Laat Enait toch lekker zitten

Peter Ingelse

Het respect voor de rechtbank zal niet lijden onder zittende advocaten, betoogt Peter Ingelse. Maar voorschrijven dat iedereen moet staan, ondermijnt dat respect wel.

‘De orthodoxe moslim en advocaat Mohammed Enait hoeft niet langer op te staan voor rechters die de rechtszaal binnenkomen’, aldus NRC Handelsblad van 5 september. De Rotterdamse rechtbank heeft een aanbeveling opgesteld volgens welke advocaten „uit respect voor de rechters in principe opstaan.”

Discussie: Moet opstaan in de rechtbank verplicht worden?

Uitzondering: de advocaat mag blijven zitten „als diepe geloofsovertuigingen hem dat voorschrijven.” Tjongejonge. Ik wist dat rechtbankbesturen het zwaar hadden, maar Rotterdam spant de kroon.

In de jaren 70 en 80 was het gebruik dat de advocaat bij het binnentreden van de zittingszaal voor de rechters een buiging maakte. Sommigen kusten bijna de vloer, anderen volstonden met een nauwelijks merkbaar knikje. Maar het gebaar was er. Ik maakte destijds – nu komen mijn bekentenissen over die tijd – deel uit van de sociale advocatuur. Wij vonden dat gebuig maar niks en deden dat dus niet. Nu ja, soms dwong de rechter zoveel respect af, dat je het niet kon laten, maar verder was het not done.

Inmiddels ben ik rechter en zie ik nog wel eens een knik van een advocaat, maar dat wijkt niet af van een gewone begroeting. Wel staat de hele goegemeente – advocaten, partijen, publiek – op als wij de zittingszaal binnenkomen.

In het begin denk je, goh wat aardig. Maar helaas doet men het niet voor mij persoonlijk, het is een gebruik. Of beter gezegd een ritueel, dat bevestigt dat de rechter de taak en de bevoegdheid heeft te vertellen wat partijen moeten of mogen of juist niet moeten of mogen. Aldus geeft het ritueel een zinvol startaccent aan de zitting.

Soms staat iemand niet op. Meestal is dat een nieuwkomer die in stomme verbazing aanschouwt wat de mensen om hem heen doen. Juist als hij het door heeft en ook opstaat, gaat de rest weer zitten. En er zijn natuurlijk bewust-ongehoorzame-zittenblijvers. Eerlijk gezegd zie ik ze niet en zal het me een zorg zijn.

Zaterdag meldden de kranten dat CDA en VVD de kwestie aan de orde willen stellen. Volgens deze partijen is het ‘onaanvaardbaar’ dat voor Enait een uitzondering wordt gemaakt. Er zijn zelfs berichten dat Van Haersma Buma (CDA) meent dat de Raad voor de rechtspraak de regel moet afdwingen, indien de Rotterdamse rechtbank niet van het besluit terugkomt. Mooie staatrechtelijke verhoudingen.

Ik zie het al voor me. Straks moet ik van Van Haersma Buma iedere zittenblijvende advocaat aan de tand voelen. En dan, als de goede man het gewoon vergeten was of als ik vind dat zijn geloofsovertuiging niet diep genoeg zit, doen we de binnenkomst dan nog eens over? Hou toch op.

Het is de beste manier om het respect te ondermijnen en er voor te zorgen dat er meer advocaten komen die er een punt van maken. Of nieuwe punten verzinnen: advocaten, die – de diepte van hun overtuigingen induikend – plotseling beseffen dat een toga dan wel een bef ergens mee in strijd is, dat de gelijkheid van mensen meebrengt dat de voorzitter helemaal niet de leiding hoeft te hebben, dat je niet hoeft te pleiten voor een rechtbank bestaande uit personen van de andere sekse. Laat ik stoppen, ik breng mensen op ideeën.

Op 26 augustus heeft Kamerlid Verdonk in het televisieprogramma Knevel en Van den Brink in een discussie met Enait letterlijk gezegd dat het tijd wordt dat er een wet komt waarin onze fatsoensnormen staan. Daarin zou moeten staan dat je elkaar bij begroeting een hand geeft. Misschien was ze even wat te verhit, maar vertrouwen doe ik het niet.

Nu moet ik toegeven dat ik een vooroordeel heb: ik kan met de beste wil van de wereld niet vatten hoe iemand mij zou kunnen kwetsen of beledigen door mij geen hand te geven omdat zijn of haar geloofsovertuiging dat verbiedt.

Wél kan ik mij voorstellen dat je geen zin hebt om met Enait in debat te gaan, omdat hij je voortdurend onderbreekt en op zijn beurt zelf niet onderbreekbaar is. Dat is veel hinderlijker, veel onfatsoenlijker dan het uit overtuiging je niet aanpassen aan begroetingsrituelen.

Als straks de Nederlandse orde van advocaten, de Raad voor de rechtspraak, het Openbaar Ministerie en het Hof voor de rechten van de mens zich over de zaak buigen, dan zullen zij ongetwijfeld tot de conclusie komen dat je niet alleen in de jaren 70 en 80, maar ook nu respect uitsluitend kunt krijgen of ‘afdwingen’ – in de paradoxale betekenis van het woord – en dat je het niet kunt opleggen of voorschrijven.

Moeten we dan niet bang zijn voor het hellend vlak? Jazeker, maar niet voor het hellend vlak van de norm- of ritueelvervaging.

Het respect heeft niet geleden onder het verdwijnen van de buiging en zal niet lijden onder zittende advocaten. Wel vrees ik het hellend vlak van het tegendeel: de krampachtige norm- en ritueelversterking. Ga je eigen respect niet regelen en laat die man lekker zitten.

Gepubliceerd in:
covers
Voorpagina
Opinie
Nieuwsbrief