Londen, Parijs, Frankfurt, maar niet Amsterdam

Door de kredietcrisis en de opsplitsing van ABN Amro wordt Amsterdam een tweederangslocatie. Daarom moeten de ambities worden bijgesteld, aldus Ewald Engelen.

Vorige maand nog werd in de Amsterdamse Beurs van Berlage door de fine fleur van de Nederlandse financiële dienstverlenende sector de Duisenberg School of Finance geïnaugureerd. Dat was het eerste tastbare resultaat van het Holland Financial Centre, dat een jaar eerder was opgericht om Nederland als financieel centrum op de wereldkaart te zetten. Minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) schonk 2,5 miljoen euro en wethouder Asscher verdubbelde dat. De Amsterdamse gift weerspiegelde de machteloosheid van een stad die zich sinds februari 2007 geremd ziet in de eigen ambities. Van Europees financieel centrum dreigt Amsterdam een tweederangs locatie te worden. In vrijwel alle ranglijstjes is Amsterdam de laatste jaren aan het zakken. Zo werd onlangs bekend dat Amsterdam uit de top vijf van de European Cities Monitor is gevallen en nu ook Brussel en Barcelona boven zich moet dulden; een teleurstelling voor Asscher die juist de ambitie had uitgesproken om Amsterdam pal achter Londen, Parijs en Frankfurt te krijgen.

Uiteraard is Amsterdam op zoek naar middelen om deze ontwikkeling te keren. Zo’n middel is het expatloket dat Asscher feestelijk heeft geopend, maar ook de gigantische investering in vastgoed en infrastructuur die de stad met de verdere ontwikkeling van de Zuidas op het punt staat te doen. Binnen afzienbare tijd moet nogmaals worden geprobeerd om private partijen zo gek te krijgen om voor forse bedragen te participeren in de ontwikkeling van de Zuidas. Pas dan kan worden begonnen met het ondergronds begraven van de rails en de snelweg die het Zuidasgebied in tweeën snijden en kan een gelijkvloers en aaneengesloten zakencentrum worden ontwikkeld: het zogeheten dokmodel. De totale kosten van dit project werden in 2006 geraamd op 2,7 miljard euro, waarvan de gemeente direct en indirect 880 miljoen euro voor haar rekening neemt. ABN Amro is met haar pand aan de Mahlerweg niet alleen de grote inspirator achter het hele project geweest, ze is ook een van de grootste gebruikers van de Zuidas, die bovendien via zijn vele internationale activiteiten een voorname bron van juridische werkgelegenheid was. De nationalisatie van ABN Amro en Fortis Nederland zal in het stadhuis dan ook opgetogen zijn ontvangen. Maar om vier redenen is scepsis op zijn plaats.

Op de financiële markten waart nog altijd het spook van de kredietcrisis. Het is daarom illusoir te denken dat financiële partijen geneigd zullen zijn om in een groot en onzeker avontuur als de ontwikkeling van de Zuidas te stappen. Het devies is: zuinig zijn op je liquiditeit.

Ten tweede betekent de nationalisatie niet dat ABN Amro nu in volle luister is hersteld. Fortis zag dondersgoed dat het in elkaar schuiven van de twee bankbedrijven grote besparingen zou bieden. Met de beslissing om de integratie voort te zetten, onderkent de Nederlandse staat de juistheid daarvan. De overheid schat de voordelen op ruim een miljard euro. Leuk voor de Nederlandse belastingbetaler maar voor de werknemers betekent het dat er alsnog 7.800 banen verloren gaan, waarvan een substantieel deel in de beide hoofdkantoren.

Verder is ABN Amro een geamputeerde versie van het oude imperium. De zakenbank, het internationale bankbedrijf, de Noord- en Zuid-Amerikaanse delen – die zijn gegaan naar RBS en Santander. Fortis kocht in september 2007 de minst spectaculaire delen van ABN Amro, namelijk het gewone, weinig ingewikkelde en ook weinig riskant bankieren voor en door particulieren en kleine en middelgrote ondernemingen. Leuk dat de bijbehorende bankiers in Amsterdam blijven, maar dit zijn natuurlijk niet de snelle, duurbetaalde krachten die de internationale financiële centra bevolken en die met hun bestedingspatronen vele dienstverleners in horeca, sportschool en middenstand van werk voorzien.

Bovendien zijn weliswaar de bankactiviteiten van ABN Amro voor het Nederlands recht behouden en genereren zij dus nog immer opdrachten en werkgelegenheid voor het advocatencluster dat zich op de Zuidas heeft gevormd, maar de meest lucratieve opdrachten zijn wel degelijk naar het buitenland verdwenen. Beursgangen, fusies en overnames, aandelenemissies zijn allemaal naar RBS gegaan en vallen nu dus onder Brits recht. Nog steeds dreigen voor de Nederlandse advocatenkantoren dus sombere tijden.

Het is een goede zaak dat het oer-Hollandse ABN Amro van de ondergang is gered, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar met dit geamputeerde rompbedrijf kunnen de glimmende praalkastelen aan de Zuidas echt niet worden gevuld, laat staan de 1,2 miljoen vierkante meter kantooroppervlak die er tot 2030 volgens plan worden bijgebouwd. Voor de Zuidas moet voorlopig gelden: nadenken of het wel verstandig is miljarden te steken in een onzeker ondergronds project. De uitbreiding kan ook bovengronds. Al was het maar omdat Amsterdam op dit moment andere verzakkingen wil financieren, namelijk die van de Noord-Zuidlijn die veel minder mensen zal gaan vervoeren dan voorzien door de afnemende betekenis van Amsterdam als financieel centrum.

Het Rijk moet grote bouwprojecten van nationaal belang, die door de kredietcrisis stagneren, ‘adopteren’. Dat vindt de Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening, GroenLinks).

Van Poelgeest doelt onder meer op de Zuidas, het financieel centrum rond de zuidkant van de ringweg A10, dat van Amsterdam een internationale, financiële topstad moet maken.

Aan de Zuidas moeten behalve kantoren ook 7.500 woningen komen.

Ewald Engelen doet als financieel geograaf bij de Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de financiële dienstverlening in Amsterdam.

Reageren op dit artikel? Klik dan hier.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie
Opinie