EU moet oosten bij Westerse invloedsfeer trekken

Door A.J. van der Staay en E.P. Wellenstein

De gangbare kenschets van de Europese Unie is veelal: een economische wereldmacht, maar een politieke dwerg, want de lidstaten zijn altijd verdeeld ten aanzien van grote vragen van buitenlandse politiek.

Dat steekt dan bleekjes af bij de NAVO die – onder leiding van de VS – als enige tot een geïntegreerd veiligheidsbeleid in staat is, en daarvoor ook over de nodige militaire capaciteiten beschikt.

Maar is dat beeld, na de gebeurtenissen van de afgelopen weken, niet aan herziening toe?

In de crisis rond Georgië heeft de NAVO sinds 8 augustus, de dag van de aanval op Zuid-Ossetië door de Georgische president Saakasjvili, gevolgd door de Russische inval ver in Georgisch grondgebied, geen enkele rol gespeeld behalve het afleggen van verontwaardigde verklaringen vanuit Brussel en het opschorten van enkele samenwerkingsafspraken met Rusland.

Ter plaatse, zowel in Moskou als in Tbilisi, manifesteerde zich direct de voorzitter van de Europese Raad, in de persoon van Sarkozy (president Frankrijk), rechtstreeks vanuit Peking.

Het gezag van die beide functies bleek voldoende om tussen de partijen een staakt-het-vuren regeling tot stand te brengen. Weliswaar met enkele voor interpretatie vatbare punten, maar wel een document waar de EU in een bijzondere Europese ‘top’ op 1 september zich op kon baseren voor hernieuwde démarches in Moskou en Tbilisi om de terugtrekking van de Russische troepen nauwkeuriger vast te leggen.

Ditmaal een missie van Sarkozy mét Commissie-voorzitter Barroso en EU-Hoge Vertegenwoordiger Solana naast minister Kouchner, dus van onmiskenbare en uitdrukkelijk zo bedoelde EU-signatuur: de 27 lidstaten waren in deze kritische dagen in staat hun individuele meningsverschillen opzij te zetten, beseffend dat alleen eensgezind optreden succes zou hebben.

Tot dat succes behoort ook het aanvaarden door de Russische president Medvedev van EU-waarnemers in de regio, en van een latere internationale conferentie over de problemen in die regio. Op deze weg zullen nog veel obstakels opdoemen, maar men moet er niet aan denken hoe onbeheersbaar het proces geworden zou zijn zónder deze grondslag voor verder diplomatiek opereren.

Mevrouw Condoleeza Rice, pas een week na de crisis in Tbilisi, kon dan ook niets anders doen dan de EU-actie bijvallen en ondersteunen, en haar contacten met Saakasjvili, naast Amerikaanse humanitaire steun voor Georgië, later gevolgd door vicepresident Cheney, doch zonder nieuwe initiatieven. Bondskanselier Angela Merkel had intussen ook het nodige gedaan in het persoonlijke contacten met Medvedev en hem openlijk de les gelezen bij een bezoek in Sotsji, vlakbij het conflictgebied.

In de berichtgeving in westerse kranten – deze krant is een gelukkige uitzondering – is de nadruk vrijwel geheel gevallen op het onaanvaardbare buitensporige optreden van Rusland in een soevereine nabuurstaat. Dat het onverantwoordelijke ingrijpen van Saakasjvili, die zijn ‘eigen’ stad Tschinvali ’s nachts door artillerie liet beschieten, en zijn ‘eigen’ burgers militair overrompelde, Rusland op een presenteerblaadje de aanleiding voor een massieve reactie bood, wordt zelden vermeld. De NAVO kon slechts machteloos toezien, en zweeg (anders dan de EU) over Saakasjvili’s rol in het drama. Des te verrassender is het na dit alles de secretaris-generaal van die organisatie, waarvan notabene het merendeel van de leden tevens EU-lidstaat is, nu tegenover juist Saakasjvili in Tbilisi te horen verklaren dat het resultaat van het EU-optreden ‘onacceptabel’ is omdat nog niet alle beoogde doelen ermee bereikt zijn.

Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) heeft zich terecht onmiddellijk van deze interventie gedistantieerd. Het was de NAVO zelf, die door haar besluiten in Boekarest in april het hoofd van Georgië’s overmoedige president op hol had gebracht, zonder duidelijke afspraken over, laat staan controle op, zijn beleid. Hoe, zoals nu retorisch wordt geproclameerd, de ‘territoriale integriteit’ van Georgië zou kunnen worden afgedwongen, is duister. De ondoordachte Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië (noch van de Centraal-Aziatische republieken, noch van China krijgt Moskou daarvoor steun, en het ondermijnt de Russische positie inzake Kosovo) is daarbij niet eens het kernprobleem. Evenmin als de Albanezen in Kosovo, destijds door Milosevic uit hun eigen land massaal verjaagd, zullen de door ‘hun’ president in de nacht gebombardeerde Zuid-Osseten vrijwillig onder het bestuur van Tbilisi terugkeren, wat diplomaten ook proberen.

De poging van de VS om een snel lidmaatschap van Georgië (en Oekraïne) in Boekarest te forceren, als afscheidssucces van president Bush, is in het zicht van de hele wereld op een trieste klap voor het prestige van de NAVO uitgelopen. Dat was wel het laatste waar het genootschap met zijn ernstige zorgen in Afghanistan behoefte aan had.

De alliantie moet, onder een nieuwe Amerikaanse president, dringend terug naar haar uitgangspunt: dat is niet allereerst het veel genoemde artikel 5 over wederzijdse bijstand (dan is de strategie deels al misgegaan), maar het fundamentele artikel 4. Dat zegt dat de NAVO het essential forum is voor een permanente, weloverwogen, gezamenlijke inschatting van strategische ontwikkelingen en veiligheidspolitieke antwoorden daarop, om bedreigingen af te weren. Daarvan is in april in Boekarest geen sprake geweest. Integendeel, het was een halfslachtige, en daardoor des te riskantere sprong in het duister zonder directe urgentie. Na deze bittere ervaring is de EU tot nader order de aangewezen partner om Georgië en Oekraïne geleidelijk in de westelijke politieke sfeer te betrekken, maar wel met alle, zij het kritische, aandacht voor de positie van Rusland als directe buur. Dat de EU ook echt wel wat kán, als zij het politieke inzicht daartoe opbrengt en weet vast te houden, hebben de laatste weken aangetoond.

A.J. van der Staay is oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. E.P. Wellenstein is oud-directeur-generaal van de EU.

Ook deskundig op dit gebied? Reageer dan op nrc.nl/expert

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie