Patiëntendossier schendt eed van arts
Het elektronisch patiëntendossier staat op gespannen voet met de plicht tot geheimhouding van de arts, stellen Jaap Dijkstra en Marie-José Bonthuis.
In de discussies in deze krant over het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) wordt veel over de privacy en zeggenschap van de patiënten gesproken, maar weinig over de geheimhoudingsplicht van de artsen. Dat is vreemd want de invloed van het EPD op die geheimhouding is het punt waar zowel patiënten als artsen zich, ondanks aanpassingen in het wetsvoorstel, de meeste zorgen over moeten maken.
De drijfveer achter het EPD is nobel. Wanneer artsen snel kunnen beschikken over medische gegevens dan kunnen ze optimale zorg verlenen. Als iemand na een ongeluk in Maastricht bewusteloos een ziekenhuis wordt binnengedragen, dan is het handig als men direct toegang heeft tot zijn medische gegevens die bijvoorbeeld in Groningen waren opgeslagen. Het EPD maakt dit mogelijk.
Deze toegang tot medische gegevens heeft echter ook een keerzijde. Het schept kansen voor onbevoegden om toegang tot de medische dossiers te krijgen. Dit moet kost wat kost worden voorkomen, want medische gegevens zijn zeer privacygevoelig.
Daarom is al sinds de oudheid het medisch beroepsgeheim een van de pijlers van de gezondheidszorg. Artsen leggen de eed van Hippocrates af, waarin ze beloven om hetgeen patiënten hun in vertrouwen meedelen, geheim te houden. Die geheimhoudingsplicht is vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Maar hoe kan een arts iets dergelijks beloven als hij niet langer zelf de toegang tot zijn dossiers bewaakt?
Ook het College Bescherming Persoonsgegevens (CPB) constateerde dat de doelstelling achter het EPD op gespannen voet staat met het beroepsgeheim. Het CPB wil daarom burgers erop wijzen dat zij zelf verantwoordelijk worden voor de bescherming van hun medische gegevens. Gevoelige gegevens moeten burgers zelf maar ontoegankelijk maken. Maar daarmee wordt het dilemma van privacybescherming versus optimale toegang tot medische gegevens niet opgelost, want hoe moet de burger deze belangen tegen elkaar afwegen? En hoe goed zal de patiënt zijn eigen gegevens beschermen?
Een rampscenario bij het EPD is dat criminelen, bijvoorbeeld met medewerking van een paar omgekochte mensen uit de gezondheidszorg, toegang krijgen tot het landelijk schakelpunt. Ze zouden dan stukje bij beetje alle patiëntgegevens kunnen verzamelen. Vervolgens brengen ze de data naar het buitenland en geven tegen betaling inzage in het dossier van iedere willekeurige burger. Menig werkgever of verzekeraar zal hierin geïnteresseerd zijn. En er valt dan feitelijk niets meer tegen te doen.
Het medisch beroepsgeheim bestaat al eeuwen. Het behoort niet lichtzinnig terzijde te worden geschoven voor een efficiëntere toegang tot patiëntdossiers of elektronische toegang van de patiënt tot zijn eigen gegevens. Zeker niet als dit de kans op misbruik aanzienlijk vergroot.
Als het EPD er in de voorgestelde vorm komt, zullen wij onze huisarts vragen om onze dossiers uitsluitend op papier te voeren.
De Wet op het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) moet eind 2009 ingaan. De invoering ervan stuit op breed verzet van artsen en apothekers. Een belangrijke reden is dat er al veel lokale digitale patiëntendossiers bestaan met hun eigen voor- en nadelen. Deze moeten wijken voor het EPD. Een tweede reden is dat het EPD al verouderd zou zijn.
