Porno kennen ze, seks zegt hun weinig

Door Myrthe Hilkens

Jongeren kijken steeds meer naar porno maar krijgen nauwelijks seksuele voorlichting. Het onderwijs moet hen in staat stellen al hun onzekerheden te delen, schrijft Myrthe Hilkens.

André Rouvoet, vicepremier en minister voor Jeugd en Gezin (ChristenUnie) wil dat er een maatschappelijke discussie komt over „de losgeslagen seksmoraal van de jeugd”, zo zei hij vorige week. En Rouvoet staat niet alleen. PvdA’ers Jeroen Dijsselbloem, Martijn van Dam en Ronald Plasterk, CDA-Kamerlid Mirjam Sterk en ChristenUnie-collega Arie Slob gingen hem voor.

Nooit eerder was het zo eenvoudig om anoniem en op elk gewenst moment van de dag seksueel geladen beelden te consumeren. Beelden van achterlijke stereotypen van man en vrouw. Het wemelt ervan, op televisie, in de bladen, op internet en in het straatbeeld.

Op de digitale snelweg vechten respect- en liefdeloze seksvoorstellingen in nog veel hogere mate om aandacht. ‘Sletten’ worden ‘anaal geneukt’, ‘geile hoertjes op brute wijze verkracht’ en ‘hete tienermeisjes die nog maar een week achttien zijn zitten klaar om jou te verwennen’. De menukaart is met miljoenen actieve pornosites oneindig.

Ook jongeren consumeren steeds meer porno. Uit een enquête van het actualiteitenprogramma EenVandaag onder 2.200 jongeren tussen de 12 en 24 jaar blijkt dat bijna de helft van de jongens tot achttien jaar meer dan 100 pornofilms heeft gezien. Eenvijfde van de jongeren was naar eigen zeggen 12 jaar of jonger toen ze voor het eerst pornobeelden consumeerden. Gratis filmpjes op internet zijn onder deze kijkers het populairst.

Terug naar de politiek. Debat, dat willen de beleidsmakers. De meest recente oproep wortelt in de tv-documentaire Sex Sells, die extreme uitwassen belicht. Een discussie met betrekking tot jongeren en seksualiteit wordt echter allang gevoerd. Op scholen, universiteiten, in vrouwenhuizen, binnen feministische en emancipatoire organisaties praten docenten, opvoeders, pedagogen en jongerenwerkers zich sinds enkele jaren suf. Verandert de seksuele moraal van jongeren en zo ja, is dat erg? En waarom wel of niet? Beïnvloedt een stevig ‘gepornoficeerd’ media- aanbod kinderen in ontwikkeling?

Volgens nog te presenteren onderzoek van de Rutgers Nisso Groep in samenwerking met het Nederlands Jeugdinstituut en Movisie, houdt 15 tot 20 procent van de opgroeiende jeugd zich niet of met moeite staande te midden van het bombardement van seksueel geladen beelden. Recente onderzoeken van onder anderen professor Tom ter Bogt en dr. Saskia Schwinghammer naar de effecten van seksistische videoclips op jeugdige ontvangers (13- tot 16-jarigen) laten zien dat de beelden ontvangers niet onberoerd laten. Meisjes vinden een sexy uiterlijk belangrijker, beoordelen hun eigen uiterlijk negatiever. Jongens blijken na blootstelling gevoeliger voor vrouwonvriendelijke denkbeelden. En bij beide seksen neemt de tevredenheid over eigen relaties na het zien van geseksualiseerde beelden significant af.

Er is ook goed nieuws. Onderzoeken bewijzen namelijk het belang – minder risico op seksueel nare ervaringen – van een oprechte, liefdevolle begeleiding van kinderen en jongeren op het terrein van seksualiteit en relatievorming. In een utopische samenleving dragen ouders en opvoeders voor die zorg uiteraard verantwoordelijkheid, maar niet zelden vinden ouders en kinderen het veel te lastig om met elkaar over seks te praten. Bovendien redeneren volwassenen vaak vanuit religieuze of culturele motieven die haaks staan op de (virtuele) wereld waarin kinderen en tieners opgroeien. Een wereld waar ouders soms niet eens weet van hebben. Het onderwijs zou als een neutrale tussenpersoon moeten functioneren die het pubers mogelijk maakt om hun aan seks gerelateerde vragen, onzekerheden en ervaringen te delen. En juist daar schiet Nederland ernstig tekort.

