Ineens zijn we allemaal Amerikaan

Het politiek-intellectuele milieu in Europa is grondig veranderd. Vroeger golden Amerikaanse verkiezingen als inhoudsloos. Nu krijgen we er geen genoeg van, schrijft Ben Knapen.

Er lijkt geen houden aan. Half Europa stort zich op de Amerikaanse verkiezingen alsof de wereld ervan afhangt. Het is onweerstaanbaar, obsessief en ontdaan van elk maatgevoel. Voor het geval u een laatste nieuwtje mocht hebben gemist: de Franse Figaro (nota bene) vertoont nu een clip waarin John McCain uitlegt waarom hij dol is op Dancing Queen van Abba. Voer voor Skyradio dus, maar even zo goed voor een postmoderne filosoof die in de ontbijtshow even een babbeltje Jaren-Zeventig-annex-Globalisering-Nu doet. En zo gaat het maar door.

Waar komt deze bezetenheid vandaan? Hoe is het maatgevoel in de verdrukking geraakt?

Om misverstanden te voorkomen: Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn belangrijk. Want hoewel de speelruimte van de Verenigde Staten ontegenzeggelijk kleiner geworden is, blijft de man in het Witte Huis een machtig man, een referentiepunt voor alle grote ontwikkelingen in Amerika en in de wereld.

Maar toch.

Rechtstreekse uitzendingen vanuit de Democratische conventie in Denver, door de publieke omroep in Nederland zelfs gelardeerd met een dagelijkse hoeveelheid leukigheid; een kwart miljoen mensen voor de Vredeszuil in Berlijn niet eens om naar een president, maar slechts naar een kandidaat te luisteren; en zelfs SBS Shownieuws dat het er maar druk mee heeft.

Allicht is Amerika geleidelijk aan steeds meer binnenland aan het worden. Het komt overal tot ons. Of je nu een manager bent die spreadsheets over de kwartaalcijfers moet maken, of je gaat gewoon naar de film, of je kijkt tv, bladert in een roddelblad of je zoekt iets op internet: Amerika is overal, taal en codes zijn steeds vertrouwder geworden. Frankrijk of Duitsland liggen veel verder buiten de dagelijkse belevingswereld dan Amerika. Amerika is elke dag bij ons en alleen al daarom praat het gemakkelijk.

Amerikaanse verkiezingen zijn vaak spannend en altijd onderhoudend. Amerikanen zijn de fase allang voorbij dat ze eigenlijk vinden dat het ‘over de inhoud’ zou moeten gaan. Het is entertainment, show, groot geld, en ook boeiend voor liefhebbers van vals spel. De strijd tussen Hillary Clinton en Barack Obama was de ideale stof voor goed televisiedrama – vilein, theatraal, emotioneel, genant en alles netjes in beeld: de voorkant via televisie, de achterkant via de mobieltjes en YouTube.

En dan is er De Kandidaat. De (westerse) wereld kijkt reikhalzend uit naar een nieuw gezicht, houdt doorgaans niet van een Republikein en kreeg een politieke popster in de schoot geworpen. De komeetachtige opkomst van deze briljante redenaar, de retoriek vol termen als wederopstanding, verzoening en vergeving, al die dwepende, soms hysterische jongelui onder zijn gehoor – het past allemaal in een cult of celebrity. Verslaving aan celebrities hoort bij het ziektebeeld van samenlevingen waar vertrouwde bindingen van gezin, buurt, werk en kerk verloren gaan, doceerde de – inmiddels overleden – Christopher Lasch in de Abba-tijd in zijn Culture of Narcissism.

De cultus rondom Obama kreeg messiasachtige trekjes. Woorden werkten als zalf, ontdaan van elke rationele betekenis en het valt eigenlijk pas op als je naderhand iets naleest. Op de avond van Super Tuesday sprak Obama voor een uitzinnige menigte bijvoorbeeld deze verbluffende woorden: „Wij zijn degenen op wie we hebben gewacht.” In een van zijn televisiespots zegt een stem te midden van een uitzinnige massa: „Wij kunnen de aarde redden.” Het zijn teksten in de buurt van spirituele vervoering.

Obama en zijn aanhang zijn inmiddels weer op moeder aarde geland. Door een gemene en effectieve campagne van de Republikeinen is Amerika fijntjes aan het verstand gebracht dat er een verschil is tussen een beroemdheid en een held: een held stijgt boven zichzelf uit, een beroemdheid stijgt op en ploft weer neer.

Maar gelukkig is daar nu Sarah Palin, over wie weer heel veel te zeggen valt. Over haar man, haar dochter, haar baby, dat ze haar op haar tanden heeft, hoe een man naar haar kijkt en hoe een vrouw naar haar kijkt, enzovoorts, enzovoorts. „Je kijkt ernaar en je denkt, hier gebeurt iets”, om de toegewijde verslaggever Willem Lust te citeren.

Maar deze mateloze belangstelling moet ook iets zeggen over Europa. In Azië bijvoorbeeld gaat het er toch nog steeds een stuk rustiger aan toe dan in Europa. Het zal te maken hebben met de persoon van Obama. Met diens seculier-spirituele magie heeft men in Azië weinig rapport. Zijn huidskleur bevleugelt daar geen emancipatoire gevoelens. En trouwens, Democraten worden er meer gewantrouwd, omdat ze protectionistische neigingen hebben en eerder over mensenrechten beginnen.

Daarentegen was Europa maandenlang in de ban van Obama. Tot achterin Beieren, waar deze maand verkiezingen zijn, hoor je lokale matadoren enthousiast Yes, we can! roepen om de stemming in de zaal erin te brengen.

Zeker, het politiek-intellectuele milieu in Europa is grondig veranderd. Voordat Bill Clinton op de klanken van Fleetwood Mac (Don’t stop thinking about tomorrow) het Witte Huis binnendanste, golden Amerikaanse verkiezingen aan deze kant van de oceaan als een betrekkelijk verwerpelijke poppenkast. Conventies heetten volgens het algemeen aanvaarde vooroordeel een genante en kinderachtige vertoning van kunstmatige glimlachen en te veel luchtballonnen. Wie beweerde dat Amerikanen met dat soort evenementen toch ook de democratie als een vrolijk feest wisten te vieren, was dom of had anders toch in elk geval de gewenste kritische distantie jegens dat media- en marketingcircus verloren.

Dat is allemaal verleden tijd. Inmiddels omarmen Europese partijen de Amerikaanse stijl, kopiëren die naar hartelust want pas dan ben je modern en vibreer je mee met de moderne mens.

In zekere zin vullen Amerikaanse verkiezingen de Europese leegte. Amerikaanse verkiezingen wekken compassie op, los van tijd en territorium. Ze voeden een heilzaam geloof in politieke maakbaarheid dat ergens in de jaren negentig in Europa in het graf van de verloren illusies is bijgezet. Daartoe is geen enkele nationale verkiezing in Europa nog in staat.

Franse verkiezingen gaan over Frankrijk, Britse over Groot-Brittannië, Duitse over Duitsland. Het gaat niet over celebrities met mondiale allure. Als Sarkozy claimt de planeet te redden, schiet iedereen in de lach. Europese verkiezingen met Europese leiders zouden misschien ook Europa weer zo’n geloof kunnen bieden, maar dat gaat het voorstellingsvermogen nog te boven.

En zo warmt iedereen zich aan Amerika: verkiezingen daar zijn van eminent gewicht, het is nabij en verder kletst het ook zo heerlijk lekker weg.

Gepubliceerd in:
Opinie