Krimp is goed tegen stress, verkeer, vervuiling en drukte

Het landbouw gebied in Krimpenerwaard bij Gouda wordt voor een derde omgevormd tot een moerasachtig reservaat in verband met de aanleg van nieuwe natuurgebieden.
Door Willem van Toorn

Geloof de media niet die zeggen dat de huidige crisis de samenleving naar de rand van de afgrond brengt. Nu kan iedereen genieten van de vruchten van versobering. Als er minder wordt gebouwd, houden we meer open landschap over.

Tussen de wereld van de beschaafde, redelijk ontwikkelde en krantenlezende burger en die van de moderne specialisten van het grote geld, ligt een mijnenveld van misverstanden en spraakverwarringen. Uitspraken en handelingen die in de eerste wereld als grootspraak, Hochstapelei of zelfs misdadigheid lachlust of woede wekken, gelden in de tweede als harde werkelijkheid, handigheid of zelfs wetenschap.

Neem de huidige crisis die, als je de media mag geloven, de westerse beschaving aan de rand van de afgrond zal brengen als de overheden niet bijspringen om de gaten te dichten. De Verenigde Staten, die 500 miljard dollar in China hebben geleend om de oorlog in Irak te betalen en mede daarom publieke voorzieningen als onderwijs en sociale en medische zorg hebben afgebroken, blijken 700 miljard uit de achterzak te kunnen toveren om Wall Street te redden. Dichter bij huis krijgt de man die zowel Fortis als ABN Amro bijna om zeep heeft geholpen als afscheidsbonus 5 miljoen euro mee, terwijl de Nederlandse belastingbetaler de miljarden die er niet waren om het onderwijs te verbeteren en werkers in de zorg met wat meer dan een fooi naar huis te sturen, nu blijkt te kunnen neertellen om het luchtkasteel van het bankwezen overeind te houden. In de wereld van de gewone mensen zou de praatjesmaker van Fortis met hoon overladen naar huis zijn gestuurd, áls hij al niet wegens oplichterij de cel in was gegaan en zelf de schade had moeten betalen.

Twee werelden, elk met een volstrekt eigen taal, en geen tolk te vinden. Amusant voor de buitenstaander is dat het leger economen dat ons altijd met ernstige wetenschappelijke gezichten toespreekt en roept dat we niet mogen ophouden met groeien, nu geen enkele wetenschappelijke tekst meer ter beschikking lijkt te hebben en zorgelijk spreekt over ‘de emotie van de markt’.

Als het werkelijk zo zou blijken te zijn dat de groei eruit is, dat we misschien wel een periode van ‘krimp’ tegemoet zullen gaan, dan zou je in plaats van bevend de ramp te ondergaan ook opgelucht je zegeningen kunnen tellen. Misschien is het wel hoog tijd voor een minder amechtige samenleving, minder consumptie van schadelijke en vernederende rommel, minder geraaskal over concurrentie en groei, minder macht voor op afstand opererende geldwolven, meer aandacht voor zaken die werkelijk bepalend zijn voor het dagelijks leven in ‘Main Street’ – zoals je in de VS de gewone man schijnt te moeten aanduiden: goed onderwijs, een zorgstelsel dat die naam verdient, medische zorg die niet wordt gedicteerd door de verzekeringsmaatschappijen, een sober werkende overheid die zich geen marktallures aanmeet met miljarden- verslindende Betuwelijnen of metroverbindingen.

Ik hoor nu al het koor van de groeigelovigen uitroepen dat we juist moeten groeien om de publieke voorzieningen betaalbaar te houden. Maar die geven op een aantal sleutelvragen nooit antwoord: waarom we ondanks al de groei van de afgelopen jaren dan toch zo weinig geld over hebben voor onderwijs, kunst en zorg bijvoorbeeld. En waarom de ‘markt’, die ons toch alle heil zou brengen, nu ineens de zo verfoeide overheid nodig heeft om de puinhopen op te ruimen die hij heeft aangericht.

