‘Realistisch rekenen’ niet goed? Kinderen presteren juist beter
Door de methode van het realistisch rekenen zouden kinderen niet meer kunnen rekenen. Niets is minder waar, stellen achttien hoogleraren.
In het artikel ‘Ouderwets rekenen mag straks weer’ (Voorpagina, 18 oktober) worden de aanhangers van het ‘ouderwetse rekenen’ beschreven als „een groep experts”, terwijl de aanhangers van het realistische rekenen zijn „doorgeschoten”. Ook in een redactioneel commentaar (‘Cijferideologie’, 2 oktober) worden de aanhangers van het realistisch rekenen neergezet als onderwijsideologen die aanzienlijke schade hebben aangericht aan het Nederlandse rekenonderwijs. Dit beeld berust niet op feiten.
Allereerst is de kop ‘Ouderwets rekenen mag straks weer’ principieel onjuist. Nederland heeft geen staatsdidactiek, niemand schrijft een rekenmethode voor. De uitgevers produceren schoolboeken, de scholen kiezen. De afgelopen decennia zijn scholen massaal overgestapt op boeken die de realistische methode volgen. Ze hebben met zes series boeken ruime keuze: van tamelijk traditioneel tot uitgesproken realistisch.
In een groot internationaal onderzoek (TIMSS 2003, in Nederland uitgevoerd door de Universiteit Twente) blijken Nederlandse leerlingen het zeer goed te doen: „Nederlandse leerlingen in groep 6 hebben de TIMSS-rekentoets in vergelijking tot de andere landen zeer goed gemaakt; van de West-Europese landen hebben alleen Vlaamse leerlingen significant hoger gescoord op de rekentoets.”
Ook het rapport Onderwijs op peil? (2008) van het Cito signaleert dat de afgelopen 20 jaar Nederlandse kinderen beter zijn geworden in getalinzicht, hoofdrekenen en schattend rekenen; het cijferend rekenen is wat achteruitgegaan. Deze verandering is in lijn met de accenten die in het onderwijs gelegd worden. De trend is internationaal en houdt verband met de introductie van rekenmachientjes en computers.
Het voorpagina-artikel geeft een schets van het realistische rekenen aan de hand van de eerste stappen die kinderen maken. Deze eerste stappen zijn klein, kosten tijd en wekken een omslachtige indruk. Die omslachtige indruk blijft hangen, omdat het artikel er niet op wijst dat veel kinderen daarna snel doorgaan met het aanleren van routines en met het leren van kortere procedures.
Daarnaast is het realistische rekenen zeker niet alleen talig, zoals Sietske Zagers van ThiemeMeulenhoff stelt („Context is niet per definitie verkeerd, maar rekenen mag geen taalles worden.”). In het realistisch rekenen wordt wel degelijk veel geoefend en gewerkt aan het opbouwen van routine. Oefenen ziet er voor de oudere generaties wel anders uit dan vroeger. Als kinderen buiten schooltijd de tafels oefenen doen ze dat tegenwoordig ook via spelletjes op internet (bijvoorbeeld op rekenweb.nl. Deze site werd in 2007 meer dan 22 miljoen keer aangeroepen).
Het redactionele commentaar wijst op het belang van rekenvaardigheid om als burger zelfredzaam te zijn. Ook daarvoor biedt het huidige rekenonderwijs de leerlingen houvast – in rekenboeken en in jaarlijkse, schoolbrede activiteiten. Heeft NRC Handelsblad geschreven over de 800 basisscholen die op 17 april aan de Grote Rekendag meededen, een dag waarop de hele school de hele ochtend met rekenen bezig is?
Het beeld dat nu wordt uitgedragen over het realistische rekenen (‘alleen terugkeer naar ouderwets rekenen kan het land nog redden’) kan leiden tot ondoordachte veranderingen in het rekenonderwijs.
Kerst Boersma (Utrecht), Harrie Eijkelhof (Utrecht), Ton Ellermeijer (Amsterdam), Kees de Glopper (Groningen), Martin Goedhart (Groningen), Koeno Gravemeijer (Eindhoven), Marja van den Heuvel-Panhuizen (Utrecht), Jan de Lange (Utrecht), Jan van Maanen (Utrecht), Albert Pilot (Utrecht), Robert Jan Simons (Utrecht), Diederik A.Stapel (Tilburg), Anne van Streun (Ureterp), Adri Treffers (Utrecht), Jan Vermunt (Utrecht), Theo Wubbels (Utrecht), Bert Zwaneveld (Heerlen), Jan van den Akker (Enschede). De ondertekenaars zijn (emeritus) hoogleraar didactiek van rekenen, wiskunde of natuurwetenschappen, of onderwijskunde, psychologie of taalbeheersing.