Terwijl de leefwereld van kinderen de laatste twintig jaar sterk seksualiseerde, gebeurde er op belangwekkende plekken in onze samenleving maar weinig. De ooit zo beroemde Rutgershuizen bestaan niet meer en in het onderwijs speelt seksuele voorlichting een marginale rol. Volgens een inventarisatie in veertien GGD-regio’s, zo bleek in 2007, besteden twee van de drie basisscholen niet of nauwelijks aandacht aan seksuele voorlichting. Middelbare scholen agenderen het thema ‘naar eigen inzicht’. Schooldirecties kunnen de seksuele voorlichting dus baseren op de ‘kleur’ van hun onderwijsinstelling: christelijk, protestant, islamitisch, vrijzinnig. Zo kan het gebeuren dat de ene school vreselijk progressief loopt te wezen, terwijl de kinderen en jongeren aan de overkant van de straat nog vanuit repressieve idealen gedoceerd krijgen dat homoseksualiteit een zonde is en het maagdenvlies tot aan het huwelijk intact moet blijven.

Überhaupt gaat veel van de seksuele voorlichting enkel en alleen over de praktische weetjes en gevaren als bevruchting, condoomgebruik en seksueel overdraagbare aandoeningen. Over het liefhebben, seksueel genot, en vlinders in je buik gaat het nauwelijks. Laat staan over porno. Wat vinden jongeren daarvan? Ziet seks er zo uit en waarom wel of niet? Intussen houdt de beeldcultuur geen rekening met religieuze voorkeuren of angst voor het open gesprek over seks. Porno licht jongeren op grote schaal niet zozeer voor, maar eerder op.

Elk kind verdient het om op eenzelfde, grondige manier begeleid te worden. Bijna de helft van de Nederlandse jongens tot 25 jaar denkt dat de pil onvruchtbaar kan maken en eenderde van hen weet niet dat jezelf goed wassen je niet beschermt tegen het oplopen van soa’s of hiv (bron: Seks onder je 25ste, Rutgers Nisso Groep, 2005). Zelfs waar het dus gaat om de meer ‘ouderwetse’ weetjes, schiet hun kennis tekort. En daarover zouden Dijsselbloem, Van Dam, Plasterk, Sterk, Slob en Rouvoet zich eens wat meer moeten opwinden. De wens tot discussie werd gehonoreerd, nu zou het de politici sieren wanneer ook zij daadkracht tonen. Betere, moderne en openhartige gesprekken over seks in alle klaslokalen van ons land. Dat zou nog eens progressief zijn. Veel progressiever dan een pornocultuur die conservatieve man-vrouwverhoudingen communiceert.

  • Bijna 20 procent van de vrouwen tot 25 jaar zegt weleens tot seks of een seksuele handeling gedwongen te zijn, zo blijkt uit het onderzoek Seks onder je 25ste dat de Rutgers Nisso Groep in 2005 presenteerde.
  • In het onderzoek Jeugd en Seks uit 1995 zoomt Rutgers Nisso vooral in op jongeren die zelf weleens dingen doen tussen de lakens die verder gaan dan de ander wil. Daarin geeft 37 procent van de seksueel ervaren jongens en 22 procent van de meiden aan, weleens andermans of eigen grenzen te veronachtzamen.
  • Eveneens uit Seks onder je 25ste blijkt dat ruim de helft van de jonge vrouwen weleens of vaker pijn ervaart bij het vrijen. Bovendien; uit een peiling van het radioprogramma De Ochtenden onder alle Nederlandse seksuologen die aan poliklinieken van ziekenhuizen zijn verbonden, blijkt in 2005 dat jonge vrouwen zich steeds vaker melden tijdens het spreekuur in verband met dyspareunie (pijn bij het vrijen). Waren het, volgens seksuologen, voorheen vooral vrouwen tussen de 25 en 30 jaar die met deze klacht kampten, nu zijn het steeds vaker jongeren tussen de 15 en 20.
  • Het Centraal Bureau voor de Statistiek weet dat het aantal zedendelicten onder minderjarigen tussen 1994 en 1997 met 79 procent steeg in steden met meer dan honderdduizend inwoners.
  • Criminoloog Anton van Wijk presenteerde in 2006 een onderzoek waaruit blijkt dat de zedendelinquentie onder jongeren met 300 procent toenam in vijftien jaar tijd. Naar de exacte oorzaak (betere, snellere registratie, meer aangiftebereidheid, de komst van internet?) blijft het vooralsnog gissen.

Myrthe Hilkens is freelance journalist. Deze week verschijnt haar boek ‘McSex. De pornoficatie van onze samenleving’ bij uitgeverij L.J. Veen.

Gepubliceerd in:
Opinie