Koopmans laat ons maar raden wat zijn feiten betekenen

Door Tjitske Akkerman

Multicultureel of nationalistisch, het is een discussie met een hoog symbolisch gehalte, vindt Tjitske Akkerman. Veel belangrijker is de rechtsgelijkheid van migranten.

Na afloop van zijn eerste werkbezoek als Minister van Wonen, Wijken en Integratie zei minister Van der Laan (PvdA) dat hem toch één ding opgevallen was. Er wordt al ruim tien jaar gesproken over de noodzaak dat immigranten de Nederlandse taal leren, maar de inburgeringscursussen functioneren nog steeds niet.

De nieuwe minister blijkt oog te hebben voor de werkelijk belangrijke problemen rond integratie. Die nuchtere kijk ontbreekt nogal eens in het debat over multiculturalisme, zoals de bijdragen in deze krant van Duyvendak c.s. en van Koopmans illustreren. In die bijdragen komen de problemen rond integratie niet ter sprake. Ruud Koopmans stelt dat Nederland nog steeds in hoge mate multicultureel is (NRC Handelsblad, 19 november), terwijl Jan-Willem Duyvendak, Ido de Haan en Ewald Engelen stellen dat het nationalisme Nederland in de greep heeft (NRC Handelsblad, 14 november).

Ik lig niet meteen wakker van de nationalistische geest die door Nederland waart in de vorm van historische canons of een nationaal-historisch museum, maar ik weet ook niet wat de politieke betekenis is van de multiculturele feiten die Koopmans daar tegenover stelt. Het multiculturele beleid stond ooit ter discussie omdat het de integratie van migranten zou belemmeren. Dat er problemen waren bleek uit de taalachterstand, de relatieve hoge werkloosheid en de relatief hoge criminaliteit onder sommige groepen jonge immigranten. De taalproblemen zijn er nog steeds, maar dat blijkt vooral een kwestie van incompetent beleid. Met de werkloosheid gaat het veel beter dankzij de krappe arbeidsmarkt. Toen er enige jaren geleden nog een relatief hoge werkloosheid was stelde Koopmans ons het cultureel homogenere Duitsland ten voorbeeld. Nu blijkt dat de arbeidsmarkt de belangrijkste factor is rijst de vraag wat het er toe doet dat Nederland multicultureel is.

Ten slotte is er het probleem van de relatieve hoge criminaliteit onder jonge Marokkanen en Antillianen. Dat is reden tot zorg, maar met halal slachten of islamitisch begraven heeft dat weinig te maken lijkt me. Koopmans houdt zich dan ook maar aan de feiten deze keer en laat ons raden wat ze betekenen. De feiten zelf zijn echter allesbehalve eenduidig. De culturele feiten komen voornamelijk uit onderzoek dat de periode vóór 2002 beslaat. De vergelijking met andere landen is bovendien sterk gebaseerd op religieuze indicatoren en dat betekent dat Nederland met zijn verzuilde tradities hoog scoort. Dat Frankrijk en Zwitserland geen gesubsidieerde islamitische scholen kennen is niet zo verbazingwekkend, omdat ze ook geen confessionele scholen kennen. Kortom, de overmaat aan religieuze indicatoren zorgt voor een bias in de selectie van feiten. Veel sterker zijn de recentere gegevens die ontleent worden aan de MIPEX–index van de Brusselse Migration Policy Group. Die index gaat niet over multiculturalisme maar over rechtsgelijkheid. Daaruit blijkt dat Nederland het goed doet wat betreft rechtsgelijkheid van migranten.

Dat is inderdaad een cruciaal punt dat door Duyvendak c.s. over het hoofd gezien wordt. Deze auteurs zijn bang voor alle mogelijke vormen van nationalisme en wekken soms de suggestie dat nationalisme leidt tot hernieuwd Nationaal-Socialisme. Die kwade reuk van alles wat naar nationalisme riekt vertroebelt de discussie. Er bestaan ook liberale varianten van nationalisme. In de 19e eeuw kreeg het nationalisme in Nederland vooral een impuls van liberale zijde, zoals de historici Jan Bank en Henk te Velde hebben laten zien. Na WO II is er een nationalistische geschiedschrijving ontstaan via het RIOD die het liberale en democratische gedachtegoed juist onderstreepte. Frank van Vree heeft mooi beschreven hoe die officiële geschiedenis verteld werd voor een breed publiek door middel van de televisieserie De Bezetting. In dit epos werd de vaderlandsliefde van alle geledingen van het verzet benadrukt en de eenheid van de volksgemeenschap onderstreept. Dankzij deze serie, die uitgroeide tot een nationaal monument, bleek dat de televisie als massamedium behulpzaam kon zijn bij de verbreiding van nationalisme van bovenaf. Maar dat was wel liberaal nationalisme. Ook nu blijkt uit de hoge score van Nederland op de MIPEX index dat de rechtsgelijkheid er niet slecht voor staat, ondanks het oplevende nationalisme. Niet dat er op dit punt geen reden tot zorg zou kunnen zijn, maar Duyvendak c.s. geven die redenen niet. Mogelijke voorbeelden van rechtsongelijkheid, zoals het voornemen van ethnische registratie van Antilliaanse probleemjongeren, krijgen geen aandacht in hun boek Het bange Nederland.

Kortom, multicultureel of nationalistisch, het is een discussie met een hoog symbolisch gehalte. Laten we het liever hebben over de problemen rond integratie en de spanningen die dat oplevert ten aanzien van de rechtsgelijkheid van migranten.

Tjitske Akkerman is politicoloog aan de Univseriteit van Amsterdam.

U kunt hier deelnemen aan de Expertdiscussies over integratie

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie