Rookverbod is voorbeeld van hufterpolitiek
De invoering van het rookverbod in de horeca heeft de kloof tussen burgers en politiek niet alleen dieper, maar nu de rook is opgetrokken, ook zichtbaar gemaakt. Wie wel eens een café bezoekt kan dit nu met eigen ogen aanschouwen.
Voor de invoering van het rookverbod gezellige en van bezoekers overlopende kroegen zijn veranderd in half lege lokalen met een handjevol mensen en diehards die buiten staan te roken. Niemand is blij. De horecaondernemers niet en de overgebleven cafébezoekers al helemaal niet. Of ze nu roken of niet. Een grote groep cafébezoekers is verdwenen en organiseren blijkbaar hun eigen gezelligheid.
Dat nu een deel van de caféhouders het roken weer toestaat is volkomen begrijpelijk. Die mensen moeten nu vechten voor hun bestaan, voor hun dagelijkse brood. En dan wil je en moet je wel vechten. Dan knok je instinctief tot het bittere einde. Het is dan ook voorspelbaar dat dit hoog gaat oplopen. De woede en het onbegrip tegen het rookverbod in de horeca neemt met de dag toe. Woede bij café-eigenaar en onbegrip bij cafébezoekers wier gezellig avondje uit is verpest door on-Nederlandse wetgeving van een zelf genoegzame politieke elite in Den Haag. Die blijkbaar vooral hebben geluisterd naar groene thee drinkende anti-rooklobbyisten om het rookverbod in de horeca door te voeren zonder zich bekommeren of de burgers, cafébezoekers en niet op de laatste plaats de horecaondernemers, wel behoefte aan zo’n rookverbod hebben.
De Haagse bestuurders hebben ook gepraat met de Koninklijke Horeca Nederland maar die hebben regering en Tweede Kamer volkomen op het verkeerde been gezet door die het idee te geven dat er voor een rookverbod draagvlak is onder de horecaondernemers. In plaats de belangen van hun leden met hand en tand te verdedigen heeft de Koninklijke Horeca zich vol achter het rookverbod van de regering geschaard. Waardoor nu duizenden horecaondernemers op de rand van het failliet staan. De Koninklijk Horeca Nederland is door het verzet van de ondernemers volkomen ongeloofwaardig geworden, op de eerste plaats voor hun eigen achterban maar ook voor hun politieke gesprekspartners. Het bestuur van de horecabond rest niets anders dan met het schaamrood op de kaken af te treden.
Nu het verzet tegen het rookverbod openlijk en ondergronds toeneemt, raakt de regering al direct in paniek. Volgens de CDA-ministers Hirs Ballin van Justitie en Klink van Volksgezondheid moet overtreding van het rookverbod worden gezien als een economisch misdrijf, zelfs sluiting van cafés zou mogelijk moeten zijn. Een klassieke paniekreactie van regenten die regeren vanuit een ivoren toren. Van ministers die dachten dat een grote meerderheid in de Tweede Kamer voor het rookverbod gelijk staat aan een groot draagvlak onder burgers. In de praktijk niet dus! Ze zouden trouwens beter kunnen weten. Het referendum over de Europese grondwet maakte de kloof tussen burgers en Tweede Kamer al eerder zichtbaar.
De politiek partijen in de Tweede Kamer die zo enthousiast voor het rookverbod in de horeca hebben gestemd, alleen de PVV van Wilders was tegen het rookverbod, verschuilen zich nu achter de regering. Maar CDA, PvdA, VVD, GroenLinks, Christen Unie en D’66 kunnen niet verbergen dat zij door het rookverbod in de horeca te stemmen heel veel burgers, horecabezoekers en ondernemers, niet alleen de keuze om al dan niet te roken hebben ontnomen, maar ook de bijna 500 jaar oude oer-Hollandse traditie van kroeggezelligheid, van drinken, roken en ouwehoeren, hebben afgepakt. Dat wordt ook al eeuwenlang ervaren als huftergedrag. En wie de Nederlanders de gezelligheid afpakt kan rekenen op verzet en onvrede. Zoals een cafébezoeker het uitdrukte: "Ik werk me de hele week te pletter en dan mag ik van Den Haag in het weekend geen sigaretje roken in mijn favoriete café... (de rest is niet voor publicatie geschikt)." Voor veel Nederlanders komt het rookverbod neer op een soort drooglegging, zoals die in de VS in de twintiger jaren werd ingevoerd.
Het rookverbod wordt door grote groepen burgers als hufterpolitiek ervaren. Als partijpolitiek geïnitieerd beleid waar burgers geen behoefte of baat bij hebben, maar vooral financiële schade en ongemak van ondervinden, zoals ook de nutteloze belasting op verpakkingen, het geldverslindende generaal pardon, de nog in te voeren kilometerheffing, de pogingen om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen en nu ook het verbod om te roken in de horeca. Als burger vraag je je af wat volgt? Gaat de regering straks ook bepalen wanneer en met wie we sex mogen hebben? De regering zou er goed aan doen om eens werk te maken van het dichten van de kloof met de burgers. Te beginnen met het terugdraaien van het rookverbod in de horeca door de horecaondernemers de keuzemogelijkheid te geven het roken toe te staan of niet. Dan kunnen de horecabezoekers ook kiezen.
Arno Brouwer is communicatieadviseur, cafébezoeker en sigarenroker.
