Nederland lijkt de schaamte voorbij

Dutchbat in 1995 in de enclave Srebrenica.
Door Machiel Keestra

De dagvaarding van de ‘Moeders van Srebrenica’ tegen de Nederlandse staat liegt er niet om.Beseffen wij dat wel?

Op 4 juni werden de Nederlandse staat en de Verenigde Naties gedagvaard door de ‘Moeders van Srebrenica’. Wat volgde was een oorverdovende stilte, terwijl de inhoud van de dagvaarding ons allemaal aangaat: de Nederlandse staat, én zijn onderdanen. En de dagvaarding liegt er niet om. Zij is gebaseerd op documenten van de VN, de Nederlandse en Franse overheid en van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), en brengt verrassende en pijnlijke punten scherp naar voren. Ik noem er een aantal:

Het Nederlandse opperbevel en kabinet blijken herhaaldelijk te hebben ingegrepen in de oorlogshandelingen. Daarmee hebben zij de commandolijnen bij VN-operaties doorbroken en zich verantwoordelijk gemaakt voor de gevolgen. Met name is dit cruciaal geweest bij het herhaalde verzoek tot afbreking van de luchtsteun, die – anders dan vaak verteld is – steeds geboden en onderweg was. Ook de herovering van de reeds gevallen safe area werd door de regering tegengehouden. Hierbij zijn nooit de belangen van de bevolking meegewogen, maar uitsluitend het lot van Dutchbat.

Dutchbat heeft geen enkele serieuze gevechtshandeling uitgevoerd en zelfs wapens ingeleverd bij de tegenstanders – ondanks expliciete VN-bevelen die dat verboden.

De uitrusting en de opleiding van de uitgezonden soldaten waren ontoereikend. Het kabinet heeft hiermee echter geen enkele rekening gehouden en ook geen invloed willen uitoefenen op de plaats waar Dutchbat gelegerd zou worden.

Na de val van de safe area hebben de ontwapende Dutchbatters niet alleen passief toegezien op de scheiding en deportatie van de bevolking door de Serviërs maar soms zelfs actief daaraan meegewerkt.

Dutchbat heeft verzuimd om de vele mensenrechtenschendingen te rapporten die men tijdens en na de val van de safe area zelf had waargenomen of kunnen vermoeden, bijvoorbeeld uit geluiden van schoten of middels getuigenissen. Daarmee heeft Dutchbat zijn verplichtingen niet nagekomen en ook een negatieve invloed uitgeoefend op de koers die in het vervolg tegen de Serviërs is gevaren.

Deze en veel andere punten zijn niet alleen verontrustend, maar ook moreel beschamend. Wat moeten we na deze dagvaarding doen om onze morele positie te herstellen?

Daarvoor is allereerst vereist dat zo volledig en getrouw mogelijk openheid van zaken gegeven wordt. Het NIOD-rapport hoort online te komen, slachtoffergetuigenissen horen daarbij te worden betrokken en de discrepanties met bijvoorbeeld de Franse en VN-rapporten dienen te worden besproken.

Vervolgens is de opstelling jegens de slachtoffers van belang. Het kabinet is er sinds 1995 niet in geslaagd een dialoog met de Moeders van Srebrenica aan te gaan en laat het nu op een procedure aankomen. Navrant gevolg van een en ander is dat de overheid de verdenking op zich laadt dat zij in de slachtoffers van destijds haar tegenstanders ziet. Het kabinet zou daarom een passende uitnodiging moeten doen uitgaan aan de Moeders om te proberen op een niet-juridische wijze de dialoog aan te gaan.

Ten slotte is de opstelling binnenshuis relevant. Zelfs als de Nederlandse staat geen enkele schuld en blaam zou treffen, dan nog is het drama zo ernstig dat het ongepast is geweest dat Dutchbat nog vorig jaar een draaginsigne opgespeld kreeg, hoezeer wellicht die soldaten individueel hun best ook gedaan hebben. Het protest van de Bosnische overheid was dan ook terecht. Omgekeerd is er in 2002 zowel te laat – want zeven jaar na dato – als te vroeg – want precies voor de bespreking van het NIOD- rapport in het parlement – politieke verantwoordelijkheid genomen voor de gebeurtenissen. Het is te hopen dat het huidige kabinet meer besef heeft van het feit dat voor politiek handelen goede timing cruciaal is. Dat besef is ook relevant voor andere actuele of toekomstige brandhaarden, zoals Darfur.

En onze verantwoordelijkheid? Ook onze individuele houding draagt bij aan het eventuele herstel van de morele positie van Nederland. Hopelijk zijn wij niet allemaal de schaamte voorbij. Het is heel laat, maar nog steeds niet té laat, om aan het herstel van onze morele positie te werken. Lees om te beginnen maar eens de dagvaarding.

Nederland gedagvaard

Zesduizend nabestaanden van de slachtoffers van Srebrenica hebben vorige week bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de Nederlandse staat en de VN aangeklaagd.

Volgens de nabestaanden, deels verenigd in de stichting Moeders van Srebrenica, waren Nederlandse VN-soldaten medeplichtig aan de moord in juli 1995 op zevenduizend mannen in en rond Srebrenica.

De Moeders eisen erkenning en genoegdoening.

Gepubliceerd in:
Opinie
Meer opinie-artikelen