India, Brazilië en China moeten G7 bijstaan
De financiële crisis biedt de mogelijkheid voor een nieuw multilateraal netwerk. Opkomende machten willen ook gehoord worden, betoogt Robert B. Zoellick.
Het lijkt erop dat september en oktober de zwaarste maanden zijn geweest van een zorgelijk jaar, gekenmerkt door de ineenstorting van de financiële, krediet- en huizenmarkten, de voortdurende druk van de hoge voedsel- en brandstofprijzen en de gevaren van armoede en ondervoeding.
Deze gebeurtenissen kunnen voor veel ontwikkelingslanden een keerpunt blijken. Zoals altijd zijn de armen het meest weerloos. We kunnen de klok van de globalisering alleen niet terugdraaien. Daarom moeten we, terwijl we voortbouwen aan de toekomst, proberen lering te trekken uit het verleden.
We moeten het multilateralisme en de markten moderniseren ten bate van een veranderende wereldeconomie. Nieuwe economische machten zijn in opkomst en belanghebbenden geworden in het mondiale systeem. Deze opkomende machten willen gehoord worden.
Particuliere financiële markten en bedrijven blijven de sterkste motoren van de mondiale groei en ontwikkeling. Maar de financiële systemen van hoogontwikkelde landen, met name die van de Verenigde Staten, hebben cruciale zwakheden getoond nu er gigantische verliezen zijn geleden.
De internationale architectuur, die is bedoeld om met dit soort omstandigheden om te gaan, kraakt in haar voegen. Vandaag de dag zijn energie, klimaatverandering en het stabiliseren van fragiele staten, die soms net een oorlog achter de rug hebben, economische kwesties. Ze maken al deel uit van de internationale veiligheids- en milieudialoog en moeten ook bij het economisch multilateralisme worden betrokken. Het nieuwe multilateralisme moet berusten op internationaal leiderschap en samenwerking.
Maar de G7 is niet genoeg. We hebben behoefte aan een bredere groep voor een nieuwe tijd. We moeten een kerngroep hebben van ministers van Financiën, die verantwoordelijkheid zullen dragen voor het in een vroegtijdig stadium signaleren van problemen, het delen van informatie en ideeën, het verkennen van wederzijdse belangen, het mobiliseren van pogingen om problemen op te lossen en – op z’n minst het in goede banen leiden van meningsverschillen.
We moeten de oprichting overwegen van een nieuwe stuurgroep, met daarin Brazilië, China, India, Mexico, Rusland, Saoedi-Arabië, Zuid-Afrika en de huidige G7, die regelmatig vergadert, met actieve formele en informele discussies. Deze groep mag niet louter de G7 vervangen door een ander aantal landen, maar moet telkens worden aangepast aan de omstandigheden. We moeten geen methoden uit de ‘oude’ wereld gebruiken om de nieuwe te scheppen.
We hebben dit nieuwe netwerk nodig, zodat de mondiale problemen niet pas worden aangepakt als ze al een feit zijn. Net zoals de financiële crisis vanwege de onderlinge verbondenheid een internationaal fenomeen is geweest, zullen de hervormingen ook multilateraal van aard moeten zijn.
Het nieuwe multilaterale netwerk moet ook een verband leggen met vraagstukken als het energiebeleid en de klimaatverandering. De wereldwijde energiemarkten zijn een chaos.
We hebben behoefte aan ‘mondiale afspraken’ tussen grote energieproducenten en -consumenten. Er zou een gemeenschappelijk belang kunnen schuilen in het overeind houden van een prijsmarge, die uiteenlopende belangen verzoent en tegelijkertijd mogelijkheden creëert voor de overstap op groeistrategieën die minder fossiele brandstoffen gebruiken en een grotere internationale veiligheid bevorderen.
We hebben nieuwe mechanismen nodig om herbebossing te bevorderen en ontbossing tegen te gaan, nieuwe technologieën te ontwikkelen en hun snelle verspreiding te stimuleren, financiële steun te verlenen aan arme landen, hen te helpen zich aan te passen en de markten voor CO2-emissierechten te versterken.
De stuurgroep moet actie bevorderen op de terreinen van het energie- en milieubeleid en de financiering daarvan, en de VN-onderhandelingen steunen, evenals de praktische tenuitvoerlegging van een klimaatverdrag. Multilateralisme is op z’n best een instrument voor het oplossen van problemen tussen landen, waarbij de groep die rond de tafel zit bereid en in staat moet zijn om samen constructief op te treden.
Het lot biedt ons nu de mogelijkheid – verpakt als bittere noodzaak – om het multilateralisme en de markten te moderniseren.
De G6 ontstond na de oliecrisis en de daaropvolgende recessie in 1973 toen de Verenigde Staten, Groot-Brittanië, Frankrijk, Japan en West-Duitsland informeel bijeenkwamen. Deze groep kreeg later gezelschap van Italië (G6) en toen in 1976 ook Canada erbij kwam, ontstond de G7. Vanaf 1997 wordt ook gesproken van de G8, met de toetreding van Rusland.
Robert B. Zoellick is president van de Wereldbank.
Gerelateerde artikelen:
- ING-redding van Bos creëert nodeloos risico
- ING-redding van Bos creëert nodeloos risico
- ING-redding van Bos creëert nodeloos risico
- Eindelijk weer een bevrijdende crisis!
- Wij bankiers moeten ons schamen
- Dit is niet het einde van het kapitalisme
- Europees bankenplan is goed. Maar red geen zwakke bank
- Europees bankenplan is goed. Maar red geen zwakke bank
- Europees bankenplan is goed. Maar red geen zwakke bank
- De mantra van ‘minder overheid’ werkt niet meer
- De mantra van ‘minder overheid’ werkt niet meer
- De mantra van ‘minder overheid’ werkt niet meer
- Media verergeren de financiële crisis door het gebruik van oorlogstermen
- Media verergeren de financiële crisis door het gebruik van oorlogstermen
- We moeten de waardigheid behouden – vooral in tijden van crisis
- Met moed en visie komt economisch herstel in 2009
