Wie er ook wint in de VS, de pil verliest

Sharon L. Camp

De conservatieven in de VS zijn niet alleen een oorlog begonnen tegen abortus maar ook tegen de pil en condooms. Laat Europa daarin niet meegaan, bepleit Sharon L. Camp.

De Amerikaanse cultuuroorlog is in de rest van de wereld duidelijk te zien nu de presidentskandidaten McCain en Obama elkaar bestrijden over onderwerpen als abortus, de rol van de godsdienst in de politiek en de vraag wiens waarden authentieker ‘Amerikaans’ zijn. Europeanen die vorige Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gevolgd, zullen een sterk déjà-vugevoel beleven.

Slechts weinig Europese waarnemers hebben in de gaten dat de conservatieven in de VS een nieuw front in de cultuuroorlog hebben geopend – een aanval op de anticonceptie die stiekem is begonnen, maar die gaandeweg openlijker is geworden. Het groeiend succes daarvan zou weleens een reactie noodzakelijk kunnen maken van de Europese regeringen.

Laten we beginnen met de steeds verfijndere pr-campagne om anticonceptie met abortus te vergelijken. Met de mantra ‘The Pill Kills’ werd door de activisten tegen geboorteregeling onlangs 7 juni tot ‘protestdag tegen de pil’ uitgeroepen – heel symbolisch, omdat het Amerikaanse hooggerechtshof op 7 juni 1965 voor het eerst het recht van echtparen erkende om geboortebeperking toe te passen.

Deze symboliek is ook doorgedrongen tot de Amerikaanse politiek. Zo heeft de regering-Bush honderden miljoenen dollars gestoken in ondoelmatige seksuele voorlichtingsprogramma’s die actief afstand nemen van anticonceptie en die onthouding tot het huwelijk bepleiten. Ook hebben de sociaal-conservatieven zich lang verzet tegen wetgeving die verzekeringen verplicht voorbehoedmiddelen in hun pakket op te nemen.

Dat klinkt Europeanen misschien allemaal vreemd in de oren. Maar zij hebben wel degelijk iets om zich ongerust over te maken, namelijk de invloed van deze groeiende oorlog tegen de anticonceptie op de tanende Amerikaanse steun aan de internationale geboorteregeling. De Amerikaanse bijdrage aan de belangrijke, internationale geboorteregelingshulp is sinds 1995 gedaald met 39 procent, tot 461 miljoen dollar in begrotingsjaar 2008. Dat blijft ver achter bij de Amerikaanse toezeggingen op de internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 in Kaïro en komt niet in de buurt van de behoefte aan geboorteregelingfaciliteiten in de ontwikkelingslanden.

De VS zijn nog altijd de grootste geldschieter ter wereld op het gebied van de internationale geboorteregelingshulp. Maar in opdracht van de sociaal-conservatieven heeft de regering-Bush herhaaldelijk verzocht om sterk op het programma te bezuinigen. Weliswaar heeft het Congres zich met de hulp van gematigde Republikeinen tegen deze bezuinigingen verzet, maar president Bush heeft voor het begrotingsjaar 2009 eens te meer verzocht om een aanzienlijke verlaging – naar 327 miljoen dollar.

En het is niet alleen een kwestie van financiering. De conservatieven in andere landen – van de Filippijnen tot landen in Latijns-Amerika en in Afrika bezuiden de Sahara – hebben in het spoor van hun medestanders in de VS de geboorteregeling ondergraven door deze op één hoop te vegen met abortus. Deze kortzichtige strategie wordt vaak ingegeven door het agressieve internationale bereik van de anti-abortusbeweging in de VS. En ze gaat gemakshalve voorbij aan een studie uit 2007 van de Wereldgezondheidsorganisatie waaruit blijkt dat het abortuscijfer over het algemeen het laagst is waar het anticonceptiegebruik wijdverspreid is. Omgekeerd vindt vaak ongebreidelde (en meestal onveilige) abortus plaats waar anticonceptiemiddelen het moeilijkst te verkrijgen zijn.

Er is een goede reden om de internationale geboorteregelingshulp ingrijpend te verhogen. Tot de voordelen behoren een betere gezondheid voor moeders en een hogere overlevingskans voor kinderen, een lager beroep op abortus, en een hogere bescherming tegen seksueel overgedragen besmettingen, waaronder hiv. Hulp aan vrouwen om alleen zwanger te worden als ze het zelf willen, verhoogt ook hun status binnen de maatschappij, door hun bijvoorbeeld toe te staan meer onderwijs te volgen.

Ongeacht de uitkomst van de verkiezingen van 4 november zou het wel eens onrealistisch kunnen zijn om een ingrijpende verhoging van de Amerikaanse financiële steun te verwachten. Als McCain de verkiezingen wint, wijst alles erop dat de houding van zijn regering op dit punt in het gunstigste geval onverschillig zal zijn en dat in het slechtste geval de vijandigheid zal worden voortgezet zolang hij zich als fiscaal en sociaal conservatief wil profileren.

Obama zou veel meer steun aan geboorteregelingshulp verlenen. Hij heeft al opgeroepen om de financiering meer dan te verdubbelen. Maar grote verhogingen zullen waarschijnlijk zelfs met hem als president moeilijk te verwezenlijken zijn, omdat zijn regering een begrotingstekort wacht van bijna een half biljoen dollar, een peperduur reddingspakket voor de Amerikaanse financiële markten en kostbare oorlogen in Irak en Afghanistan. Er zal weinig of geen speelruimte op de begroting zijn.

Bij gebrek aan Amerikaanse leiding zouden daarom de Europese regeringen bereid moeten zijn het gat te vullen. Niet alleen door het opvoeren van de steun aan de internationale geboorteregeling maar door niet te wijken voor de Amerikaanse sociaal-conservatieven die internationale hulp ondergeschikt willen maken aan hun ideologie tegen anticonceptie.

Gepubliceerd in:
Opinie