het beoordelen van teksten? Is het voor outsiders mogelijk een relatie met de krant op te bouwen?
4.Sommige boodschappen vallen het beste in dichtvorm over te brengen. Gedichten worden echter niet geplaatst als (onderdeel van) ingezonden brieven, berichtte u mij recentelijk. Is er in de krant überhaupt ruimte voor de plaatsing van opiniërende gedichten die niet afkomstig zijn van uw eigen Dichter des Vaderlands? En zo nee, waarom niet?
Michiel Jonker, Arnhem
De krant antwoordt
De redactie stelt betrokkenheid van de lezers op prijs, ook in de vorm van ingezonden brieven of e-mail. De laatste jaren zijn meerdere vormen van 'interactiviteit' ontwikkeld die de klassieke ingezonden brief misschien wat hebben verdrongen. Met enige regelmaat lokt de redactie met een cursief regeltje 'reacties? mail (of schrijf) naar ...' reacties uit onder een artikel dat ze daarvoor in aanmerking vindt komen.
Die reacties dienen soms voor een journalistieke follow-up, soms voor een brieven- of reactierubriek op thema. De lezer wordt dan gemobiliseerd. Het Zaterdags Bijvoegsel hanteert bijvoorbeeld deze benadering. Maar er zijn ook andere fora in de krant gekomen. De vrijdagse leesclub in de Boekenbijlage nodigt lezers uit om in de krant en op de website op boeken te reflecteren. De media/internet-redactie zoekt voor de nieuwe mediapagina 'lezerstips' over programma's of kanalen die de moeite waard zijn. (Daar loopt het overigens nog niet storm.) Er zijn ook specifieke vragenrubrieken gekomen. De Europa-redactie roept iedere donderdag de lezer op vragen te stellen over actuele Europese thema's. De binnenlandredactie beantwoordt iedere zaterdag vragen over het nieuwe zorgstelsel. Tv-recensent en filmkenner Hans Beerekamp beantwoordt vragen over film op de site. En de economieredactie bespreekt pensioenvragen van lezers, op zaterdag. Deze rubriek is uiteraard ook een voorbeeld. Op de directe vragen van deze lezer over bijdragen aan de opiniepagina:
1.Echte harde criteria zijn er niet om een brief in de vorm en op de lengte van een artikel te plaatsen en niet als brief. Het hangt af van de nieuws- en opinieconjunctuur van het moment, de kwaliteit van de brief (originaliteit, stijl, relevantie etc.) en de beschikbare ruimte in de krant. Beste advies is en blijft: hou het kort. Ook bij een artikel.
2.Zoek contact met de redactie. Maar hou rekening met de beperkte tijd en aandacht die de opinieredactie individuele lezers kan geven. 'Schrijfgraag' is een mooie eigenschap, maar stel niet al uw hoop op de schaarse ruimte in onze krant.
3.Gezag, positie, deskundigheid, relatie - het speelt uiteraard een rol. Maar we drukken ook met enige regelmaat auteurs af die we (nog) niet kennen, maar die een lucide artikel hebben aangeboden. Het is dus de inhoud die de doorslag geeft. We zijn altijd op zoek naar een goed stuk, van wie ook.
4.Inderdaad, gedichten doen we niet. Met uitzondering van de 'dichter des vaderlands', uiteraard, die overigens vrij spaarzaam in onze krant schrijft. Hoe goed ook bedoeld, de meeste gedichten die lezers ons sturen zijn eigenlijk niet te lezen. Er zijn maar weinig lezers die aan Sinterklaas en het poesie-album weten te ontkomen. En dan nog heb je een tekst die even goed, misschien wel beter, in proza is te pruimen. Daarom hebben we besloten consequent alle brieven op rijm te weigeren.
Folkert Jensma, hoofdredacteur
