Media verkiezen macht boven inlichten burger
Prinsjesdag gaat vooral om de media-aandacht voor het zittende kabinet. De media houden dit monopolie van de macht in stand met de embargoregeling, betoogt .
Dat informatie macht is, is de afgelopen dagen weer gebleken. NRC Handelsblad publiceerde zaterdag de volledige Miljoenennota, terwijl de meeste media daarmee tot Prinsjesdag wachten. De overgrote meerderheid kan trouwens ook niet anders, want zij hebben in tegenstelling tot deze krant de embargoregeling van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) ondertekend. Daarmee beloven zij niet te publiceren, ook als andere media dat wel doen, en krijgen in ruil daarvoor alle stukken voor Prinsjesdag al op vrijdag in bezit, zodat men zich een weekeinde lang gedegen kan voorbereiden.
De afgelopen jaren werden de stukken op Prinsjesdag zelf pas ter beschikking gesteld aan de pers, niet in de laatste plaats omdat de media, en in het bijzonder RTL Nieuws, er toch altijd weer in slaagden om ruim van tevoren de inhoud van de Miljoenennota naar buiten te brengen.
Alle betrokkenen, regering, parlement en pers, is het de afgelopen jaren niet gelukt om een nieuwe houdbare regeling te treffen. Laat staan tot meer openheid en ontspannenheid in het hele proces te komen. Kennelijk staat er teveel op het spel. Dat roept dan ook de vraag op of het op Prinsjesdag echt draait om de verdeling van de miljoenen of om de mooist mogelijke media-exposure.
De embargoregeling voor de Miljoenennota is een ouderwets en achterhaald instrument. Het komt erop neer dat ergens in een achterkamer wordt besloten op welk moment burgers worden ingelicht over besluiten die voor hun dagelijks bestaan verstrekkende gevolgen kunnen hebben. En dat gebeurt dan op voorspraak van een zittende regering en met instemming van parlement en pers.
De meeste media, en ook de volksvertegenwoordiging, lijken hierbij de kant van de macht te kiezen. En niet de kant van de van informatie verstoken ‘bezitsloze’ burgers, wat toch meer voor de hand zou liggen.
Van dergelijke ‘herenakkoorden’ zijn er inmiddels talloze gesneuveld. Alleen deze houdt hardnekkig stand.
In een tijd waarin de omloopsnelheid van het nieuws en het aantal media dat een burger dagelijks gebruikt sterk is toegenomen, ligt het veel meer voor de hand om belangrijke regeringsbesluiten naar buiten te brengen zodra ze genomen zijn. Met als gevolg meer openbaarheid en minder geheimhouding. Zeker in Nederland, waar al sinds 1982 voor de overheid de grondwettelijke verplichting bestaat om bij de uitvoering van haar taak openbaarheid te betrachten. Openbaarheid als rechtsbeginsel delft echter nog steeds volledig het onderspit ten faveure van openbaarheid vanuit opportunisme.
Het meest bizarre dit jaar is dat de andere media de primeur van NRC Handelsblad niet mogen overnemen, omdat zij de embargoregeling hebben getekend die dit expliciet verbiedt. Dat leidt tot onhandige en zelfs bijna hypocriete situaties.
RTL Nieuws verwijst in een link op haar website wel naar de NRC-site waarop de stukken staan. De Telegraaf publiceert een onleesbare foto van de voorpagina van deze krant met het bewuste nieuws. Kamerleden wachten dit jaar zoet tot Prinsjesdag zelf voor zij hun commentaar leveren. Terwijl oud-minister van Financiën Zalm wel weer verwees naar de reeds gepubliceerde stukken toen hij in het tv-programma Buitenhof commentaar leverde op het beleid van zijn opvolger.
Je zult als doorsneeburger maar graag zo snel mogelijk willen weten waar je aan toe bent met je kinderopvangkosten of met je loonstrook. Degelijke en tijdige informatievoorziening is al sinds jaar en dag ondergeschikt geraakt aan de zorg voor een mooie media-exposure voor een zittend kabinet.
De enigen die het zich ongestraft hebben kunnen permitteren op het nieuws van Prinsjesdag vooruit te lopen, zijn de kabinetsleden zelf. De afgelopen maanden brachten zij flarden van hun begroting naar buiten om zo meer publicitaire schijnwerpers op zich gericht te krijgen dan in de nieuwsbrij van de Derde Dinsdag het geval zou zijn geweest.
Meedoen aan betutteling van de burger en het in stand houden van het machtsmonopolie op de informatievoorziening is net zozeer een verantwoordelijkheid van parlement en betrokken pers. Ook zij zouden het initiatief kunnen nemen tot afschaffing van de verouderde embargoregeling door de kant van de burger te kiezen en zo het democratisch bestel een stevige kwaliteitsimpuls te geven. Immers, openheid en ontspannenheid in plaats van geheimhouding en krampachtigheid kenmerken en versterken de spankracht van een democratie.
