Brand in het huis van ontwikkelingshulp

Door Thijs Berman

Het bereiken van een internationale New Deal voor arme landen is een hele klus. Zeker temidden van een ongekende crisis waardoor elke regering met een dreigend tekort kampt.

Nu vanwege allerlei kritiek kiezen voor vermindering van de hulp zou een ernstige denkfout zijn, want juist in een duurzame, evenwichtige ontwikkeling van de hele wereld ligt onze toekomst, zowel van arme als van rijke landen. De denkfout ontneemt ons een kans om uit de crisis te komen.

Veel economieën gaan langs de afgrond. Arme landen ontvangen minder private investeringen, de prijzen van hun grondstoffen storten in. Welvarende donorlanden schroeven de hulp terug en komen hun beloften niet na. Toch wordt op de topconferentie in Doha aankomend weekend over de financiering van ontwikkeling gesproken. Dat moet meer opleveren dan mooie woorden.

Hulp aan arme landen ligt onder vuur, en niet zo´n beetje. Heldere argumenten ontbreken, zowel bij voor- als tegenstanders. Teveel factoren bepalen de groei van een land om tot eenduidig meetbare resultaten te komen, betrouwbare data zijn er slechts in 17 (!) van de 163 ontwikkelingslanden. Schattingen stellen het effect van hulp op rond een procent groei van een land. Op specifieke onderwerpen is het effect beter meetbaar. De kindersterfte als gevolg van mazelen is in Afrika sinds 2000 met 91% afgenomen door gerichte projecten. Wereldwijd daalde de kindersterfte (onder vijf jaar) nu voor het eerst beneden 10 miljoen per jaar. Hulp werkt, gerichte hulp werkt beter. De roep om afschaffen slaat niettemin aan. Niet alleen in Nederland is dat de teneur. In Italië heeft Berlusconi de hulp teruggeschroefd tot een magere 0,1% van het BNP.

Toch heeft de wereld in 2002 internationale afspraken gemaakt over hulp. Het vervolg is eind deze week de topconferentie in Doha. Daar zal VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon samen met landen uit alle continenten, de Europese Commissie en het Europees Parlement de afspraken tussen rijke en arme landen vernieuwen. Het is in ons welbegrepen eigenbelang, juist nu er een recessie gaande is, om er een akkoord uit te slepen dat gunstig is voor alle partijen. Elk arm land dat zich ontwikkelt wordt een nieuwe economische partner in de wereld.

Bert Koenders heeft hier al helder voor gepleit. Ook zijn Duitse collega van Ontwikkelingssamenwerking, Heidemarie Wieczok-Zeul, zei het onlangs: in Doha moet er een New Deal komen voor ontwikkelingslanden. Het gaat nu vooral om de voorwaarden van zo'n nieuw akkoord. Niet minder hulp, maar betere hulp.

Ontwikkelingssamenwerking kan grote winst boeken met meer focus, beter luisteren, minder eigenbelang. Slechts 40 procent van de hulp gaat naar de 65 armste landen. Te vaak bepalen korte termijn belangen van donoren de keuzes; teveel hulp is van korte duur en onzeker en nog steeds komt 10% van de hulp terecht bij bedrijven uit de donorlanden. Dat alles halveert de effectiviteit van de hulp.

Arme landen zijn geen last, maar een kans. We worden geconfronteerd met de economische crisis, de klimaatverandering, de voedselcrisis en de noodzaak duurzame energiebronnen aan te boren. In Nederland, in Europa en de rest van de wereld worden de gevolgen van deze crises zichtbaar. Daardoor groeit de neiging om te stoppen bij de landsgrenzen. Dat is de keuze van partijen als SP en PVV en zelfs een deel van de VVD, in verschillende toonaarden en uit diverse motieven. Precies het tegenovergestelde is nodig, want ontwikkelingslanden kunnen nieuwe markten worden, ook voor onze eigen bedrijven. Tegen de voedselcrisis is in de EU-begroting nu 1 miljard euro gemobiliseerd. Dit miljard is ter verhoging van de voedselproductie in arme landen, via het verstrekken van gewaszaden, bemesting en microkredieten aan boeren. Voor de komende oogst worden ze nog gesteund, met de opbrengst komen ze op eigen benen te staan. Dat is een stimulans voor economische vooruitgang van de rurale bevolking in arme landen. Het is een dubbele trendbreuk: het is geen liefdadigheid in een bodemloze put vol slachtoffers, maar steun aan verantwoordelijke (kleine) ondernemers op weg naar een zelfbewust en zelfstandig eigen bestaan. Het is bovendien geen steun aan sociale sectoren, maar aan de rurale economie die is verwaarloosd omdat "de markt" het moest doen en het natuurlijk niet deed. Op het platteland van arme landen lag het failliet van de ultraliberale utopie al decennia onder de zon te bakken, zichtbaar voor wie door de slogans heen wilde zien.

Daar gaat het om in Doha. Hulp moet geen afhankelijkheid versterkende geldstroom zijn van rijk naar arm, geen liefdadigheid. Hulp moet mensen in arme landen perspectief bieden op een eigen bestaan. Daarom ook zijn basisgezondheidsverzekeringen in arme landen op langere duur beter dan noodfondsen voor een hele reeks ziektes. In Rwanda en Nigeria zijn geslaagde voorbeelden van het opzetten van zulke verzekeringssystemen en Nederland speelt er een grote rol in. Deze hulp werkt - mitsl in samenhang met strijd tegen corruptie van lokale heersers, en met een sterke gezamenlijke Europese conflictpreventie, zoals gebeurde in Kenia vorige winter. Nederland en de EU kunnen een grotere rol spelen in Congo door de VN-troepen te versterken, en door de illegale handel in coltan en andere grondstoffen tegen te gaan. Nieuwe economieën als India nemen hun verantwoordelijkheid en tonen Zuid-Zuid solidariteit. Ze moeten wel worden bijgestaan. Niet met minder hulp, maar met meer en betere hulp.

Thijs Berman is lid van het Europees parlement voor de PvdA en ondervoorzitter van de commissie ontwikkelingssamenwerking

U kunt hier deelnemen aan de Expertdiscussies over ontwikkelingssamenwerking

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Opinie