Ik denk dat we er op veel gebieden bij gebaat zouden zijn als we zouden inzien dat we misschien eens moeten ophouden met het nastreven van die nooit aflatende groei, dat er zelfs grote voordelen verbonden kunnen zijn aan een versoberingsprogramma, of tenminste een pas op de plaats om eens goed te overwegen wat voor samenleving we nu eigenlijk willen. Met die vraag zullen we in elk geval ooit geconfronteerd worden, omdat een groei tot in het oneindige nu eenmaal niet bestaat. Dus je zou zeggen dat we er maar beter vóór die tijd over kunnen nadenken en zelf de richting van de verandering bepalen nu het nog kan.

Een aantal voordelen is evident. ‘Krimp’ zal leiden tot minder opgewonden, stress genererende bedrijvigheid, minder verkeer, minder belasting van het milieu; teruglopen van de bevolking (wat in grote delen van het land al aan de orde is) zal leiden tot minder druk op zorg en onderwijs, dus kunnen bijdragen aan een verbetering daarvan. Vermindering van de consumptie van het milieu zwaar belastende luxegoederen zou niet alleen een gunstig effect kunnen hebben op de moraal van opgroeiende kinderen die nu zonder het nieuwste mobieltje niet gelukkig door het leven kunnen, ze zou ook weer een bijdrage kunnen leveren aan een andere besteding van ons budget.

Paul de Beer, hoogleraar voor Arbeidsverhoudingen aan de UvA, schreef in juli 2006 in NRC Handelsblad dat het hoog tijd werd de Nederlandse burger ervan te doordringen dat „de nieuwste flatscreen-tv een slechtere school voor zijn kinderen betekent”. „Hopelijk treedt er na Balkenende-II een kabinet aan”, schreef De Beer, „dat publieke voorzieningen belangrijker vindt dan private consumptie”.

Ik citeerde zijn uitspraak in een pamflet dat ik samen met fotograaf Theo Baart in 2007 publiceerde en dat de bouwgekte in Nederland aan de kaak wilde stellen: Projekt Nederland. Eén van de verschijnselen die ons verbijsterde was dat we doorgaan met enorme (woning)bouwprojecten terwijl de Nederlandse bevolking niet meer groeit, maar zelfs terugloopt. Al in 2006 stelde een onderzoeker van het Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting, ook in NRC Handelsblad, vast dat het afgelopen was met de groei en dat er over krimp moest worden nagedacht, „maar er is weinig affiniteit met krimp in Nederland. Groei is natuurlijk ook veel sexyer dan krimp”.

We zijn twee jaar verder en de Raad voor het Openbaar Bestuur moest onlangs de rijksoverheid waarschuwen dat meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten krimpgemeente is, en dat juist díe gemeenten vaak woningbouwprojecten uit de grond stampen om nieuwe bewoners aan te trekken. Tegelijkertijd startte de baas van bouwend Nederland, Elco Brinkman, een actie om jonge mensen te werven voor de bouw onder het motto The Skyline is Yours – „omdat er alleen al 850.000 woningen moeten worden gebouwd”, riep hij stralend voor de tv. Dat strookt aardig met de ambities van het huidige kabinet-Balkenende, dat er ondanks de bede van Paul de Beer toch is gekomen. In de Nota Ruimte van Balkenende en de zijnen staat het duidelijk: „Meer specifiek richt het kabinet zich in het nationaal ruimtelijk beleid op: versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland.”

Als de skyline niet van de bouwwereld is maar van ons allemaal en als het wat minder mag met de concurrentie, zou het gevolg van de krimp ook nog eens kunnen zijn dat we wat meer open landschap overhouden. Maar of de politiek de moed zal opbrengen om het eigen domein terug te nemen van de bankiers? Zoals J.M. Coetzee schreef in Diary of a Bad Year: „De vraag waarom het leven vergeleken zou moeten worden met een race, of waarom de nationale economieën met elkaar in een wedloop verwikkeld zouden moeten zijn in plaats van om gezondheidsredenen kameraadschappelijk samen te gaan joggen, wordt niet gesteld.”

Gepubliceerd in:
Opinie