Wij bankiers moeten ons schamen

Door Dolf van den Brink

Bij de meeste grote traditionele banken zijn activiteiten als fusies en overnames te dominant geworden. De hoogste echelons van de banken hadden nooit mogen toestaan dat dit piramidespel de soliditeit van de bank ging ondermijnen.

Mijn generatie bankiers heeft de laatste tien jaar zijn huiswerk niet meer gedaan. En met bankiers bedoel ik mensen die banken leiden met veel spaarders en depositohouders. Met andere woorden, met klanten die voor 100 procent vertrouwen op de soliditeit en betrouwbaarheid van de bank.

De laatste twintig jaar vindt in sterke mate desintermediatie plaats in de financiële wereld: banken bieden daarbij niet hun balans aan als intermediair tussen geldgevers en -nemers, maar zitten er als makelaar tussen. Dat laatste noemen we investmentbanking, een verzamelwoord voor vele activiteiten variërend van fusies en overnames tot handel in de dealingroom. Investmentbankers zijn risicozoekers en transactiegericht. Ze zijn creatief, snel en flexibel en hebben een hoge mate van verliesbestendigheid.

Veel van die karaktereigenschappen staan haaks op die van traditionele bankiers, de bankiers met een balans. Deze horen risico te mijden, voorzichtig te zijn en het vertrouwen van hun klanten als hoogste prioriteit te zien. Bij de meeste grote traditionele banken is investmentbanking veel te dominant geworden. Dit werd ook nog eens opgezweept door buitensporige beloningen.

Daarbij stegen de meeste bonussen ver uit boven de individuele prestaties. Het meeste geld werd verdiend met het volgen van de trend en dat is niet zo moeilijk. Het werd eigenlijk één groot piramidespel waar een tijdlang veel verdiend werd, maar dat altijd slecht afloopt.

De hoogste echelons van de banken hadden nooit mogen toestaan dat dit alles de soliditeit van de bank ging ondermijnen. We dienen ons diep te schamen. Ik schaam mij in ieder geval zeer.

Los daarvan blijkt het risk-management van veel banken sowieso allerbelabberdst. Banken bestaan al 700 jaar en weten dat risicomanagement hun corebusiness is.

Neem Fortis. Het is onbegrijpelijk dat men een concentratierisico heeft genomen op één product, namelijk allerlei uitzettingen gekoppeld aan subprime-hypotheken, die het totaal aansprakelijk vermogen van de bank te boven ging. Een stresstest had moeten uitwijzen dat er een paar procent kans is dat bij een daling van de huizenprijzen in Amerika met 20 procent, het product sterk zou moeten afgewaardeerd. Het getuigt van een stuitende incompetentie dat dit over het hoofd is gezien en daarbij heeft de toezichthouder (met name de Belgische) ook veel uit te leggen.

Wat leren we hier allemaal van? Retailbanken moeten zich weer volledig focussen op hun eigen corebusiness en dat is niet investmentbanking. Ik heb overigens niets tegen investmentbanking, dat is een heel belangrijk en nuttig vak, maar het moet worden ondergebracht bij specialistische bedrijven die geen onderdeel van een groter geheel zijn. En ze moeten zeker geen spaarders hebben.

Investmentbanks moeten failliet kunnen gaan zonder repercussies voor het systeem. Dus net als in Amerika in de jaren 30 moeten retailbanken en investmentbanks uit elkaar worden getrokken. Retail- en spaarbanken dienen zich dan alleen te focussen op hun corebusiness, namenlijk vertrouwen scheppen.

Overigens mag van spaarders ook wel enig gezond verstand worden verwacht. Het is onbegrijpelijk dat zoveel mensen hun spaargeld in een onbekend bankje uit IJsland hebben gestald. Ik ben voldoende keren door het ijs gezakt om de náám alleen al uiterst onbetrouwbaar te vinden.

Dolf van den Brink is hoogleraar Financial Institutions aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1997 tot 2002 was hij lid van de raad van bestuur van ABN Amro.

U kunt hier reageren op dit opiniestuk.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie