Herziening is willekeur: De B. wel, K. niet
Twijfel over de juistheid van de veroordeling leidt soms, bij Lucia de B., tot heropening, en soms, bij Hennie K., niet. Dat deugt niet, vindt Hans Crombag.
De Hoge Raad oordeelde gisteren dat de zaak Lucia de B. heropend moet worden. Volgens het hoogste rechtscollege in Nederland zijn er twijfels over het bewijs op grond waarvan de Haagse verpleegkundige is veroordeeld. Regelmatig worden verdachten tot zware straffen veroordeeld waarbij goed geïnformeerde buitenstaanders zich afvragen of de veroordeelde het wel echt gedaan heeft. Het bekendste voorbeeld is de Schiedammer parkmoord. In 2002 werd Kees B. voor deze moord veroordeeld, maar in 2004 bekende Wik H. dat hij de moord gepleegd had. Aanvullend DNA-bewijs bevestigde die bekentenis.
De bekentenis van Wik H. bewees twee dingen. Ten eerste dat het blijkbaar ook in Nederland mogelijk is dat in een grote zaak iemand die het niet heeft gedaan toch wordt veroordeeld. En ten tweede dat rechterlijke dwalingen onder normale omstandigheden niet kunnen worden hersteld. Afgesloten strafzaken kunnen alleen worden heropend als er sprake is van een nieuw feit, novum, dat de rechter nog niet wist toen hij veroordeelde, maar dat als hij dit wél had geweten waarschijnlijk tot een ander oordeel zou hebben geleid.
Had Wik H. echter zijn mond gehouden, dan zat Kees B. nog steeds in de gevangenis. Dat inzicht veroorzaakte een schok bij het Openbaar Ministerie (OM): waren er misschien nog meer gevallen van onschuldig veroordeelden die niet het zeldzame geluk hadden gehad dat de echte dader alsnog had bekend? Er werd daarom een speciale commissie opgericht, de CEAS (Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken), die inmiddels drie zaken heeft onderzocht waarover goed geïnformeerde buitenstaanders ernstige twijfels hebben: Lucia de B., Ina Post en de Enschedese ontuchtzaak.
In ieder van die drie zaken constateert de CEAS dat er in het onderzoek van politie en OM fouten zijn gemaakt die zo ernstig zijn dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de veroordeelden onschuldig zijn.
Maar met die constatering is de CEAS er nog niet. Het OM kan namelijk niet zelf besluiten om een afgesloten strafzaak te heropenen. Dat kan alleen de Hoge Raad. Hier stuiten we op het probleem. Namelijk, dat bij het parket (dat adviseert over heropening aan de Hoge Raad) verschillende mensen de rol van adviseur, advocaat-generaal, vervullen. In de zaak van Lucia de B. was het voor kenners duidelijk dat het niet mee zou vallen daarin een novum te vinden, terwijl nogal wat deskundigen twijfelden aan de juistheid van de veroordeling, ook de man die voor het parket het advies voor de Hoge Raad moest schrijven, advocaat-generaal Knigge. In zijn advies deed hij zijn uiterste best om het novum-criterium zo uit te leggen, dat de Hoge Raad besloot om de zaak van Lucia de B. te heropenen.
Geheel anders gaat Knigges collega, advocaat-generaal Schipper, te werk in zijn op 23 september verschenen advies over de Enschedese ontuchtzaak. In die zaak schreef de CEAS dat zij gekweld werd door het „bange vermoeden” dat de veroordeelden misschien onschuldig zijn en bood een prachtig novum aan.
In wat ‘een integrale transcriptie’ van een belangrijk verhoor heette, was de omvangrijke bijdrage van een van de aanwezigen systematisch weggelaten. De bedrieglijke transcriptie van dat verhoor kan zonder veel moeite een novum genoemd worden.
Ik ben als getuige-deskundige bij deze zaak betrokken geweest en deel de conclusie van de CEAS dat niet kan worden uitgesloten dat de veroordeelden wel eens onschuldig zouden kunnen zijn. Deze zaak is de enige in mijn lange loopbaan waarin ik totaal onbegrip heb voor wat de rechter bewogen heeft toen hij besloot te veroordelen.
Advocaat-generaal Schipper bij de Hoge Raad denkt daar anders over. Hij meent dat de bedrieglijke transcriptie geen novum is omdat de persoon van wie bijdrage aan het verhoor uit de transcriptie verwijderd is, ter zitting aanwezig is geweest. Toen had de rechter haar kunnen vragen of zij niet meer had gezegd dan er in de ‘integraal’ genoemde transcriptie stond. Dat heeft de rechter niet gedaan, maar hij had wel kunnen doen, dus geen novum. Dat is een wel zeer beperkte uitleg van het novum-criterium.
Er is nieuwe wetgeving over de herziening in voorbereiding. Daarin wordt het soort onderzoek dat de CEAS nu doet opgedragen aan het parket bij de Hoge Raad. Het advies van Schipper over de Enschedese ontuchtzaak laat zien dat dit geen goed idee is. Het maakt kennelijk verschil welk lid van het parket het onderzoek dan uitvoert, Knigge of Schippers. Waarom stellen wij niet een van der magistratuur onafhankelijke revisieraad in, zoals niet alleen ik, maar ook anderen al bij herhaling hebben voorgesteld, ook in deze krant?
Blijkbaar is het besef dat de mogelijkheden voor herziening van afgesloten strafzaken ingrijpende herziening behoeven nog niet tot iedereen, inclusief de minister, doorgedrongen.
In de Enschedese ontuchtzaak, werden Hennie K., zijn echtgenote en haar broer in 2000 veroordeeld voor verkrachting en ontucht met minderjarigen. De vader werd veroordeeld tot 8 jaar cel en tbs, de moeder tot 5 jaar, de broer tot 7 jaar.
De zaak werd onderzocht door de CEAS. Uit dat onderzoek bleek dat er informatie uit het dossier was gehouden en dat er „vraagtekens” waren over de wijze waarop de aangifte van een van de dochters tegen haar vader tot stand was gekomen.
Toch adviseerde advocaat-generaal Schippers de Hoge Raad de zaak niet te herzien. CEASvoorzitter Buruma zei in NOVA dat zijn commissie „een stuk of vier of vijf zaken” niet in behandeling kan nemen. Als je naar die rechtszaken kijkt, zei hij, „begrijp je niet waar de rechter zijn overtuiging op heeft gebaseerd om tot een veroordeling te komen.”
