Een boek is een boek, geen pretparkattractie

Uit angst voor ontlezing laat de literatuur zich dicteren door de markt. Dat is een denkfout. Literatuur moet haar vrijheid nooit laten beknotten, schrijft Dirk van Weelden.

Boeken en tijdschriften als dragers van kennis, ideeën, inzicht in geschiedenis en de menselijke natuur hebben veel aan culturele status ingeboet. Dat is een feit. Maar het gegeven dat mensen minder boeken lezen, betekent nog niet dat die lezende minderheid minder geeft om het lezen van boeken dan hun voorouders ooit deden.

Men zegt tegenwoordig dat mensen hun ideeën vormen aan de hand van fragmentarische en vooral audiovisuele informatie, op een niet-lineaire manier. Maar een flinke minderheid van de mensen tussen de 15 en 30 jaar – laten we hen een intellectueel nieuwsgierige minderheid noemen – heeft een kritische houding ten opzichte van alle producten uit de media-industrie. Ze vermoeden overal marketinggelul, spindoctors en opportunistische journalisten.

Als die jonge mensen zich ergens in willen verdiepen, of het nu een traditionele Japanse vechtsport is, een maatschappelijk probleem of een filosofisch thema, ontdekken ze hoe groot de kracht is van het geschreven woord. Wat ze waarderen is de intensiteit, de onafhankelijkheid van commercie en overheden. Ze hebben respect voor de prestatie een grote hoeveelheid gegevens en ervaringen in te dikken en helder vorm te geven.

De vervlakking van de cultuur, de verwaarlozing van de overdracht van culturele achtergrondkennis en het marginaler worden van de geletterde cultuur, roepen bij een minderheid van een volgende generatie ook weerstand op. Ze grijpen naar boeken en literatuur, naar oude films. Niet uit nostalgie, maar juist uit een mengsel van woede en levenslust.

Denk eens aan de romantici aan het begin van de negentiende eeuw, die de ‘achterhaalde’ middeleeuwse sprookjes, balladen, en legenden als model gingen gebruiken voor hun verhalen en poëzie, en oude, ‘onwetenschappelijke’ manieren om kennis over de wereld te verzamelen nieuw leven inbliezen en verbonden met nieuwe denkwijzen.

Het is een denkfout om culturele boeken en literatuur proberen te slijten alsof het om massavermaak en populaire cultuur gaat. In elke historische periode worden culturele vormen verwaarloosd, vernietigd of gemarginaliseerd. Maar er worden ook altijd weer waardevolle elementen aan de traditie toegevoegd. En in elke historische periode worden culturele elementen uit het verleden hergebruikt en vermengd met nieuwer materiaal.

Stel je voor dat je een nieuwsgierige, maatschappijkritische en creatieve twintiger bent in het jaar 2098, wat zou je dan willen dat de generatie van je (over)grootouders had gedaan met de literaire traditie en de nieuwe technische en culturele mogelijkheden die zich toen voordeden? Zich verschuilen achter een moeilijke markt? De handen in de lucht steken omdat de heffe des volks zich niet tot cultuur liet verleiden met kermistrucs? Mompelen dat het misschien maar beter is dat de elite haar smaak niet oplegt aan de massa, zodat de literaire cultuur vergrijsde en wegkwijnde?

Wie wil dat de literaire cultuur in de brede zin (dus niet alleen romans en poëzie, maar ook kritiek, essayistiek, geschiedschrijving en filosofie) op een betekenisvolle manier overleeft en zich verder ontwikkelt, moet zich niet de censuur van de markt laten overkomen. De geletterde cultuur heeft zich in een media-industriële kooi laten opsluiten. Daaruit ontsnappen vereist een manier van denken over literatuur die militant is in de zin dat ze haar eigen vrijheid en rijkdom nooit zal willen beknotten, maar zoekt naar nieuwe vormen van overleven, omdat ze ervan uitgaat dat literatuur altijd verandert en zich altijd heeft gevoed met een mix van oude tradities en nieuwe (populaire) cultuur. Zo is tenslotte ook ooit de roman ontstaan. Of de romantische poëzie, het persoonlijke essay, het toneelwerk van Shakespeare, en het surrealisme.

Als er nu iets literair is, dan is het dit: een literaire praktijk ontwikkelen die de dynamiek verbeeldt tussen de gecultiveerde en de populaire cultuur. Tussen de wetenschap en de persoonlijke beleving. Tussen de maatschappelijke krachten en het individuele leven. Tussen de herinnering en het verlangen. Dat is niet elitair, en ook niet populair, dat is niet l’art pour l’art of commercieel, dat is niet ouderwets of postmodern, dat is nu precies het gebruik maken van de tussenruimte waarin de levenskracht van de letteren altijd gelegen heeft.

De literatuur is er nog maar mondjesmaat in geslaagd om de nieuwe mogelijkheden die er sociaal en technologisch bijgekomen zijn te benutten om zich in die ruimte te bewegen en te ontplooien. En dan bedoel ik niet in eerste instantie met het doel zichzelf beter te verkopen, en bestsellers en beroemdheden te produceren, maar om zich veel breder te verspreiden in de maatschappij, ertoe te doen, contact te maken met de intellectuele minderheid in jongere generaties. En zich te laten gelden.

Dirk van Weelden is schrijver en filosoof. Zijn boek ‘Literair Overleven’ is onlangs verschenen bij uitgeverij Augustus.

Gepubliceerd in:
Opinie
Opinie