Ik ben kerngezond, en mijn nier is voor jou

Door Ingrid Geesink en Chantal Steegers

Als we onze hoop vestigen op orgaandonatie na de dood, lossen we het tekort nooit op. Doorbreek het taboe en stimuleer levende donoren met een financiële bonus.

Een redelijke vergoeding voor de gemaakte onkosten bij het doneren van een orgaan zoals een nier, zou het aantal orgaandonoren doen stijgen. Op een dergelijke vergoeding ligt nu een taboe. Dat is jammer, omdat er een groot tekort is aan donororganen.

Vandaag bespreekt de Tweede Kamer de mogelijkheden om dit tekort aan donororganen aan te pakken. Het kabinet zet in op een stijging van het aantal donoren met 25 procent. Het richt zich daarbij uitsluitend op donatie na de dood. Dat zal echter niet veel zoden aan de dijk zetten: het aantal medisch geschikte postmortale organen daalt de laatste jaren. Ook komen er minder donororganen beschikbaar door de hogere verkeersveiligheid en minder bedrijfsongevallen.

Daarom kan men zich beter richten op toename van het aantal levende donoren. Het taboe op betaling moet daarbij doorbroken worden. Bij nierpatiënten is donatie bij leven inmiddels een wijdverbreide praktijk die goede organen en succesvolle transplantaties oplevert. Momenteel staan 1.365 mensen op de wachtlijst voor een donororgaan, van wie 72 procent in afwachting van een nier. Een wachttijd die kan oplopen tot vier jaar. Ruwweg de helft van het aantal nieren voor transplantatie is nu afkomstig van levende donoren.

Maar donatie bij leven is politiek een gevoelig punt. Dit komt doordat donatie bij leven associaties oproept met illegale handel in lichaamsmateriaal. Zowel regelgeving als moraal schrijft in Nederland voor dat lichamen geen voorwerp mogen zijn van financieel gewin – orgaandonatie behoort een daad van naastenliefde en solidariteit te zijn, waarbij geen financiële vergoedingen passen. De Nederlandse wet verbiedt dan ook het verkopen van organen.

Diezelfde wet biedt overigens geen belemmering voor het aankopen van lichaamsmateriaal. Vorig jaar reisde een Nederlandse nierpatiënte af naar Pakistan, met televisiecamera’s in haar kielzog, en kwam thuis met een donornier. De kosten van 12.000 euro werden vergoed door verzekeraar Univé. Critici verklaarden dat Univé daarmee medeplichtig is aan handel in organen. Het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) haastte zich daarop te verklaren dat verzekeraars geen wettelijke mogelijkheden hebben om een vergoeding voor transplantatie van een betaald orgaan te weigeren.

Maar waarom wordt in Nederland zo moeilijk gedaan? Wat is er tegen een billijke vergoeding voor het doneren van een nier? Betaling en altruïsme hoeven elkaar niet uit te sluiten. Het wegnemen van financiële barrières bij levende donatie op altruïstische basis verschilt fundamenteel van handel in organen. Het is treurig dat dit onderscheid niet wordt gemaakt.

Het taboe op de geperverteerde effecten van handel in ‘levende organen’ mag niet de discussie doodslaan over de vergoedingen bij donatie. Financiële compensatie bij altruïstische donatie heeft niets te maken met illegale handel, dubieuze motieven en duistere praktijken.

Wat nodig is zijn betere voorzieningen om het potentieel aan levende donoren te vergroten. Dit betekent concreet: financiële compensatie van altruïstische donatie, bijvoorbeeld het compenseren van inkomstenderving bij een zelfstandig ondernemer die een nier wil doneren aan zijn of haar naaste en voorkomen dat ziektekostenpremies worden verhoogd van een moeder die een nier afstaat aan haar zoon.

Het overleg van de Tweede Kamer met minister Klink (CDA, Volksgezondheid) over de herziening van de huidige Wet op de Orgaandonatie dreigt nu alleen te gaan over postmortale donatie. Dat is jammer, want dit zal de wachtlijsten nauwelijks verkorten.

Een regeling van billijke vergoedingen voor levende orgaandonoren zou die wachtlijst wel verkorten. De ellende van wachtende, ernstig zieke patiënten is te groot om de oplossing over te laten aan individuele verantwoordelijkheid en marktwerking.

De schrijvers van dit artikel werken voor het Rathenau Instituut, dat zich bezighoudt met vraagstukken op het snijvlak van wetenschap, technologie en samenleving.

In 2007 spraken ook het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) en de Raad voor Volksgezondheid & Zorg (RVZ) zich uit voor financiële stimulering van orgaandonatie.

Een vergoeding kan bijvoorbeeld zijn: een korting zijn op ziektekostenpremies aan mensen die zich als donor registreren, of een tegemoetkoming in de begrafeniskosten aan nabestaanden van donoren.

Ook levende donoren mogen volgens CEG en RVZ best een beloning krijgen, zoals een levenslange vrijstelling van ziektekostenpremies.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie
Opinie